Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:27454

Wijziging hoofdverblijfplaats naar moeder onder de voorwaarde dat beide ouders de helft ontvangen van hetgeen de moeder van overheidswege voor het kind zal ontvangen.

Rechtbank Den Haag 28 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:27454 text/xml public 2026-09-28T13:46:01 2026-09-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-21 C/09/707094 / FA RK 26-5952 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27454 text/html public 2026-09-28T13:45:10 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:27454 Rechtbank Den Haag , 21-08-2026 / C/09/707094 / FA RK 26-5952
Wijziging hoofdverblijfplaats naar moeder onder de voorwaarde dat beide ouders de helft ontvangen van hetgeen de moeder van overheidswege voor het kind zal ontvangen.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-5952

Zaaknummer: C/09/707094

Datum beschikking: 21 augustus 2026
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 12 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. de Jong in Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

voorheen met advocaat: mr. M.A. Spek in Rijswijk.

Als informanten worden aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,<?linebreak?>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
en
mr. D.G.M. van den Hoogen,
advocaat in Leiden,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;

het bericht van 3 augustus 2026 namens de moeder;

de brief van 7 augustus 2026, met aanvullend verzoek, namens de moeder.

Op 7 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader, [naam] namens de gecertificeerde instelling en de bijzondere curator.
Feiten
De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2022.

Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats].

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Bij beschikking van 2 november 2022 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat het aangehechte convenant met ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.

In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – overeengekomen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijf bij de moeder en [minderjarige 2] haar hoofdverblijf bij de vader heeft, en dat er een co-ouderschapsregeling geldt.

Bij beschikking van 8 september 2023 van de rechtbank Rotterdam zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) tot 8 januari 2024. Deze maatregel is bij beschikking van 5 januari 2024 verlengd tot 8 september 2024, waarbij JBRR is vervangen door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden.

Bij beschikking van 4 september 2024 van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 8 september 2025.

Bij beschikking van 15 april 2025 van deze rechtbank is een machtiging verleend om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde tot 14 augustus 2025.

Bij beschikking van 11 augustus 2025 van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 8 september 2026 en is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag tot 14 november 2025.

Bij beschikking van 12 februari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader verlengd tot 8 september 2026 en is mr. D.G.M. van den Hoogen tot bijzondere curator over [minderjarige 1] benoemd.

Bij beschikking van 2 juni 2026 van deze rechtbank is mr. D.G.M. van den Hoogen tot bijzondere curator over [minderjarige 2] benoemd.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt – na wijziging – :

de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de moeder te bepalen;

de moeder vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 2] op haar adres in te schrijven,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd.
Beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Er speelt ontzettend veel tussen de ouders. Volgens de gecertificeerde instelling hebben de ouders door gebeurtenissen tussen hen in het verleden eigen trauma’s in het heden. [minderjarige 1] is uit huis geplaatst bij de vader en staat inmiddels ook op zijn adres ingeschreven. Er is al enige tijd geen contact tussen [minderjarige 1] en de moeder, wat de reden is waarvoor de bijzondere curator voor [minderjarige 1] is benoemd. Enkele maanden geleden heeft er tussen [minderjarige 2] en de moeder een escalatie plaatsgevonden, waardoor [minderjarige 2] ongeveer een week bij de grootouders vaderszijde heeft verbleven. Daarna heeft er een herstelgesprek plaatsgevonden en is de zorgregeling weer opgebouwd naar de geldende co-ouderschapsregeling. Inmiddels is de bijzondere curator ook voor [minderjarige 2] benoemd om te onderzoeken wat in haar belang is.

De moeder wil graag dat [minderjarige 2] op haar adres wordt ingeschreven, zodat zij toeslagen voor [minderjarige 2] kan ontvangen. Vanwege de uithuisplaatsing en inschrijving van [minderjarige 1] bij de vader ontvangt de moeder nu geen enkele toeslagen meer, terwijl zij wel de helft van de zorg voor [minderjarige 2] draagt. Verder geeft de moeder aan dat zij een hoger bedrag aan toeslagen voor [minderjarige 2] zal ontvangen, omdat de vader samenwoont er bij hem meerdere kinderen op zijn adres staan ingeschreven.

De vader vindt dat alleen een financiële reden onvoldoende is om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] te wijzigen. Daarnaast geeft de vader aan dat het niet zijn schuld is dat [minderjarige 1] bij hem uit huis geplaatst is en dat de vader daarom nu ook de toeslagen voor [minderjarige 1] ontvangt. De vader is bang dat als de situatie tussen de moeder en [minderjarige 2] opnieuw escaleert en zij bij de moeder staat ingeschreven, er weer een uithuisplaatsing nodig is. Verder heeft de vader de moeder aangeboden om de helft van de toeslagen die hij voor [minderjarige 2] ontvangt over te maken, maar dat weigerde zij.

Op de zitting heeft de bijzondere curator aangegeven dat het in het belang van de ouders en de kinderen is als er zoveel mogelijk knopen worden doorgehakt en er duidelijkheid komt. In het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek heeft de rechtbank een schikking beproefd en daarvoor ook de aan de rechtbank voorgelegde onderwerpen uitgebreid, maar het is niet gelukt om overeenstemming tussen de ouders te bereiken.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht het, net als de bijzondere curator, in het belang van [minderjarige 2] dat er zoveel mogelijk geld voor haar beschikbaar is. Het staat voor de rechtbank vast dat als [minderjarige 2] bij de moeder staat ingeschreven, er een hoger bedrag aan toeslagen voor [minderjarige 2] wordt ontvangen dan wanneer zij bij de vader staat ingeschreven. Daarbij overweegt de rechtbank, mede gelet op de door de vader genoemde zorgen, dat de gecertificeerde instelling op de zitting heeft aangegeven dat zij op dit moment geen crisissituatie bij de moeder thuis voorziet. Ook heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat de hulpverlening die voor [minderjarige 2] in gang is gezet gewoon door kan blijven gaan als de inschrijving van [minderjarige 2] wijzigt naar het adres van de moeder.

De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij haar te bepalen toewijzen. Om verdere conflicten tussen de ouders te vermijden zal de rechtbank ook de verzochte vervangende toestemming verlenen om [minderjarige 2] op het adres van de moeder in te schrijven. De rechtbank begrijpt dat de vader door deze beslissing in de nieuwe situatie minder toeslagen zal ontvangen, terwijl hij wel nog de helft van de zorg voor [minderjarige 2] draagt. Daarom acht de rechtbank het redelijk dat de vader de helft ontvangt van hetgeen de moeder voor [minderjarige 2] zal ontvangen. De rechtbank zal daarom het mindere van het verzochte toewijzen en aan de toewijzing van de verzoeken van de moeder de voorwaarde verbinden dat uiteindelijk beide ouders de helft ontvangen van wat de moeder van overheidswege voor [minderjarige 2] toekomt (kinderbijslag, kindgebonden budget etc.).
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 2 november 2022 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht – :

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;

*

verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 2] op het adres van de moeder in te schrijven;

*

verbindt aan de beslissingen over de hoofdverblijfplaats en vervangende toestemming voor inschrijving op het adres van de moeder de voorwaarde dat beide ouders de helft ontvangen van hetgeen de moeder van overheidswege voor [minderjarige 2] zal ontvangen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door

mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van

21 augustus 2026.

Artikel delen