Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:6186

Verbetervonnis na verzoek tot herstel

Rechtbank Gelderland 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:6186 text/xml public 2026-08-05T16:28:37 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-07-31 K/5001/11180266 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Hersteluitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2026:5230 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6186 text/html public 2026-08-05T16:28:24 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:6186 Rechtbank Gelderland , 31-07-2026 / K/5001/11180266
Verbetervonnis na verzoek tot herstel

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11180266 CV EXPL 24-5337

Verbetervonnis van 31 juli 2026

in de zaak van
<nr>1</nr>MONTEA TIEL B.V.,
te Tilburg,2. MONTEA PANOVEN I B.V.,

te Tilburg,3. MONTEA PANOVEN II B.V.,

te Tilburg,4. MONTEA PANOVEN III B.V.,

te Tilburg,5. MONTEA PANOVEN IV B.V.,

te Tilburg,6. MONTEA PANOVEN V B.V.,

te Tilburg,7. MONTEA PANOVEN VI B.V.,

te Tilburg,

eisende partijen in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv,

gedaagde partijen in het incident ex artikel 843a Rv,

hierna te noemen: gezamenlijk Montea c.s., dan wel apart Montea, Panoven I, Panoven II, Panoven III, Panoven IV, Panoven V en Panoven VI,

gemachtigde: mrs. S. van der Kamp en N. van Tamelen,

tegen

RECYCLING TIEL B.V.,

te Tiel,

gedaagde partij in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv,

eisende partij in het incident ex artikel 843a Rv,

hierna te noemen: Recycling Tiel,

gemachtigde: mrs. D.J.A. van den Berg en P.J.C van Twaalfhoven.
<nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering 1.1.
Op 19 juni 2026 hebben mrs. D.J.A. van den Berg en P.J.C. van Twaalfhoven de kantonrechter namens Recycling Tiel verzocht om verbetering dan wel aanvulling van het op 3 juni 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Recycling Tiel legt aan haar verzoek ten grondslag dat in rechtsoverweging 4.42. en 5.3. sprake is van een kennelijke rekenfout, nu in het daar toegewezen bedrag ten onrechte de onder rechtsoverweging 4.44. afgewezen vergoeding over de periode 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2024 is meegenomen.
1.2.
De kantonrechter heeft Montea c.s. in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
<nr>2</nr>De beoordeling 2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 3 juni 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Uit rechtsoverweging 3.1. van het vonnis van 3 juni 2026 blijkt dat Montea c.s. een bedrag van € 2.926.429,47 vordert gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024. Uit de door Montea c.s. ter onderbouwing van haar vordering onder randnummer 3.2. van haar akte van 18 februari 2025 in het geding gebrachte berekening, waarbij tevens wordt verwezen naar de door haar ingebrachte productie 51, blijkt dat dit bedrag ziet op de periode van 1 januari 2024 tot 1 juli 2025. Daar wordt dan ook vanuit gegaan. In rechtsoverweging 4.42. en 4.44. wordt vervolgens de schade ter hoogte van de huurpenningen over de periode 2 april 2024 tot 1 juli 2025 toegewezen, terwijl de schade over de periode 1 januari 2024 tot en met 1 april 2024 wordt afgewezen. Ook uit de bewoordingen van rechtsoverweging 5.3. in het dictum volgt, dat bedoeld is de schade gelijk aan de hoogte van de huurpenningen slechts toe te kennen over de periode 2 april 2024 tot 1 juli 2025. De kantonrechter heeft echter bij de bepaling van de hoogte van het toe te wijzen bedrag een kennelijke rekenfout gemaakt in die zin dat daarbij per abuis achterwege is gelaten de in het schadebedrag meegenomen schade over de periode 1 januari 2024 tot en met 1 april 2024 op het gevorderde bedrag in mindering te brengen. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 4.42. van het op 3 juni 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

“Om die reden zullen de verzochte vergoedingen over deze periodes van totaal € 2.926.429,00 worden toegewezen.”

wordt gewijzigd in

“Om die reden zullen de verzochte vergoedingen over deze periodes (2 april 2024 tot 29 april 2024 (Intergamma) / 18 augustus 2024 (weg) / 1 juli 2025 (rest)) worden toegewezen. Dit betekent dat ten aanzien van Intergamma een bedrag van (27/365 dagen x 160.984/355.225 m2 x € 3.143.525,00 =) € 105.382,14, ten aanzien van de Weg een bedrag van (139/365 dagen x 20.356/355.225 m2 x € 3.143.525 =) € 68.600,58, en ten aanzien van het restant tot 20 september 2024 een bedrag van (171/365 dagen x 173.885/355.225 m2 x € 3.143.525 =) € 720.906,20 en vanaf 20 september 2024 tot 1 juli 2025 een bedrag van (284/365 dagen x 173.885 m2 x € 9,16 =) € 1.239.318,89 wordt toegewezen. In totaal wordt daarom een bedrag van (€ 105.382,14 + € 68.600,58 + € 720.906,20 + € 1.239.318,89 =) € 2.134.207,81 toegewezen.”,
3.2.
bepaalt dat rechtsoverweging 5.3. van het op 3 juni 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

“veroordeelt Recycling Tiel om aan Montea te voldoen een bedrag van € 2.926.429,00 gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 2 april 2024 tot 1 juli 2025;”

wordt gewijzigd in

“veroordeelt Recycling Tiel om aan Montea te voldoen een bedrag van € 2.134.207,81 gelijk aan de huurpenningen en btw over de periode 2 april 2024 tot 1 juli 2025;”,
3.3.
bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 31 juli 2026 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 3 juni 2026,
3.4.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 3 juni 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.

918 6693

Artikel delen