Niet-ontvankelijk na spoorwissel geen exploot uitgebracht.
Rechtbank Limburg 1 October 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:9470
Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
07-09-2026
Datum publicatie
01-10-2026
Zaaknummer
12372678 CV EXPL 26-4849
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBLIM:2026:9470text/xmlpublic2026-10-01T09:17:382026-09-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2026-09-2312372678 CV EXPL 26-4849UitspraakBodemzaakNLMaastrichtCiviel recht; Burgerlijk procesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9470text/htmlpublic2026-10-01T09:17:132026-10-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2026:9470 Rechtbank Limburg , 23-09-2026 / 12372678 CV EXPL 26-4849 Niet-ontvankelijk na spoorwissel geen exploot uitgebracht.
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12372678 CV EXPL 26-4849 Vonnis van 23 september 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonend te [plaats 1] ,2. [eiser 2],
wonend te [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
procederend in persoon, tegen
[gedaagde]
,
wonend te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 24 juni 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten2.1.
[eisers] hebben op 1 juni 2026 een verzoekschriftprocedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Bij beschikking van 24 juni 2026 heeft de kantonrechter bepaald dat de procedure moet worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en de zaak verwezen naar de rolzitting van woensdag 29 juli 2026 om 10.00 uur. 2.2.
[eisers] zijn verschenen op de rolzitting van 29 juli 2026 en zijn daar nogmaals in de gelegenheid gesteld gedaagde per exploot op te roepen voor de rol van 26 augustus 2026. Dit hebben [eisers] niet gedaan. 3De beoordeling3.1. Uit artikel 69 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat als een procedure met een verzoekschrift is ingeleid in plaats van met een dagvaarding, de rechter de aanlegger beveelt binnen een door de rechter te bepalen termijn op kosten van de aanlegger het stuk waarmee de procedure is ingeleid, te verbeteren of aan te vullen. [eisers] zijn (twee keer) in de gelegenheid gesteld om [gedaagde] te per exploot op te roepen, uiterlijk op de rol van 26 augustus 2026. Dat hebben [eisers] niet gedaan. 3.2. Nu [eisers] geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid [gedaagde] bij exploot op te roepen, zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard. Daardoor komt de kantonrechter niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van hetgeen [eisers] hebben gesteld. 3.3.
[eisers] zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil. 4De beslissing De kantonrechter 4.1. verklaart [eisers] niet-ontvankelijk, 4.2. veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.