Huurrecht - regeling met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming.
Rechtbank Limburg 29 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:9751
Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-09-2026
Datum publicatie
29-09-2026
Zaaknummer
12211622 CV EXPL 26-2261
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBLIM:2026:9751text/xmlpublic2026-09-29T15:37:212026-09-14Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2026-09-1612211622 CV EXPL 26-2261UitspraakBodemzaakNLRoermondCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9751text/htmlpublic2026-09-25T09:05:542026-09-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2026:9751 Rechtbank Limburg , 16-09-2026 / 12211622 CV EXPL 26-2261 Huurrecht - regeling met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming.
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12211622 CV EXPL 26-2261 Vonnis van 16 september 2026 in de zaak van
[verhuurder] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , tegen
[huurder] , H.O.D.N. [bedrijf ],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 12 augustus 2026 met productie(s) van [verhuurder]- de mondelinge behandeling van 25 augustus 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten2.1.
[verhuurder] verhuurt met ingang van 1 februari 2025 aan [huurder] de woning aan het [adres 1] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 1.000,00 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. Daarnaast verhuurt [verhuurder] met ingang van 1 februari 2025 aan [huurder] een opslagruimte aan het [adres 2] . De huurovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de huurovereenkomst van de woning aan [adres 1] . Dat betekent dat indien die huurovereenkomst eindigt, deze huurovereenkomst ook eindigt.
De huur bedraagt € 300,00 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.3.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. [verhuurder] heeft [huurder] aangemaand op 20 februari 2026 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 3Het geschil3.1.
[verhuurder] vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 13.700,00 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2.
[verhuurder] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens [verhuurder] de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3.
[huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij alles wil betalen en niet gemakkelijk een andere huurwoning kan vinden. 4De beoordeling Huurachterstand en ontbinding 4.1.
[huurder] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met juli 2026 berekend is op een bedrag van € 13.700,00. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. 4.2.
[huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen vanaf 24 april 2026. 4.3. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst. Regeling met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming 4.4. Bij de mondelinge behandeling is namens [verhuurder] verschenen dhr. [persoon 1] , bijgestaan door dhr. [persoon 2] namens [gemachtigde] . Daarnaast is dhr. [huurder] verschenen. 4.5. Met betrekking tot het in deze zaak gevorderde, zijn partijen overeengekomen dat de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken, namelijk voor het geval [huurder] in strijd handelt met een van de volgende bepalingen: a. Berekend tot en met de maand juli 2026 is sprake van een betalingsachterstand van € 13.700,00. [huurder] zal dit bedrag en de bijkomende proceskosten ad
€ 2.638,46 (zie rechtsoverweging 4.8.) in termijnen aflossen. Ter aflossing van de huurachterstand en de proceskosten zal [huurder] ingaande september 2026 telkens uiterlijk op de laatste dag van iedere maand een bedrag betalen van minimaal € 500,00 per maand op [rekeningnummer] t.n.v. [gemachtigde] o.v.v. het dossiernummer: [dossiernummer] .
De lopende huur van op dit moment in totaal € 1.300,00 per maand wordt door [huurder] stipt betaald - telkens uiterlijk op de laatste dag van iedere maand wordt de huur van die maand voldaan - beginnend met de huur over augustus 2026, eveneens op het onder b vermelde rekeningnummer met onder vermelding van het dossiernummer.
(De gemachtigde van) [verhuurder] zal niet overgaan tot ontruiming van het gehuurde als [huurder] deze regeling nakomt. 4.6. Gelet op de gemaakte afspraken tussen partijen wordt de huurovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. Als [huurder] zich aan de regeling houdt en de lopende huur betaalt, blijft de huurovereenkomst dus bestaan. 4.7. Als de huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [huurder] de aflossing en/of de lopende huur niet op tijd betaalt, moet hij het gehuurde en met al zijn spullen verlaten. De kantonrechter acht een ontruimingstermijn van 14 dagen redelijk. 4.8. Partijen zijn overeengekomen dat [huurder] de de proceskosten (inclusief nakosten) zal betalen en dat de proceskosten in dit vonnis worden begroot. De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 126,46 - griffierecht € 1.504,00 - salaris gemachtigde € 864,00 (2 punten × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.638,46 5De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt, voorwaardelijk, enkel voor het geval een of meer van de hiervoor onder 4.5. sub b en c genoemde verplichtingen niet wordt nagekomen door [huurder], de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten met betrekking tot het gehuurde aan het [adres 1] en het gehuurde aan het [adres 2] , 5.2. veroordeelt [huurder] , voorwaardelijk, enkel voor het geval een of meer van de hiervoor onder 4.5. sub b en c genoemde verplichtingen niet wordt nagekomen door [huurder], om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis beide onder punt 6.1. gehuurde panden te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [verhuurder] zijn, en de sleutels af te geven aan [verhuurder] , 5.3. veroordeelt [huurder] , voorwaardelijk, enkel voor het geval een of meer van de hiervoor onder 4.5. sub b en c genoemde verplichtingen niet wordt nagekomen door [huurder], om te betalen aan (de gemachtigde van) [verhuurder] :
- € 13.700,00 aan achterstallige huur tot en met juli 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 april 2026 tot de dag van voldoening,
- € 1.000,00 per maand vanaf augustus 2026 aan huur met betrekking tot het gehuurde aan het [adres 1] , dan wel - indien en voor zover de voorwaarde voor de ontbinding effect sorteert - gebruiksvergoeding tot het tijdstip van een eventuele ontruiming,
- € 300,00 per maand vanaf augustus 2026 aan huur met betrekking tot het gehuurde aan het [adres 2] , dan wel - indien en voor zover de voorwaarde voor de ontbinding effect sorteert - gebruiksvergoeding tot het tijdstip van een eventuele ontruiming, 5.4. veroordeelt [huurder] , voorwaardelijk, enkel voor het geval een of meer van de hiervoor onder 4.5. sub b en c genoemde verplichtingen niet wordt nagekomen door [huurder], in de proceskosten van € 2.638,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.