Poging tot afpersing Roermond. Integrale vrijspraak medeplegen dan wel medeplichtigheid aan poging tot afpersing.
Rechtbank Limburg 30 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:7850
Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-07-2026
Datum publicatie
30-07-2026
Zaaknummer
03.164364.25
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBLIM:2026:7850text/xmlpublic2026-07-30T16:06:262026-07-30Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2026-07-2803.164364.25UitspraakEerste aanleg - meervoudigNLRoermondStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:7850text/htmlpublic2026-07-30T15:11:462026-07-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2026:7850 Rechtbank Limburg , 28-07-2026 / 03.164364.25 Poging tot afpersing Roermond. Integrale vrijspraak medeplegen dan wel medeplichtigheid aan poging tot afpersing.
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.164364.25 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 juli 2026 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
wonende te [adres] . 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 juli 2026. De verdachte is verschenen. De officier van justitie en de verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. T.R.S. Franssen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.192647.25. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: op 29 oktober 2024 te Roermond al dan niet samen met (een) ander(en) door geweld en bedreiging met geweld heeft geprobeerd [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van geld, dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. 3De beoordeling van het bewijs3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de poging tot afpersing. 3.2 Het standpunt van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij wist dat de medeverdachte [medeverdachte 1] geld terug wilde halen van aangever [benadeelde] , maar dat er niet besproken is hoe hij dit ging doen. De verdachte is meegegaan naar de woning van [benadeelde] , maar hij heeft beneden gewacht. Hij heeft dus geen rol gehad in de afpersing. 3.3 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en het door de rechtbank vertaalde standpunt van de verdachte, het primair ten laste gelegde medeplegen aan de poging afpersing niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank staat vervolgens voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de poging tot afpersing (subsidiair). Daarbij is het volgende van belang. Medeplichtigheid is het bevorderen of gemakkelijk maken van andermans strafbaar handelen, oftewel hulp bieden aan de dader bij het begaan van een misdrijf. Van medeplichtigheid kan alleen sprake zijn als er sprake is van dubbel opzet: de medeplichtige dient opzet te hebben op de ondersteunende handeling die hij verricht én hij dient opzet te hebben – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op het gronddelict, in dit geval de poging tot afpersing. De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af. Op 19 oktober 2024 is de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] naar de woning van [benadeelde] in Roermond gegaan. De verdachte was door de medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld om mee te gaan om het geld terug te halen dat aangever [benadeelde] buit had gemaakt bij een overval op de schoonvader van medeverdachte [medeverdachte 1] . De verdachte is de centrale hal van de flatwoning van [benadeelde] binnen gegaan en tegen een omstander heeft gezegd dat hij naar buiten moest gaan. De verdachte is niet samen met de medeverdachten meegegaan de trap op naar het appartement van [benadeelde] . De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat [medeverdachte 1] [benadeelde] zou gaan afpersen of dat er geweld zou worden gebruikt. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte wél wetenschap had van een vooropgezet plan tot afpersen met geweld en bedreiging met geweld van de aangever, waarbij hij bereid zou zijn geweest om ter uitvoering van dat plan ondersteunende handelingen te verrichten. De handelingen van de verdachte zijn daarmee ook in lijn, nu hij zich enkel kortdurend bij de voordeur van de centrale hal heeft begeven, tegen een omstander heeft gezegd dat hij naar buiten moet gaan en verder niets heeft gedaan ter bevordering van het gronddelict. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen vaststellen dat de verdachte het dubbel opzet, zoals als hiervoor bedoeld, had op de poging tot afpersing van [benadeelde] . De rechtbank acht daarom het subsidiair ten laste gelegde evenmin bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. 4De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel4.1 De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 3.198,88. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten: eigen risico: € 198,88 immateriële schade: € 3.000,- De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 5De beslissing De rechtbank: Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Benadeelde partij verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. A. K. Kleine, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 juli 2026. Buiten staat
Mr. Kessels en mr. Kleine zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een bedrag van ongeveer 5600 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), welk geweld en/of welke edreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- naar het appartementencomplex van die [benadeelde] zijn gelopen, -(vervolgens) het appartementencomplex zijn binnengedrongen,
-(vervolgens) die [benadeelde] een kopstoot heeft gegeven,
-(vervolgens) die [benadeelde] ertoe hebben gezet om de voordeur van zijn appartement te openen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] de toegang tot andere ruimtes te hebben ontzegd, en/of
- ( vervolgens) in de woning meermalen te hebben gevraagd tot afgife van geld, waarbij door verdachte meermaals werd geroepen dat hij die [benadeelde] iets ging aandoen en/of dat hij de woning zou afbreken indien hij het geld niet kreeg,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een bedrag van ongeveer 5600 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- zich heeft begeven naar het appartementencomplex van die [benadeelde] ,
- ( vervolgens) het appartementencomplex van die [benadeelde] is binnengedrongen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] een kopstoot heeft gegeven,
- ( vervolgens) een ander persoon uit het pand heeft verwijderd,
- ( vervolgens) die [benadeelde] ertoe heeft gezet om de voordeur van zijn appartement te openen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] de toegang tot andere ruimtes heeft ontzegd en/of
- ( vervolgens) in de woning van die [benadeelde] meermalen aan die [benadeelde] heeft gevraagd om over te gaan tot afgifte van het geldbedrag en hierbij meerdere malen heeft geroepen tegen die [benadeelde] dat hem iets wordt aangedaan en/of dat de woning van die [benadeelde] wordt afgebroken indien die [benadeelde] niet overgaat tot afgifte van het geldbedrag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- een appartementencomplex binnen te dringen,
- ( vervolgens) een ander persoon uit het appartementencomplex te verwijderen en/of