ECLI:NL:RBGEL:2026:5517text/xmlpublic2026-08-06T15:41:052026-07-10Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Gelderland2026-07-13AWB - 25_4675UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLArnhemBestuursrecht; BestuursprocesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5517text/htmlpublic2026-08-06T15:35:222026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBGEL:2026:5517 Rechtbank Gelderland , 13-07-2026 / AWB - 25_4675 .
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/4675 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiser 1] ,
[eiser 2]
,
[eiser 3]
,
[eiser 4]
,
[eiser 5]
,
[eiser 6]
,
allen uit [woonplaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar (gemachtigde: mr. J.R. Smit). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
- de gemeenteraad van de gemeente Zevenaar, en
- [persoon 1] en [persoon 2], uit [woonplaats] (vergunninghouder)
(gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de fase 1 omgevingsvergunning voor het realiseren van een appartementengebouw met 12 appartementen in Tolkamer . Eisers zijn het niet eens met de omgevingsvergunning en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning kon verlenen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Op 9 oktober 2024 heeft het college de ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) ter inzage gelegd. Eisers hebben hiertegen hun zienswijze kenbaar gemaakt. 2.1. Op 25 juni 2025 heeft de gemeenteraad een vvgb afgegeven. 2.2. Op 28 augustus 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. 2.3. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1] en [eiser 5] namens eisers, de gemachtigde van het college samen met [vergunninghouder] , de vergunninghouder en de gemachtigde van de vergunninghouder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
3. De vergunninghouder heeft op 3 november 2023 een fase 1 omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een appartementengebouw met 12 appartementen op het perceel sectie B, nummer 5251, aan het Kruuthuuske in Tolkamer. De aanvraag ziet op de activiteit “handelen in strijd met regels van het bestemmingsplan”. Aan de aanvraag ligt een ruimtelijke onderbouwing ten grondslag. Ook heeft vergunninghouder verzocht om een ontheffing voor hogere grenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder. 3.1. Het bestemmingsplan “Tolkamer” is van toepassing en het perceel heeft de bestemming “Agrarisch”. Binnen deze bestemming is het gebruik voor wonen niet toegestaan. De omgevingsvergunning is daarom voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. 3.2. Op 9 oktober 2024 heeft het college de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Hiertegen hebben eisers hun zienswijze kenbaar gemaakt. 3.3. De gemeenteraad heeft op 25 juni 2025 een vvgb afgegeven. Het college heeft op 28 augustus 2025 de omgevingsvergunning fase 1 verleend. Aan de omgevingsvergunning heeft het college, voor zover van belang, de volgende voorschriften verbonden: Er zijn 12 woningen toegestaan, waarbij een woning een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten in een (gedeelte van een) gebouw is, uitsluitend bedoeld voor de permanente huisvesting van een afzonderlijk (gemeenschappelijk) huishouden. Een huishouden is een persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan (daaronder niet begrepen kamerverhuur). Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik va neen woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden. Gebruik als woning is alleen toegestaan indien er 24 parkeerplaatsen zijn aangelegd, onderhouden en in stand wordt gehouden overeenkomstig het stedenbouwkundig ontwerp zoals opgenomen in het bij de vergunning horende stuk ‘D – Bijlage 1 Indicatieve erfinrichting’(ontvangen op 23 juli 2024). De hoogte van het nieuwe gebouw, inclusief alle bouwwerken op het dak zoals de liftschacht en airco-installaties, bedraagt maximaal 23,36 meter boven NAP. Het werk moet worden uitgevoerd conform de in de vergunning genoemde tekeningen en gegevens (waaronder situering en maatvoering van de bouwwerken). Ook heeft het college besloten om voor geluid hogere grenswaarden dan de voorkeursgrenswaarden vast te stellen ten behoeve van de bouw van de twaalf appartementen. 3.4. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning. De beroepsgronden richten zich niet tegen het besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden. Crisis- en herstelwet
4. De rechtbank stelt vast dat op de in deze beroepen voorliggende omgevingsvergunning de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Het college heeft dit niet onderkend. Voor de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft het daarom geen consequenties. De rechtbank wijst partijen op de informatie in de rechtsmiddelenclausule onder deze uitspraak. Zijn er procedurele gebreken?
5. Eisers noemen een aantal procedurele punten die volgens hen maken dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Behandeling vvgb
6. Eisers menen niet geïnformeerd te zijn over de behandeling van de ontwerp vvgb. Door de min of meer toevallige kennisname van de agenda van de raadscommissie via de website van de gemeente, konden zij zich nog tijdig melden voor een toelichting op hun zienswijze. Volgens eisers is dit niet de wijze waarop het college en de gemeenteraad met de belangen van hun inwoners om horen te gaan. Een zorgvuldige besluitvorming vraagt om eerbiediging van de rechtspositie van eisers en het bieden van hoor en wederhoor. Op de zitting hebben eisers bevestigd dat het om de ontwerpfase gaat en niet om de fase van besluitvorming. 6.1. De rechtbank oordeelt dat het college niet verplicht is om, nog voordat het ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd, eventuele belanghebbenden voor de behandeling van het ontwerpbesluit uit te nodigen. Het college heeft toegelicht dat de agenda’s van de Commissie Ruimte en de gemeenteraad tijdig kenbaar worden gemaakt en via de website van de gemeente zijn in te zien. Er is geen wetsartikel dat het bestuursorgaan ertoe verplicht om, anders dan de zienswijzeprocedure, in de ontwerpfase al eventuele belanghebbenden te betrekken bij de besluitvorming. Dat zou praktisch gezien ook lastig zijn, want op dat moment is vaak ook nog niet bekend wie zijn bedenkingen heeft tegen een ontwikkeling. In zoverre slaagt de beroepsgrond niet. De rechtbank stelt ook vast dat eisers zich tijdig hebben gemeld voor de toelichting van hun zienswijze. Kennisgeving van het besluit
7. Eisers hebben geen persoonlijke kennisgeving van het definitieve besluit ontvangen, terwijl zij wel een zienswijze hebben ingediend. Via de algemene publicatie in het gemeenteblad hebben eisers vernomen dat de omgevingsvergunning is verleend. Eisers menen dat het college op grond van artikel 3:41 van de Awb het besluit persoonlijk aan hen had moeten uitreiken. Omdat het college dat niet gedaan heeft, is het besluit niet op de juiste wijze bekend gemaakt. Dat heeft volgens eisers gevolgen voor de rechtsgeldigheid van het besluit. Het besluit is daarom ook onzorgvuldig tot stand gekomen. 7.1. Op grond van artikel 3:43 en 3:44 van de Awb moet het college degenen die een zienswijze hebben ingediend informeren over het besluit en daarbij een exemplaar van het besluit toe te sturen. Dat heeft het college nagelaten. De mededeling van het besluit aan degenen die een zienswijze hebben ingediend is echter geen onderdeel van de bekendmaking. Alleen om die reden al kan het de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten. In dit geval heeft dit nalaten er overigens ook niet aan in de weg gestaan dat eisers tijdig beroep hebben ingesteld. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft het college in redelijkheid de omgevingsvergunning kunnen verlenen?
8. De rechtbank stelt voorop dat het college bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toekomt en de betrokken belangen moet afwegen. De rechtbank oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. Woningbehoefte
9. Eisers betogen dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat er behoefte bestaat aan de twaalf te realiseren appartementen. Uit een ambtelijk advies volgt dat de woningbouw in de gemeente Zevenaar al goed op stoom was gekomen en dat er voldoende bestaande plancapaciteit beschikbaar was om in de lokale behoefte te voorzien. Volgens eisers wees dit advies er op dat nieuwe woningbouwlocaties niet noodzakelijk zijn. In de nota van zienswijzen wordt volgens eisers slechts in algemene bewoordingen gesteld dat er behoefte is aan goedkope woningen voor starters. Er zijn geen objectieve cijfers of onafhankelijke prognoses overgelegd. Volgens eisers is het besluit daarom onvoldoende gemotiveerd. 9.1. Het college heeft er in redelijkheid van uit kunnen gaan dat er voldoende behoefte is aan woningen. Het ambtelijk advies waar eisers naar verwijzen dateert uit de conceptfase. Op het moment dat de omgevingsvergunning is aangevraagd, heeft het college opnieuw gekeken naar de woningbehoefte binnen de gemeente. De rechtbank oordeelt dat het college in de nota van zienswijzen voldoende gemotiveerd heeft waarom er een woningbehoefte is. Het college heeft daarin ook verwezen naar het ambtelijk advies uit de conceptfase en toegelicht waarom desondanks een woningbehoefte wordt aangenomen. Er werd uitgegaan van een ontwikkeling van 200 woningen per jaar. De praktijk heeft echter uitgewezen dat er geen 200 woningen per jaar gebouwd zijn. In 2022 waren er 121 woningen gebouwd en in 2023 waren dat er 55. Uit de nota van zienswijzen volgt verder dat in Tolkamer in 2022 en 2023 31 woningen zijn toegevoegd, waarvan 12 sociale huurwoningen, 5 woningen in het betaalbare segment en 12 in het vrije segment. De woningbehoefte tot 2030 in Lobith en Tolkamer samen is geraamd op ongeveer 78 woningen. Dit zijn cijfers die volgen uit de Woonzorgvisie 2024-2028 van de gemeente. De rechtbank oordeelt dat het college hiermee voldoende onderbouwd heeft waarom er wel sprake is van woningbehoefte. De beroepsgrond slaagt niet. Alternatieve locatie ontsluiting
10. Eisers betogen dat het college onvoldoende is ingegaan op de in de zienswijze aangedragen ontsluitingsmogelijkheid aan de Batavenweg. Eisers menen dat de ontsluiting via het Kruuthuuske en de Boterdijk onwenselijk is. Zij hebben daarom in hun zienswijze de Batavenweg als alternatief aangedragen. Dat is volgens eisers veiliger en beter bereikbaar. Nu het college hier in de nota van zienswijzen niet op in is gegaan, is het besluit onvoldoende gemotiveerd. 10.1. De rechtbank stelt voorop dat het betoog van eisers ziet op de ontsluiting van het Kruuthuuske aan ofwel de Batavenweg, ofwel de Boterdijk. Het gaat dus niet om een uitweg op het perceel naar het Kruuthuuske. In de nota van zienswijzen uitgebreid is ingegaan op de ontsluiting van het projectgebied: 10.2. Het college moet beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project waarvoor vergunning is aangevraagd. Als dat project op zichzelf aanvaardbaar is, dan kan het college in beginsel niet vanwege alternatieven voor dat project weigeren daaraan mee te werken. Het college kan dat alleen weigeren als op voorhand duidelijk is dat met één of meer alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Daarbij volgt uit eerdere rechtspraak van de Afdeling dat het aan degene is die zich op een alternatief beroept om aannemelijk te maken dat het alternatief voldoet aan die voorwaarden. Het college heeft in de reactie aangegeven dat het aangevoerde alternatief alleen al op het gebied van verkeersveiligheid en overzichtelijkheid
niet tot een gelijkwaardig resultaat leidt. Hierop hebben eisers niet onderbouwd gereageerd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Niet onderbouwde beroepsgronden
11. Volgens eisers vormt het plan een inbreuk op een groene bufferzone tussen Lobith en Tolkamer. Het leidt tot verstening en verlies van natuurwaarden. Verder tast de gekozen ontsluiting een belangrijke wandel- en fietsroute aan. Ook zijn de ecologische onderzoeken volgens eisers summier. Tot slot vormt het nabijgelegen LPG-tankstation een veiligheidsrisico. 11.1. De rechtbank oordeelt dat eisers deze punten ook in hun zienswijze naar voren hebben gebracht. In de nota van zienswijzen is daar uitgebreid op gereageerd. Eisers hebben niet onderbouwd waarom de motivering niet deugt. Deze beroepsgronden zijn daarom onvoldoende onderbouwd en slagen dus niet. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van D. van Til, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat in het hogerberoepschrift de gronden van hoger beroep kenbaar moeten worden gemaakt. Na de genoemde termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 2.5, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo in samenhang met afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 110a van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Zie categorie 3.1 in Bijlage I bij de Crisis- en herstelwet. Artikel 3:41, van de Awb. Uitspraak van de Afdeling van 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4391. Uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1136. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1949.