Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:28082

Bijstandsverhaal

Rechtbank Den Haag 2 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:28082 text/xml public 2026-10-02T13:44:28 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-25 C/09/689055 / FA RK 25-5619 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28082 text/html public 2026-10-02T13:44:01 2026-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:28082 Rechtbank Den Haag , 25-08-2026 / C/09/689055 / FA RK 25-5619
Bijstandsverhaal

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-5619

Zaaknummer: C/09/689055

Datum beschikking: 25 augustus 2026
Verhaal bijstand
Beschikking op het op 24 juli 2025 ingekomen verzoek van:
INTERGEMEENTELIJKE SOCIALE DIENST BOLLENSTREEK,
ISD Bollenstreek.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

de brief van 3 oktober 2025 van de zijde van ISD Bollenstreek, met aanvullende gegevens;

het aanvullende verzoek van 16 juli 2026 van de zijde van ISD Bollenstreek, met bijlagen;

de nadere producties van 20 juli 2026 van de zijde van ISD Bollenstreek;

de brief van 21 juli 2026 van de zijde van ISD Bollenstreek met een gewijzigd verzoek.

Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- [naam] , namens ISD Bollenstreek.

De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
- De man en [de vrouw] , hierna: de vrouw, zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2014 tot [dag 2] 2020.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .

- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

- De man heeft de Eritrese nationaliteit en de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 mei 2020 is – voor zover van belang – de

echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken en is er een door de man te

betalen kinderalimentatie van € 50,00 per maand vastgesteld.

- De gemeente verleent met ingang van 1 juli 2019 bijstand aan de vrouw, mede ten

behoeve van [minderjarige] , naar de norm voor een één-oudergezin.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 16 september 2025 is ISD Bollenstreek in de gelegenheid gesteld om binnen 4 weken nadere informatie aan de rechtbank over te leggen, waarna de rechtbank zal beslissen over de voortgang van de procedure en zo mogelijk eindbeschikking zal wijzen.
Verzoek en verweer
ISD Bollenstreek verzoekt verhaal van de kosten van bijstand op de man en verzoekt voor

zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:

met ingang van de eerste van de maand volgend op deze beschikking de verhaalsbijdrage vast te stellen op ten minste € 236,00 per maand, zolang en voor zover die bijstandsverlening aan [de vrouw] , mede voor de minderjarige [minderjarige] voortduurt, dan wel een bedrag te bepalen dat uw rechtbank redelijk acht;

het bedrag tot verhaal van reeds gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 februari 2025 tot 1 december 2025 vast te stellen op € 317,00 per maand;

het bedrag tot verhaal van reeds gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1december 2025 tot de eerste van de maand volgend op de datum van deze beschikking vast te stellen op ten minste € 236,00 per maand, tot de achterstand in de betalingen geheel zal zijn voldaan;

te bepalen dat de vordering wordt verhoogd met de op de vordering betrekking hebbende kosten, indien de man in gebreke mocht blijven om het verschuldigde bedrag tijdig te voldoen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Aan de man is op de bij de wet voorgeschreven wijze de inhoud van het verzoekschrift

medegedeeld. De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de daarvoor gestelde

termijn. Normaliter kunnen de verzoeken in dat geval als niet weersproken worden

toegewezen op voorwaarde dat de verzoeken op de wet gegrond zijn. De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om zelf een berekening te maken, omdat er voldoende financiële gegevens van de man bekend zijn.

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 61 Participatiewet kunnen kosten van bijstand door de gemeente worden verhaald in de gevallen en naar de regels zoals neergelegd in paragraaf 6.5 van de Participatiewet. Ingevolge artikel 62 van de Participatiewet kunnen de kosten tot de grens van de onderhoudsplicht zoals bedoeld in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden verhaald op degene die zijn onderhoudsplicht niet of niet behoorlijk nakomt.

Uit de tekst van voormelde wettelijke bepalingen volgt dat een rechtsgrond voor verhaal bestaat, indien kosten van bijstand zijn gemaakt. Nu sinds 1 juli 2019 bijstand is verleend aan de vrouw mede ten behoeve van [minderjarige] , voor wie de man onderhoudsplichtig is, heeft de gemeente kosten van bijstand gemaakt die voor verhaal in aanmerking komen.

Ingangsdatum

ISD Bollenstreek heeft de man per brief geïnformeerd dat zij de verhaalsbijdrage per 1 februari 2025 vorderen.

De man heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank ziet daarom reden om een bijdrage vast te stellen over de door de gemeente verzochte periode.

Behoefte kinderen

Bij het bepalen van de behoefte aan kinderalimentatie hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in het Rapport alimentatienormen (hierna: het rapport) van de Expertgroep Alimentatienormen en de daarbij behorende Tabel eigen aandeel kosten kinderen. Voor het bepalen van die behoefte dient allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NGBI) van de ouders tijdens hun huwelijk te worden bepaald.

Ten aanzien van het bepalen van de behoefte, overweegt de rechtbank als volgt. De man en de vrouw zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2014 tot [dag 2] 2020. Tijdens het huwelijk leefden partijen van een bijstandsuitkering. De gemeente verleent met ingang van 1 juli 2019 bijstand aan de vrouw, mede ten behoeve van [minderjarige] , naar de norm voor een één-oudergezin. De rechtbank beschikt over inkomensgegevens van de man over 2025 en 2026.

Hieruit is gebleken dat het recente inkomen van de man hoger is dan het inkomen van het gezin tijdens het huwelijk van partijen. Toen leefden zij immers gezamenlijk van een bijstandsuitkering. De rechtbank overweegt dat stijging van het inkomen van een ouder, voor zover dit inkomen door die stijging hoger wordt dan het gezinsinkomen tijdens de samenleving, in beginsel invloed behoort uit te oefenen op de vaststelling van de behoefte. Indien het gezinsverband zou hebben voortgeduurd, zou die verhoging namelijk ook een positieve invloed hebben uitgeoefend op het bedrag dat ten behoeve van het kind zou zijn uitgegeven.

NBI man

Door ISD Bollenstreek is het volgende naar voren gebracht. Uit de gegevens van de Belastingdienst (definitieve aangifte) van de onderneming [bedrijf] blijkt dat de man in 2025 een winst uit de onderneming heeft behaald van € 29.080, -. Hoewel niet duidelijk is of de man in 2026 nog inkomsten heeft uit de onderneming, ontvangt de man in 2026 wel inkomsten uit loondienst van de firma Chateauform’ Nederland B.V. Uit de gegevens van Suwinet blijkt tussen 1 januari 2026 en 31 mei 2026 een inkomen tussen € 2.449,17 en € 2.552,23 per maand bij Chateauform’ Nederland B.V, zodat ISD Bollenstreek uitgaat van een gemiddeld inkomen van € 2.500, - bruto per maand.

Bij de berekening van de behoefte gaat de rechtbank, zoals hierboven uiteengezet, uit van het meest recente inkomen van de man in 2026 en de rechtbank zal op basis van enkel dit inkomen het eigen aandeel van de ouders berekenen. De rechtbank gaat hierbij uit van het gemiddelde inkomen van de man over de eerste vijf maanden van 2026 van € 2.500, - bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden of de man in 2026 nog inkomsten verwerft uit zijn eigen onderneming, zodat de rechtbank hiermee geen rekening zal houden.

De rechtbank houdt wel rekening met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

Aan de hand van voormelde uitgangspunten becijfert de rechtbank het NBI van de man op een bedrag van € 2.432,00 per maand.

Het (fictieve) netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2026 dus € 2.432,00 per maand. Op basis van dit NBGI hadden de man en de vrouw recht op een kindgebonden budget (KGB) van € 275,00 per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Het NBGI van de man en de vrouw bedraagt dan in totaal € 2.707,00 per maand.

Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2026, leidt het voorgaande tot een behoefte van [minderjarige] van € 306,- per maand.

Draagkracht man

Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van de hiervoor onder de behoefte genoemde inkomensgegevens.

Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.200, -, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365, -) gebruiken. Bij een NBI van € 2.432,00 per maand resulteert dit in een draagkracht van de man van € 236,00 per maand.

De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Draagkracht vrouw

Nu de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt zal de rechtbank, conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen, geen minimale draagkracht voor de vrouw in aanmerking nemen.

Zorgkorting

Deze rechtbank heeft bij eerdere beschikking van 22 mei 2020 bepaald dat de man [minderjarige]

iedere zondag tussen 12.00 en 17.00 uur op kan halen om eventueel op stap te gaan en weer terug te brengen naar de vrouw. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden of deze regeling wordt nageleefd. De rechtbank zal dan ook rekening houden met een minimaal zorgkortingspercentage van 5%. De zorgkorting bedraagt dan € 15,00 per maand (5% van € 306,-).

Aandeel man - zorgkorting niet kunnen verzilveren

Omdat sprake is van een tekort en dit tekort ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting, vervalt de zorgkorting van de man. Partijen zullen daarom maximaal, naar hun draagkracht, moeten bijdragen in de behoefte van de kinderen.

Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen is dus gelijk aan zijn draagkracht.

Invorderingskosten

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de gemeente om de vordering te verhogen met de op de invordering betrekking hebbende kosten - bij gebrek aan belang - dient te worden afgewezen omdat de wet hier al in voorziet.

Conclusie

De rechtbank bepaalt derhalve dat de man met ingang van 1 februari 2025 aan de gemeente een bedrag van € 236,- dient te betalen, zolang en voor zover die bijstandsverlening aan [de vrouw] , mede voor het minderjarige kind voortduurt.
Beslissing
De rechtbank:

stelt het bedrag dat de man ten aanzien van verhaal van de kosten van bijstand, verleend aan [de vrouw] , mede voor zijn minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

met ingang van 1 februari 2025 aan de gemeente dient te betalen vast op € 236,00 per maand, zolang en voor zover die bijstandsverlening aan [de vrouw] , mede voor het minderjarige kind voortduurt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, rechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 25 augustus 2026.

Artikel delen