De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiser geen recht heeft op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden die daarvoor gelden. Niet is immers gebleken dat eiser ontheemd is geraakt als gevolg van de Russische militaire invasie in Oekraïne. Het beroep is ongegrond.