ECLI:NL:RBDHA:2026:28779text/xmlpublic2026-09-29T13:04:152026-09-29Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-26NL26.44633UitspraakMondelinge uitspraakProces-verbaalVoorlopige voorzieningNLUtrechtBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28779text/htmlpublic2026-09-29T13:03:552026-09-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:28779 Rechtbank Den Haag , 26-08-2026 / NL26.44633 Plakvovo bij NL26.44632.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.44633
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. T. Bruinsma), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: : mr. H.M.M. van Dooren). Procesverloop Bij besluit van 30 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.44632, op 25 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank op 25 augustus 2026 uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.44632, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.