Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:28277

Pkv verzoek

Rechtbank Den Haag 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:28277 text/xml public 2026-09-25T15:49:00 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-09-25 NL26.6149 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28277 text/html public 2026-09-25T15:48:02 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:28277 Rechtbank Den Haag , 25-09-2026 / NL26.6149
Pkv verzoek

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6149
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
<?linebreak?> [naam], verzoeker, <?linebreak?>V-nummer: [nummer]<?linebreak?>(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),<?linebreak?>
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek dat verzoeker heeft ingediend om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
1.2.
Verzoeker heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoeker hoeft dus geen griffierecht te betalen.
Beoordeling door de rechtbank
2. Verzoeker heeft op 9 september 2025 een aanvraag gedaan en vervolgens op 13 december 2025 een ingebrekestelling ingediend wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker op 4 februari 2026 beroep ingesteld. Op 26 februari 2026 heeft verzoeker het beroep weer ingetrokken en de rechtbank verzocht de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

3. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling van 13 december 2025 prematuur is omdat op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken. Verder stelt de rechtbank vast dat het beroep door verzoeker is ingetrokken zonder dat sprake was van tegemoetkomen door de minister als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. De reden van de intrekking ligt uitsluitend in de persoonlijke sfeer van verzoeker en zijn moeder. Er ontbreekt dan ook enig aanknopingspunt om aan het verzoek van verzoeker tegemoet te kunnen komen.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek wordt afgewezen.
<?linebreak?>Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid vanA.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel delen