ECLI:NL:RBMNE:2026:4217text/xmlpublic2026-08-03T13:44:122026-07-13Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-07-07UTR 25/2864UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLUtrechtBestuursrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4217text/htmlpublic2026-08-03T13:43:382026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:4217 Rechtbank Midden-Nederland , 07-07-2026 / UTR 25/2864 BIZ-bijdrage. Ongegrond.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/2864 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser, (gemachtigde: M. Lenting) en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Koopmans). Procesverloop 1.1 In de beschikking van 30 april 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Verordening bedrijveninvesteringszone [plaats] Centrum 2023-2027 (de verordening) aan eiser als eigenaar van het object [adres] in [plaats] (het object) een aanslag bedrijveninvesteringszones-bijdrage (BIZ-bijdrage) voor belastingjaar 2024 opgelegd van € 400,-. 1.2 Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 18 februari 2025 (verzonden 14 oktober 2025) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de zitting van 8 juni 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Gemachtigde van eiser en eiser zelf zijn niet verschenen, zonder bericht van verhindering. Overwegingen 2. Eiser voert aan dat het betreffende winkelpand al langere tijd leeg staat. Het pand mag niet verhuurd worden op uitdrukkelijk verbod van de gemeente Stichtse Vecht, vanwege de brandveiligheid. Daarnaast kan het pand niet verhuurd worden gezien het feit dat het beschadigd is door een lekkage op de bovenverdieping. Het verbouwen brengt zoveel kosten met zich mee dat eiser het financieel niet zal kunnen dragen. Eiser verzoekt dan ook de aanslag kwijt te schelden of te matigen, aangezien eiser onevenredig wordt geraakt door oplegging van deze aanslag. 3. De heffingsambtenaar geeft aan dat op grond van artikel 2 van de verordening onder de naam BIZ-bijdrage jaarlijks een directe belasting wordt geheven ter zake van binnen de BIZ-zone gelegen objecten die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt in beginsel geheven van de gebruiker van het object. Dat is alleen anders als het object bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent. Dan wordt de BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar van het object. De door eiser aangevoerde omstandigheden komen voor zijn rekening en risico. Hij kan deze zelf opheffen. Het doet niets af aan de belastingplicht. Eiser is eigenaar van zowel de winkel als de twee bovenwoningen en heeft als eigenaar de mogelijkheid om één en ander zodanig te wijzigen of aan te passen dat het voor gebruik en verhuur geschikt gemaakt kan worden. Matiging van de aanslag is niet mogelijk, artikel 7 van de verordening bepaalt dat de BIZ-bijdrage een vast bedrag per jaar is en dat deze afhankelijk is van de hoogte van de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is vastgesteld op € 313.000,- en daarmee bedraagt de BIZ-bijdrage voor belastingjaar 2024 € 400,-. 4. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen en is dan ook van oordeel dat de aanslag terecht en voor het juiste bedrag is opgelegd op grond van de verordening. De vrijstellingen van artikel 6 van de verordening zijn op het object van eiser niet van toepassing. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Van een vergoeding van de proceskosten en/of het griffierecht is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Gemeenteblad 2023, 122442, zie Overheid.nl > Officiele bekendmakingen.