ECLI:NL:RBGEL:2026:6149text/xmlpublic2026-07-29T16:39:112026-07-29Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Gelderland2026-07-28C/05/467800 / KG ZA 26-221UitspraakKort gedingVerstekNLArnhemCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6149text/htmlpublic2026-07-29T16:00:262026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBGEL:2026:6149 Rechtbank Gelderland , 28-07-2026 / C/05/467800 / KG ZA 26-221 krakergeschil
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/467800 / KG ZA 26-221 Vonnis in kort geding van 28 juli 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ONSTENK BEHEER B.V.,
gevestigd in Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Onstenk Beheer,
advocaat: mr. R.N.M. Dijkstra, tegen HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN AAN DE [adres] TE [plaatsnaam] ,
gedaagden,
niet verschenen. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 15,
- de aanvullende producties 16 en 17 van Onstenk Beheer,- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling2.1. Onstenk Beheer heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.2. Gedaagden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek tegen hen zal worden verleend. 2.3. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal worden toegewezen op de wijze zoals hierna in de beslissing is vermeld, waarbij de ontruimingstermijn zal worden bepaald op één week. 2.4. De voorzieningenrechter acht het onverenigbaar met het belang dat Onstenk Beheer bij de ontruimingsvordering heeft om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen. 2.5. Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Onstenk Beheer worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 125,57 - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 760,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.809,57 2.6. De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.1. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden, 3.2. veroordeelt gedaagden om binnen één week na betekening van dit vonnis het pand dat zich bevindt op het perceel met adres [adres] [plaatsnaam] , kadastraal bekend [kadasterkenmerk] , te verlaten en te ontruimen met al de hunnen en al het hunne geheel leeg en ontruimd aan Onstenk Beheer op te leveren en dit na de ontruiming ontruimd en verlaten te houden, 3.3. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet, 3.4. veroordeelt gedaagden hoofdelijk om, indien zij niet vrijwillig aan de veroordeling onder 3.2. voldoen, en Onstenk Beheer de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, aan Onstenk Beheer de kosten van ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als deze kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe zijn voldaan, 3.5. veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.809,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 3.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.