Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:7278

Afwijzing aanvraag WIA. Het beroep is ongegrond. Het medisch onderzoek is zorgvuldig verricht en de belastbaarheid van eiseres is juist vastgesteld. Het rapport van de door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts geeft geen aanleiding om aan de medische beoordeling door de (verzekings)artsen van het UWV te twijfelen. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te be...

Rechtbank Gelderland 2 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:7278 text/xml public 2026-10-02T15:29:58 2026-09-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-09-28 ARN 25/885 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7278 text/html public 2026-09-30T15:24:24 2026-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:7278 Rechtbank Gelderland , 28-09-2026 / ARN 25/885
Afwijzing aanvraag WIA. Het beroep is ongegrond. Het medisch onderzoek is zorgvuldig verricht en de belastbaarheid van eiseres is juist vastgesteld. Het rapport van de door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts geeft geen aanleiding om aan de medische beoordeling door de (verzekings)artsen van het UWV te twijfelen. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De geduide functies zijn, uitgaande van de vastgestelde belastbaarheid geschikt. Dit wordt ook bevestigd door de door eiseres ingeschakelde arbeidsdeskundige.
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/885
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door het UWV van de aanvraag van eiseres om aan haar per 6 december 2023 (de datum in geding) een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Eiseres is het niet eens met de beslissing van het UWV dat zij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de WIA-uitkering terecht heeft geweigerd. Eiseres krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 2 mei 2024 heeft het UWV de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Wet WIA afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en heeft daarbij een deskundigenrapport ingebracht van [verzekeringsarts] en [arbeidsdeskundige] (expertise). Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en daarbij een rapport van een arts bezwaar en beroep (b&b) overgelegd. Nadien hebben [verzekeringsarts] en de arts b&b nog nader op elkaar gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres was werkzaam als terminal handling operator voor 47,62 uur per week bij Tempo-Team Uitzenden B.V. Op 8 december 2021 meldde eiseres zich ziek vanwege diverse gezondheidsklachten na een verkeersongeval. Haar dienstverband werd per 30 december 2021 beëindigd. Op 1 januari 2022 nam DHL eiseres in dienst voor dezelfde functie maar voor 40 uur per week. Eiseres ontving daarnaast ziekengeld op grond van de Ziektewet voor acht uur per week. Vanaf mei 2022 heeft eiseres in het kader van haar re-integratie geleidelijk haar werkzaamheden hervat in aangepast werk en aangepaste uren bij haar werkgever DHL. Het dienstverband van eiseres bij DHL is uiteindelijk per 10 april 2024 middels een vaststellingsovereenkomst beëindigd.
3.1.
Op 15 september 2023 heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft een verzekeringsarts medisch onderzoek verricht en de beperkingen van eiseres vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige onderzoek verricht en naar aanleiding daarvan overwogen dat eiseres niet geschikt is voor de maatgevende arbeid, maar wel voor andere passende arbeid, op grond waarvan het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres is vastgesteld op 18,40. Hierna heeft het UWV met het besluit van 2 mei 2024 de WIA-aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij per de datum in geding minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.
3.2.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en daarbij verschillende medische stukken ingediend. Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres, heeft een verzekeringsarts b&b medisch onderzoek verricht, waarna de eerder door de verzekeringsarts vastgestelde FML is aangepast met aanvullende beperkingen. Hierna heeft een arbeidsdeskundige b&b onderzoek verricht en vastgesteld dat de eerder aan eiseres voorgehouden functies nog steeds passend zijn. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres is daarbij vastgesteld op 20,21%. Hierna heeft het UWV het bestreden besluit genomen.

Zorgvuldigheid van het medisch onderzoek 4. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts b&b heeft kennis genomen van het dossier (waaronder de rapporten van de verzekeringsarts) en van de door eiseres in bezwaar ingebrachte gronden en overgelegde medische informatie. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b eiseres op de hoorzitting van 26 november 2024 gezien en aansluitend onderzocht. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt, dat zij op de hoogte is van de door eiseres in haar beroepschrift genoemde klachten en belemmeringen en dat de medische informatie die aanwezig is in het dossier betrokken is bij de medische beoordeling.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat in beroep nog een nieuw medisch feit naar voren is gekomen, namelijk de migraine. Deze medische situatie is door een arts b&b nog betrokken bij de medische beoordeling. Eiseres stelt dat [verzekeringsarts] ook heeft vastgesteld dat zij kampt met stressintolerantie, maar dat is door de arts b&b gemotiveerd niet overgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres deze aanname onvoldoende betwist. Al met al is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat het UWV is uitgegaan van een onjuiste of onvolledige gezondheidssituatie van eiseres.

Beoordeling van de belastbaarheid 5. Eiseres betwist de voor haar vastgestelde FML en stelt dat zij meer beperkt is dan door de (verzekerings)arts b&b is aangenomen. Zij verwijst in dat verband naar de expertise. Daaruit volgt dat sprake is van verdergaande beperkingen als gevolg van aanhoudende pijnklachten, vermoeidheidsklachten, slaapproblematiek, migraine en psychische klachten. Volgens [verzekeringsarts] bestaat aanleiding voor aanvullende beperkingen in het persoonlijk functioneren, de dynamische handelingen en de werktijden. In het bijzonder moet een urenbeperking van vier uur per dag en circa twintig uur per week worden aangenomen, vanwege de energetische problematiek van eiseres, als gevolg van chronische pijn en slaapstoornissen, waarbij eiseres dagelijks is aangewezen op recuperatiemomenten van circa twee tot drie uur. Op de zitting heeft eiseres in dit verband benadrukt dat zij geen volledige werkdag kan werken en na ongeveer vier à vijf uur rust nodig heeft. Dat zij na zo’n rustperiode nog iets kleins kan doen, betekent volgens eiseres niet dat daaruit kan worden afgeleid dat zij gedurende acht uur per dag belastbaar is. Eiseres wijst hierbij ook op het dagverhaal zoals dat door [verzekeringsarts] is opgetekend. Zij stelt dan ook dat zij maximaal twintig tot vijfentwintig uur per week kan werken. Eiseres heeft in dit verband op de zitting gevraagd om benoeming van een onafhankelijke deskundige die haar duurbelastbaarheid kan beoordelen. Naast de gestelde urenbeperking volgt volgens eiseres uit de expertise dat zij ook beperkt wordt geacht ten aanzien van deadlines en productiepieken, omdat stress volgens [verzekeringsarts] een uitlokkende factor vormt voor migraineklachten. Ook moet er een nadere beperking ten aanzien van traplopen worden aangenomen, in die zin dat het traplopen uitsluitend met een dubbel houvast mogelijk is.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de medische belastbaarheid van eiseres op de datum in geding in de rapporten op inhoudelijk overtuigende wijze is gemotiveerd. De verzekeringsarts b&b heeft overwogen dat uit de medische informatie volgt dat de beenklachten van eiseres sinds ongeveer augustus 2023 niet meer zijn gewijzigd en de door de verzekeringsarts aangenomen beperkingen voor de beenbelasting in stand kunnen blijven. Wel heeft de verzekeringsarts b&b aanleiding gezien om aanvullende beperkingen aan te nemen ten aanzien van knielen en hurken (niet mogelijk), tillen (maximaal 5 kg), staan (maximaal 15 minuten aaneengesloten) en traplopen en klimmen (slechts incidenteel mogelijk). De verzekeringsarts b&b heeft geen aanleiding gezien voor verdergaande beperkingen omdat geen sprake is van een vertraagd handelingstempo en eiseres in staat is om handmatig werk en denkwerk in een normaal tempo te verrichten. Ten aanzien van psychische klachten heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat geen sprake is van een depressie, dan wel PTSS of anderszins ernstige psychopathologie en dat piekeren over de toekomst in het algemeen normaal wordt geacht als dit iemand een baan kost. De verzekeringsarts b&b ziet verder reden om eiseres niet geschikt te achten voor nachtwerk en overwerk, maar voor een urenbeperking is geen aanleiding. Daarvoor acht de verzekeringsarts b&b redengevend dat de door eiseres ervaren slaapproblemen onvoldoende medische noodzaak hiervoor vormen.
5.2.
De door eiseres ingebrachte expertise maakt niet dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de overwegingen van de (verzekerings)arts b&b niet kunnen worden gevolgd. In de kern stelt [verzekeringsarts] dat de FML op drie onderdelen zou moeten worden aangepast, namelijk op de items deadlines en productiepieken, traplopen en een urenbeperking.
5.2.1.
[verzekeringsarts] onderbouwt de door hem gestelde aanvullende beperking op het item deadlines en productiepieken door te wijzen op de migraine die uitgelokt wordt door stress. Hierover heeft de arts b&b overwogen dat eiseres bij het medisch onderzoek door de verzekeringsarts én de verzekeringsarts b&b geen migraine noch stress heeft gemeld. Ook noemt zij migraine niet als reden waarom zij geen deadlines aan zou kunnen. Ook wordt stress als factor niet benoemd. Ook volgt uit de anamnese in bezwaar geen stressintolerantie. In de huisartsverslagen staan twee consulten vermeld voor migraine. Hierbij is aangegeven dat eiseres zich heeft gemeld omdat ze meer aanvallen ervaart maar dat ze hiermee wel kan werken. Ook meldt zij bij het vervolgconsult dat de frequentie weer is afgenomen. De rechtbank is van oordeel dat de arts b&b navolgbaar heeft overwogen dat geen sprake was van zodanige klachten dat hiervoor aanvullende beperkingen moesten worden aangenomen. Daarbij is van belang dat eiseres met deze klachten heeft kunnen doorwerken, geen sprake is geweest van ziekteverzuim en het gebruik van medicatie bij een migraine aanval een goed effect had. [verzekeringsarts] vermeldt in zijn rapport weliswaar dat een beperking is aangewezen op het item deadlines of productiepieken, maar naar het oordeel van de rechtbank is deze conclusie in het licht van de objectieve medische informatie in het rapport onvoldoende onderbouwd.
5.2.2.
Met betrekking tot traplopen heeft de arts b&b overwogen dat uit het rapport van de orthopeed blijkt dat bij eiseres sprake is van instabiliteitsklachten van de linkerknie en dat daarom een reguliere trapleuning voldoende is. Eiseres heeft ook niet aangegeven tijdens het spreekuur in bezwaar dat zij een dubbel houvast nodig heeft. Omdat er alleen sprake is van discrete instabiliteitsklachten van de linkerknie is één trapleuning volgens de arts b&b voldoende. Daar komt nog bij dat het traplopen niet voortkomt bij de geduide functies. De rechtbank ziet daarom in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om de arts b&b op dit punt niet te volgen. Daarbij betrekt de rechtbank dat in het rapport van [verzekeringsarts] alleen bij de anamnese is vermeld ‘traplopen met dubbel houvast’. Voor de conclusie dat dat medisch objectiveerbaar volgt uit de been- en knieklachten van eiseres is geen aanknopingspunt te vinden.
5.2.3.
Ten aanzien van de door [verzekeringsarts] geadviseerde urenbeperking heeft de arts b&b overwogen dat uit het dagverhaal van eiseres niet volgt dat sprake is van verminderde energetische belastbaarheid. Hieruit blijkt namelijk dat zij gedurende ongeveer acht uur per dag actief is. De arts b&b geeft aan dat eiseres vroeg in de ochtend (om 4 uur) wakker wordt en vervolgens gedurende een groot deel van de dag actief is met onder meer sporten, het uitlaten van de hond, lezen, huishoudelijke werkzaamheden, koken en andere dagelijkse activiteiten. Volgens de arts b&b volgt hieruit dat eiseres, ook al gaat zij rond twee uur ’s middags rusten, gedurende acht uur per dag belastbaar is voor activiteiten. En ook na de rustperiode is eiseres weer meerdere uren actief. De rechtbank kan deze motivering volgen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het hiervoor beschreven dagverhaal gebaseerd is op wat eiseres zelf tijdens het spreekuur in bezwaar in het kader van de anamnese heeft verklaard. Dat het dagverhaal dat eiseres bij het onderzoek door [verzekeringsarts] heeft opgegeven, wat ongeveer een jaar later heeft plaatsgevonden, onmiskenbaar minder uitgebreid is, kan hier niet aan afdoen. [verzekeringsarts] baseert zijn advies verder op de gestelde slaapproblemen en chronische pijn, maar voor de rechtbank is onduidelijk waarom die klachten, die ook niet worden ontkend door het UWV, tot zo’n verdergaande urenbeperking moeten leiden. Het enkele feit dat eiseres, zoals [verzekeringsarts] ook nog schrijft, heeft aangegeven dat een volledige werkweek na re-integratie niet haalbaar is gebleken, leidt niet tot een ander oordeel, omdat niet is gebleken dat dit werk past binnen de belastbaarheid van eiseres. Wat eiseres op de zitting aanvullend heeft aangevoerd over haar beperkte energie en haar behoefte aan rust na enkele uren, geeft daarom geen aanleiding om aan te nemen dat de arts b&b van een onjuist beeld is uitgegaan.
5.3.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Onafhankelijke deskundige 6. Nu de rechtbank geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling, ziet de rechtbank geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het verzoek van eiseres wordt daarom afgewezen.

Geschiktheid voor de geduide functies 7. Eiseres stelt dat de geduide functies niet geschikt zijn, omdat de daarin voorkomende urenomvang haar belastbaarheid overschrijdt. Zoals hiervoor is overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en bestaat er geen aanleiding voor een verdergaande urenbeperking. Uitgaande van die belastbaarheid zijn de geduide functies geschikt voor eiseres. Overduin heeft dat overigens ook bevestigd.
Conclusie en gevolgen
8. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht heeft geweigerd aan eiseres met ingang van de datum in geding een WIA-uitkering toe te kennen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mamedova, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2026

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoge beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Het rapport van 15 december 2025.

Het rapport van 6 mei 2026, met contraseign van een verzekeringsarts b&b.

Het rapport en de FML van 15 maart 2024.

Het rapport van 29 april 2024.

Het rapport van 26 november 2024, aangevuld op 10 december 2024 en de FML van 26 november 2024.

Het rapport van 19 december 2024. De functies van archiefmedewerker (sbc-code: 553020), directie secretaresse (sbc-code: 515020) en productiemedewerker industrie (sbc-code: 111180) plus twee reservefuncties van belastingambtenaar deskundige (sbc-code: 532030) en administratief ondersteunend medewerker (sbc-code: 315100)).

PTSS = posttraumatische stress stoornis.

Artikel delen