Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:6118

Tussenvonnis. Uitleg overeengekomen koopprijs auto. Bewijsopdracht dat de tekst van de oorspronkelijke advertentie identiek is aan de advertentie die in het geding is gebracht.

Rechtbank Gelderland 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:6118 text/xml public 2026-07-31T10:07:20 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-22 K/5004/11825143 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6118 text/html public 2026-07-28T16:06:40 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6118 Rechtbank Gelderland , 22-04-2026 / K/5004/11825143
Tussenvonnis. Uitleg overeengekomen koopprijs auto. Bewijsopdracht dat de tekst van de oorspronkelijke advertentie identiek is aan de advertentie die in het geding is gebracht.

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11825143 CV EXPL 25-6098

Vonnis van 22 april 2026

in de zaak van

MIDDEN NEDERLAND AUTO'S B.V.,

te Putten,

eisende partij,

hierna te noemen: MNA,

gemachtigde: mr. A. Dragt,

tegen
<nr>1</nr> [gedaagde 1] ,
te [plaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

procederend bij [gedaagde 2] ,2. [gedaagde 2],

te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

procederend in persoon,

3. [gedaagde 3],

te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 3] ,

gemachtigde: [gedaagde 2] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde partij] .
<nr>1</nr>Het verdere procesverloop 1.1.
Dit blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 december 2025

- de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
MNA heeft voor de verkoop van een Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) een advertentie op Marktplaats geplaatst. [persoon 1] zocht een auto voor [gedaagde partij] en heeft deze advertentie gevonden. Naar aanleiding van de advertentie zijn [persoon 1] en [gedaagde 2] naar de auto komen kijken.
2.2.
MNA en [gedaagde 2] hebben telefonisch onderhandeld over de verkoopprijs van de auto, waarbij niet over btw is gesproken. [gedaagde 2] heeft tegen MNA gezegd dat hij de auto ging doorverkopen en er al een klant voor had. Als gevolg van de onderhandelingen is tussen MNA en [gedaagde partij] een koopovereenkomst met betrekking tot de auto tot stand gekomen.
2.3.
Op 20 maart 2025 heeft MNA voor de auto aan [gedaagde partij] een factuur ter hoogte van € 23.250,00 gestuurd. Op dezelfde dag heeft [gedaagde partij] deze factuur betaald en is het kenteken overgeschreven. Op de factuur staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…) BTW: de getoonde prijs is exclusief BTW”

BTW/Marge: BTW verrekenbaar voor ondernemers

(…)

Subtotaal € 23.250,00

0% btw € 0,00

Totaal € 23.250,00
2.4.
Op 31 maart 2025 heeft MNA een bericht aan [gedaagde partij] gestuurd dat zij een fout heeft gemaakt op de factuur, omdat 0% btw in rekening is gebracht. Vervolgens ontving [gedaagde partij] op dezelfde dag een nieuwe factuur waarin 21% btw in rekening werd gebracht. Op de factuur staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…) BTW: de getoonde prijs is exclusief BTW”

BTW/Marge: BTW verrekenbaar voor ondernemers

(…)

Subtotaal € 23.250,00

21% btw € 4.882,50

Totaal € 28.132,50
2.5.
Op 28 april 2025 hebben MNA en [gedaagde 2] telefonisch contact gehad waarin [gedaagde 2] heeft aangegeven dat de auto verkocht was en dat MNA geen recht heeft op nabetaling van het btw-bedrag.
2.6.
Op 14 mei 2025 sommeert de gemachtigde van MNA [gedaagde partij] per brief om een bedrag van € 4.882,50 te betalen.
2.7.
Op 19 mei 2025 is een herinnering aan [gedaagde partij] gestuurd.
2.8.
Op 22 mei 2025 heeft [gedaagde 3] namens [gedaagde partij] gereageerd dat de factuur is betaald zoals deze is toegestuurd en dat zij het hierbij laten.
2.9.
[gedaagde partij] heeft de factuur van 31 maart 2025 niet betaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
MNA vordert dat [gedaagde partij] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk zal worden veroordeeld tot betaling van € 4.882,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag, gerekend vanaf 1 april 2025 tot de dag van daadwerkelijke betaling, tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 625,39 en met een hoofdelijke veroordeling in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
MNA legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] van haar een auto heeft gekocht voor € 28.132,50 (inclusief 21% btw). [gedaagde partij] heeft slechts de koopsom exclusief btw betaald ter hoogte van € 23.250,00, zodat MNA nog een bedrag van

€ 4.882,50 te vorderen heeft. [gedaagde partij] heeft dit bedrag, ondanks sommaties, niet betaald. Daarom is [gedaagde partij] de wettelijke handelsrente over dat bedrag verschuldigd, alsook buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 625,39.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
Het geschil tussen partijen gaat over de vraag welke koopprijs is overeengekomen voor de auto. Daarbij staat niet ter discussie dat partijen na onderhandeling op een bedrag zijn uitgekomen van € 23.250,00, maar ziet het geschil op de vraag of over deze prijs nog 21% btw moest worden betaald (de gevorderde € 4.882,50) of dat daarover geen btw hoeft te worden betaald, althans dat de btw al in de prijs van € 23.250,00 is inbegrepen.
4.2.
Partijen hebben allebei een andere uitleg van de tussen hen gemaakte afspraak. De kantonrechter overweegt dat het, bij de beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen, aankomt op wat zij over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden.
4.3.
MNA stelt dat partijen een prijs exclusief btw hebben afgesproken. Het was geen ‘marge-auto’ waarover geen btw over de verkoopprijs hoeft te worden berekend. Zij heeft in de Marktplaatsadvertentie meermaals gewezen op het feit dat het een ‘btw-auto’ betrof. Zo stond daarin onder meer dat de getoonde prijs exclusief btw is en dat de btw voor ondernemers verrekenbaar is. Ter onderbouwing heeft zij een Marktplaatsadvertentie overgelegd die zij omwille van deze procedure in juni 2025 weer op Marktplaats.nl heeft geplaatst. Dit is volgens haar een advertentie die identiek is aan de (oorspronkelijke) advertentie die ten tijde van de koop op Marktplaats.nl stond. Volgens MNA blijkt ook uit de eerste factuur van 20 maart 2025 dat over de auto btw betaald moest worden. Bovendien is de verkochte auto een grote bestelbus, waardoor het niet in de rede ligt dat deze van een particulier is geweest en een marge-auto is.
4.4.
[gedaagde partij] voert aan dat zij ervan uit mocht gaan dat de auto een marge-auto was en dat over de prijs geen btw hoefde te worden betaald, dan wel dat de btw in de prijs was inbegrepen. Zij betwist dat de door MNA overgelegde advertentie dezelfde is als de oorspronkelijke advertentie die [persoon 1] voor haar heeft gevonden. [persoon 1] heeft namelijk op Marktplaats gezocht op marge-auto’s en de vraagprijs in de advertentie was volgens [gedaagde partij] lager dan € 28.950,00. Verder staat in de factuur van 20 maart 2025 dat er 0% btw in rekening wordt gebracht en is het een importauto uit Duitsland, waardoor het mogelijk een marge-auto kan zijn.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde partij] heeft gemotiveerd betwist dat de tekst van de oorspronkelijke advertentie identiek is aan de advertentie die reeds in het geding is gebracht. In dat verband wordt overwogen dat MNA, als partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten, haar stellingen moet bewijzen. Zij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld als hierna te melden.
4.6.
Indien MNA niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, zal de onderhavige vordering integraal worden afgewezen. De kantonrechter legt hierna uit waarom en waarom het beroep van MNA op de redelijkheid en billijkheid in dat geval niet slaagt. Als de advertentie buiten beschouwing wordt gelaten, geldt dat de factuur van 20 maart 2025 tegenstrijdig is over de btw en daarmee geen duidelijke aanwijzing bevat voor een bepaalde uitleg. Verder is de omstandigheid dat bestelbussen vaker btw-auto’s dan marge-auto’s zijn ook niet doorslaggevend, omdat daaruit niet volgt dat het hier ook ging om een btw-auto. De kantonrechter kan dan enkel uit de omstandigheden afleiden dat partijen niet hebben gesproken over btw en dat zij een prijs van € 23.250,00 hebben afgesproken. Onder die omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat dit ook de totaalprijs was (inclusief btw). MNA had [gedaagde partij] er dan op moeten wijzen dat de prijs exclusief btw was, temeer nu [gedaagde partij] had gezegd dat zij de auto ging doorverkopen. MNA doet verder een beroep op de redelijkheid en billijkheid en stelt in dat kader dat [gedaagde partij] de auto nog in haar bezit heeft waardoor zij de btw kan verrekenen. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde partij] voldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij de auto nog in haar bezig heeft. De kantonrechter stelt verder voorop dat de maatstaf van de redelijkheid en billijkheid terughoudend moet worden toegepast, met name bij overeenkomsten tussen professionele partijen, zoals in onderhavig geval. Hier komt de onduidelijkheid over de btw, gelet op de genoemde omstandigheden, voor rekening en risico van MNA als verkopende partij. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de toepassing van de contractuele afspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
4.7.
Indien MNA slaagt in het haar opgedragen bewijs, oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde partij] uit de Marktplaatsadvertentie had moeten afleiden dat werd onderhandeld over bedragen exclusief btw. De advertentie vormde tenslotte het startpunt voor de onderhandelingen en in de advertentie die in het geding is gebracht, is duidelijk aangegeven dat de prijs van de auto exclusief btw was en dat de btw door ondernemers kon worden verrekend. Onder die omstandigheden is de vordering toewijsbaar en zal [gedaagde partij] worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde hoofdsom. In het eindvonnis zal dan een beslissing worden gegeven over de wettelijke handelsrente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
4.8.
Iedere verdere beslissing zal in afwachting van bewijslevering worden aangehouden.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
draagt MNA op te bewijzen dat de tekst van de oorspronkelijke Marktplaatsadvertentie van de auto identiek is aan de advertentie die reeds in het geding is gebracht,
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 20 mei 2026 voor uitlating door MNA of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als MNA geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat, als MNA getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden augustus 2026 tot en met oktober 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. W. van der Boon, in het paleis van justitie te Arnhem, Walburgstraat 2-4,
5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

67756/53854

Artikel delen