Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:7251

voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang

Rechtbank Gelderland 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:7251 text/xml public 2026-09-25T14:00:01 2026-09-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-09-25 ARN 26/4276 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7251 text/html public 2026-09-24T13:03:54 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:7251 Rechtbank Gelderland , 25-09-2026 / ARN 26/4276
voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/4276
<?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2026
in de zaak tussen
<?linebreak?> [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster met betrekking tot de opgelegde last onder dwangsom voor overtredingen op het perceel achter [adres] in [plaats] . Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3.1.
Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat zij er niet in slaagt om voor 28 augustus 2026 aan de opgelegde last te voldoen. Indien zij niet aan de last voldoet, verbeurt zij een dwangsom van € 5.000,- per constatering. Het lukt verzoekster niet om voor deze datum de schuilstal en de materiaalcontainer van het perceel te verwijderen. Het onmiddellijk moeten staken van het gebruik en het afbreken van de schuilstal zal leiden tot een acute, ernstige aantasting van het dierenwelzijn (vier fokmerries, waarvan er drie drachtig zijn).
3.2.
Het college heeft de voorzieningenrechter op 27 augustus 2026 geïnformeerd dat de begunstigingstermijn is verlengd tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Daarmee wordt voldaan aan de wens van verzoekster om de last onder dwangsom tijdelijk op te schorten.
3.3.
Gelet op het verlengen van de begunstigingstermijn door het college en het feit dat verzoekster, ondanks verzoeken daartoe, niet nader heeft onderbouwd welk spoedeisend belang zij nog heeft, zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen