ECLI:NL:RBGEL:2026:6210text/xmlpublic2026-08-03T15:30:422026-08-03Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Gelderland2026-07-3105/057981-22UitspraakEerste aanleg - meervoudigNLArnhemStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6210text/htmlpublic2026-08-03T10:29:492026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBGEL:2026:6210 Rechtbank Gelderland , 31-07-2026 / 05/057981-22 Verlenging tbs met voorwaarden met twee jaar.
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/057981-22 Datum uitspraak: 31 juli 2026 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen
[betrokkene] , (hierna: betrokkene) geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
verblijvende bij de FRIBW [instelling] in [verblijfplaats] (Forensisch wonen van het Forensisch Psychiatrisch Centrum [instelling] ). Raadsman: mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen. Procedure Betrokkene is op 29 juli 2022 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 29 juli 2022 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 16 augustus 2024. Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 30 januari 2025 bevestigd. Bij vordering van 3 juni 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken: het adviesrapport van de reclassering van 6 mei 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren; de voortgangsverslagen; het advies van psychiater L.H.W.M. Kaiser, van 3 april 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een jaar. Ter zitting van 17 juli 2026 zijn gehoord: betrokkene; zijn raadsman; de deskundige [reclasseringswerker] ; de deskundige L.H.W.M. Kaiser, psychiater; en de officier van justitie, mr. G. Steeghs. De standpunten De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat over de toekomstige woonsituatie van betrokkene nog onvoldoende duidelijkheid bestaat en dat het nog enige tijd kan duren, ook in verband met wachtlijsten, voordat die duidelijkheid er komt. Daarnaast is betrokkene net van dagbesteding gewisseld. Verlenging met twee jaar ligt daarom voor de hand. De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. Verlenging met één jaar zou een bewijs van waardering voor de gezette stappen zijn en dit zou motiverend werken voor betrokkene. Wellicht zou een zorgmachtiging over een jaar een goede optie kunnen zijn. Betrokkene heeft zelf aangegeven dat hij graag wil dat de terbeschikkingstelling beëindigd wordt. De beoordeling Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege verkrachting. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een stoornis in cannabisgebruik (ernstig, in remissie) en een stoornis in amfetaminegebruik (matig tot ernstig, in remissie).
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig, maar de schizofrenie en de psychoses zijn onder controle met behulp van antipsychotische medicatie. Verloop van de maatregel
Betrokkene verbleef van april 2024 tot februari 2025 bij forensisch beschermd wonen van de GGZ NHN in [plaats] . Hier werd hij goed ingesteld op medicatie en werkte hij goed mee aan de behandeling. In februari 2025 is hij verhuisd naar de FRIBW [instelling] . Hij volgt behandeling bij Kairos. Betrokkene functioneert stabiel, houdt zich aan afspraken en neemt de antipsychotica (clozapine) volgens voorschrift in. De medicatie geeft hem rust, maar hij heeft ook last van bijwerkingen. Betrokkene ziet in dat hij de medicatie nodig heeft om stabiel te blijven functioneren en geeft aan alleen af te bouwen in afstemming met de psychiater. Ter zitting heeft betrokkene dit bevestigd en aangegeven alleen de wens te hebben om (helemaal) af te bouwen als het in de toekomst heel goed zou gaan. Dat is nu echter niet aan de orde.
Betrokkene geeft steeds meer openheid aan de reclassering, maar geeft nog geen volledige openheid. Betrokkene wil meer autonomie en vrijheid en wil dan ook graag zelfstandig wonen. In september 2025 heeft hij van de reclassering toestemming gekregen om te reageren op woningen, nadat hij is geaccepteerd voor het zogenaamde [pakket] , zodat hij wel begeleiding (aan huis) houdt. Hij staat al ruim 15 jaar op de wachtlijst, maar hij heeft nog geen woning weten te verkrijgen. Hij wilde eerder dat de reclassering een urgentieverklaring zou aanvragen voor een woning voor hem, maar inmiddels is duidelijk dat die verklaring er niet komt (ook niet via Kairos). Hij kon over die urgentieverklaring richting de reclassering een dwingende houding aannemen. Inmiddels lijkt hij wel open te staan voor een vorm van begeleid wonen.
Verder is ter zitting gebleken dat betrokkene recent is gewisseld van werkplek. Hij volgt nu dagbesteding in de vorm van tuinieren. Hij zou in de toekomst graag een betaalde baan willen, maar daar heeft hij nog niets voor geregeld. Recidivegevaar
De psychiater schat het recidiverisico in de huidige situatie, met motivatie van betrokkene en hulpverlening om hem heen, in als laag. Hij wordt begrensd waar nodig en er is toezicht/externe druk om de medicatie te blijven gebruiken. De psychiater geeft aan dat de kans groot is dat hij psychotisch wordt als hij zijn medicatie niet meer inneemt. In die situatie is de kans op recidive groot. De psychiater schat het recidiverisico in als hoog als er geen maatregel meer is, omdat er dan geen inbedding in wonen en werk is. De stappen die hij daarvoor moet zetten, kunnen leiden tot stress en psychotisch decompenseren en daarmee seksuele ontremming. De reclassering heeft zich aangesloten bij de risicotaxatie van de psychiater en geeft aan dat het recidiverisico als gemiddeld-hoog wordt ingeschat, met een duidelijke toename naar hoog bij wegvallen van structuur, medicatie, toezicht of bij psychotische decompensatie.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is. Conclusie
Uit de adviezen en wat ter zitting is besproken blijkt dat er op dit moment nog veel onduidelijkheid bestaat over de toekomst ten aanzien van wonen en werk en dat betrokkene ondersteuning, toezicht en begeleiding door de reclassering en Kairos nodig heeft op de gebieden wonen, werk en psychosepreventie. Hij verblijft nu bij de FRIBW [instelling] maar wil graag op termijn zelfstandig wonen. Voordat hij daar aan toe is zal hij echter meer vermogen tot zelfstandigheid moeten tonen en daar is ondersteuning bij nodig. Ook heeft betrokkene een beperkte werkbelastbaarheid en is hij recent gewisseld van dagbesteding. Er is dus nog geen sprake van stabiliteit op deze twee gebieden. De stappen die hij hiervoor moet zetten kunnen leiden tot stress en psychotisch decompenseren en daarmee seksuele ontremming en een hoog risico op herhaling. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. Beëindiging van de terbeschikkingstelling, zoals betrokkene zelf heeft gevraagd, is op dit moment dan ook niet aan de orde. De vraag is vervolgens of de maatregel met één of met twee jaar moet worden verlengd. In de jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd moet worden met twee jaar. De raadsman heeft verzocht de maatregel met één jaar te verlengen als bewijs van waardering voor de gezette stappen en ter motivatie van betrokkene. De rechtbank gaat voorbij aan dit verzoek. Het is, gelet op de hierboven genoemde stappen die betrokkene nog zal moeten zetten, niet te verwachten dat binnen een jaar een beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde zal zijn, ook niet met een zorgmachtiging. Daarnaast vormt het motiveren van betrokkene geen bijzondere omstandigheid om af te wijken van het uitgangspunt. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies van de reclassering, met twee jaren verlengen. De beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Breimer, als voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. R.M.H. Pennings, als rechters in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2026. mr. J.M. Breimer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.