Wvggz; toewijzing aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden
Rechtbank Den Haag 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27470
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-09-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
C/09/710883 / FA RK 26-8340
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:27470text/xmlpublic2026-09-28T13:56:322026-09-21Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-21C/09/710883 / FA RK 26-8340UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27470text/htmlpublic2026-09-28T13:56:152026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27470 Rechtbank Den Haag , 21-08-2026 / C/09/710883 / FA RK 26-8340 Wvggz; toewijzing aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/710883 / FA RK 26-8340
Datum beschikking: 21 augustus 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Den Haag. ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 8 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 30 juli 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 11 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 16 juli 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts-assistent, [arts-assistent] ;
- de psycholoog, [psycholoog] . De officier van justitie heeft een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet
nodig geacht en het is de rechtbank ter zitting gebleken dat diens aanwezigheid ook niet
noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen. Daarom is de officier
van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij naar huis kan, hij kan voor zichzelf zorgen.
De advocaat heeft primair afwijzing van het verzoek bepleit en subsidiair betoogd dat betrokkene de opname wil voortzetten in het vrijwillige kader. Betrokkene vindt de dwang lastig en hij is in staat om de medicatie te nemen en contact te houden met de hulpverlening. Hij wil naar huis. De arts-assistent heeft naar voren gebracht dat er sprake is van chronisch psychotische kenmerken. Betrokkene heel veel aansturing nodig heeft en is niet staat om zichzelf te motiveren en zelf een dagstructuur te behouden. Hij neemt wekelijks deel aan een assertiviteitsgroep. Er wordt een tweesporenbeleid gehanteerd: een optie is dat betrokkene naar huis gaat en wekelijks een afspraak heeft of betrokkene gaat naar een beschermd wonen plek. Betrokkene heeft verlof om naar huis te gaan maar hij maakt hier niet vaak gebruik van, hij toont geen initiatief om naar huis te gaan. Beoordeling Op 7 oktober 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 7 oktober 2026. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is wantrouwig jegens naasten, hulpverlening, instanties en personen. Dit zorgt voor zorgmijdend gedrag. In de thuissituatie was er sprake van wanen en negatieve symptomen. Betrokkene was ervan overtuigd dat er allerlei zaken voor hem geregeld werden, maar in werkelijkheid was dat niet zo. Betrokkene verzorgde zichzelf in thuissituatie onvoldoende en droeg vuile kleding. Zijn woning was voorafgaand aan de opname vervuild. Betrokkene kon een periode geen boodschappen doen en had een huurachterstand opgelopen omdat zijn bijstandsuitkering sinds augustus 2023 gestopt was. Vanuit wanen rondom de gemeente was hij niet bij machte dit zelf te veranderen. Betrokkene at van hetgeen zijn zwager hem af en toe kwam brengen. Volgens betrokkene zorgde zijn imaginaire vriendin Laura voor boodschappen. Betrokkene lijdt aan glaucoom, maar hield de zorg hiervoor af, met mogelijk blijvende visusklachten tot gevolg. Ook ging hij, ondanks klachten, niet naar de tandarts. Er is nog steeds sprake van psychotische symptomen, waardoor de verwachting is dat betrokkene zonder zorgmachtiging, medicatie en begeleiding, opnieuw in een vergelijkbare, zeer zorgelijke situatie terecht zal komen. Tijdens opname wordt gezien dat betrokkene nog steeds veel sturing nodig heeft om medische afspraken na te komen. Betrokkene komt ook zijn afspraken omtrent dagbesteding structureel niet na omdat hij meent afspraken te hebben met zijn vriendin. Er zijn voortdurende beperkingen in het herstelproces, het onderhouden van dagstructuur en deelname aan maatschappelijk functioneren.
Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene vindt zichzelf niet psychotisch, wil medicatie afbouwen en staat niet achter het verzoek. Hij geeft aan dat hij zonder zorgmachtiging de opname zou beëindigen en de medicatie in overleg met de huisarts zou afbouwen. In de thuissituatie was sprake van zorgmijdend gedrag en betrokkene was medicatieontrouw, waardoor de psychotische symptomen toenamen. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2027; Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 augustus 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 september 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.