Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:4942

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. De verdachte en de twee medeverdachten hebben het slachtoffer, terwijl hij buiten lag te slapen bij de (nacht)opvang voor daklozen, meermalen op het hoofd en lichaam geslagen met een stok en een voorwerp en zij hebben het slachtoffer meermalen geschopt. De verdachte heeft eerst toegekeken naar hoe...

Rechtbank Midden-Nederland 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:4942 text/xml public 2026-07-31T13:58:49 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-31 16/367017.24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4942 text/html public 2026-07-30T09:26:23 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:4942 Rechtbank Midden-Nederland , 31-07-2026 / 16/367017.24
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. De verdachte en de twee medeverdachten hebben het slachtoffer, terwijl hij buiten lag te slapen bij de (nacht)opvang voor daklozen, meermalen op het hoofd en lichaam geslagen met een stok en een voorwerp en zij hebben het slachtoffer meermalen geschopt. De verdachte heeft eerst toegekeken naar hoe de medeverdachten hevig geweld uitoefenden en heeft het slachtoffer daarna drie of vier keer geschopt. Na de geweldsexplosie lopen de drie verdachten weg en laten het slachtoffer, hevig bloedend, in hulpeloze toestand achter. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/367017-24

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984, geboorteplaats onbekend,

ingeschreven op het adres [adres] , [plaats] in Polen,

nu zonder vaste woon- of verblijfplaats,

hierna: de verdachte.
<nr>1</nr>Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 juli 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. M.J. van Aalderen;

de advocaat van de verdachte: mr. D.T.J. Jaspers (waarnemend voor mr. J.S. Dobosz) (hierna: de advocaat).
<nr>2</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

primair: op 17 juli 2024 in Utrecht samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, door hem meerdere keren met een stok en/of metalen voorwerp op het hoofd en/of lichaam te slaan en meerdere keren tegen het hoofd en/of lichaam te slaan en schoppen;

subsidiair: ten laste gelegd als zware mishandeling;

meer subsidiair: ten laste gelegd als poging tot zware mishandeling:

meest subsidiair: ten laste gelegd als mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
<nr>3</nr>Bewijs 3.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire feit (poging tot zware mishandeling) heeft gepleegd.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primaire feit (poging tot moord/doodslag) en het subsidiaire feit (zware mishandeling).
3.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank primair om de verdachte integraal vrij te spreken, omdat niet vastgesteld kan worden dat hij de persoon op de beelden is. Subsidiair verzoekt de advocaat om de verdachte vrij te spreken van het primaire feit (poging tot moord/doodslag), het subsidiaire feit (zware mishandeling) en het meest subsidiaire feit (mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg). De advocaat voert ten aanzien van het meer subsidiaire feit – zo begrijpt de rechtbank – alleen verweer over het bewijs ten aanzien van het medeplegen.

De verweren van de advocaat over het bewijs worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 4.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak

De rechtbank oordeelt dat het primaire feit (poging tot moord/doodslag) en het subsidiaire feit (zware mishandeling) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de advocaat komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
3.3.2.
Bewijsmiddelen meer subsidiaire feit

De rechtbank oordeelt dat het meer subsidiaire feit (poging tot zware mishandeling) is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.3.
Bewijsoverwegingen

Herkenning van de verdachte

De advocaat voert aan dat de betrokkenheid van de verdachte enkel steunt op de herkenningen door de verbalisanten op de beelden en dat er verder geen objectieve bewijsmiddelen in het dossier zitten voor de aanwezigheid van de verdachte. De herkenningen door de verbalisanten bevatten onvoldoende concrete aanknopingspunten en/of zijn gebaseerd op motieven waar zich kansen op vergissingen voor kunnen doen en/of zijn opgemaakt terwijl de verbalisanten beschikten over voorkennis. Het verwijzen naar de tatoeage van de verdachte, terwijl deze veelal wazig in beeld is, is onvoldoende.

De rechtbank oordeelt, in afwijking van het standpunt van de advocaat, dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op de camerabeelden te zien is als de dader. De verdachte is door twee verbalisanten herkend en een derde verbalisant heeft een vergelijking gemaakt tussen een foto van de verdachte bij zijn aanhouding en de beelden van het incident. Verbalisant [verbalisant] herkent de verdachte, omdat zij hem twee keer, kort voor het zien van de beelden, heeft gezien tijdens haar dienst, tijdens een aanhouding en op de cellengang. De verbalisant beschrijft ook waaraan zij de verdachte herkent. Verbalisant [verbalisant] herkent de verdachte mede aan de hand van zijn opvallende tatoeage op zijn onderarm. Verbalisant [verbalisant] stelt vast dat verdachte 3 op de beelden de verdachte moet zijn, gelet op de opvallende tatoeage en de opvallende sandalen op de foto bij aanhouding en op de beelden. De rechtbank oordeelt dat de herkenningen en vergelijking van de verbalisanten, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende specifieke en identificerende elementen bevatten op basis waarvan zij de verdachte herkend kunnen hebben op de beelden. De rechtbank heeft verder geen reden om aan de betrouwbaarheid van hun herkenningen en vergelijking te twijfelen.

Medeplegen

De advocaat voert aan dat de verdachte moet worden vrijgesproken van medeplegen. Hoewel de verdachte meedeed aan het geweld en drie of vier keer heeft geschopt, is er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met de twee medeverdachten. De verdachte komt hen pas kort voor het incident tegen, wat een van de medeverdachten heeft bevestigd en hij doet aan het begin niet mee aan het geweld. De verdachte spreekt en verstaat bovendien geen Nederlands, waardoor hij de medeverdachten waarschijnlijk niet kon verstaan.

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de twee medeverdachten samen komen aanlopen bij het slapende slachtoffer. De twee medeverdachten halen direct met kracht uit met de stok en het voorwerp dat zij in hun handen hebben, richting het hoofd en lichaam van het slachtoffer. De verdachte komt enkele seconden later in beeld. Hij blijft eerst op een kleine afstand staan en komt daarna dichterbij. Nadat de twee medeverdachten al fors geweld hebben uitgeoefend op het slachtoffer, gaat de verdachte meedoen en schopt hij het slachtoffer meerdere malen. Het handelen van de medeverdachten is dusdanig gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat de verdachte, door toe te kijken en vervolgens ook te schoppen, deelneemt aan de gezamenlijke uitvoering daarvan. Daarnaast zijn de verdachte en de medeverdachten na de geweldshandelingen samen vertrokken. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op deze omstandigheden, sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering van het delict. De rechtbank verwerpt dit verweer van de advocaat.
3.4.
Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

meer subsidiair

op 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meermalen met een stok en/of een voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en

- meermalen heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
<nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 4.1.
Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van een poging tot zware mishandeling.
4.2.
Strafbaarheid feit en de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
<nr>5</nr>Straf 5.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 maanden.
5.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, de verdachte een aanzienlijk kleinere rol in het incident heeft gehad dan de medeverdachten. De bijdrage van de verdachte is kleiner: hij kijkt eerst toe, heeft geen voorwerp en schopt enkel een aantal keer. Verder wijst de advocaat op het strafblad van de verdachte. Hoewel daaruit blijkt dat sprake is van herhaling, moet er ook rekening mee worden gehouden dat deze zaak meegenomen kunnen worden bij eerdere strafzaken. Tot slot verzoekt de advocaat de rechtbank om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en wijst hij erop dat de verdachte al enige tijd niet in aanraking is geweest met politie en justitie.
5.3.
Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De verdachte en de medeverdachten hebben het slachtoffer omsingeld, terwijl hij in een hoekje lag te slapen. De medeverdachten droegen een capuchon en gezichtsbedekkende kleding. Zij hadden een stok en een onbekend gebleven voorwerp mee als wapens. Op de beelden is te zien dat de medeverdachten direct nadat zij aan komen lopen grof geweld uitoefenen op het slapende slachtoffer. De medeverdachten halen met kracht uit met de stok en het voorwerp richting het hoofd en het lichaam van het slachtoffer. Op de beelden is te zien dat de verdachte vervolgens het slachtoffer drie of vier keer schopt. Na deze geweldsexplosie lopen de drie verdachten weg en laten het slachtoffer, hevig bloedend, in hulpeloze toestand achter. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van de verdachte van 8 april 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder voor een geweldsfeit, te weten openlijke geweldpleging, is veroordeeld. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

Strafkader

Gelet op de aard en de ernst van het feit, kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan een gevangenisstraf. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank de intensiteit van het geweld en de kwetsbaarheid van het slachtoffer mee. Het is geenszins aan de verdachte te danken dat er geen zwaar lichamelijk letsel is ingetreden. De rechtbank weegt ook mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij een kleiner aandeel heeft gehad in de mishandeling. De verdachte doet eerst niet mee, hij had geen voorwerp bij zich als wapen en – zonder af te doen aan de ernst daarvan in het algemeen – schopt hij een beperkt aantal keer ten opzichte van het geweld dat door de medeverdachten wordt uitgeoefend. De rechtbank houdt in strafverminderende zin ook rekening met het tijdsverloop.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf de strafdoelen van vergelding en algemene preventie op de voorgrond laten staan, ook om te benadrukken dat het handelen van de verdachte absoluut onaanvaardbaar is en ter bescherming van de maatschappij.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 4 maanden.

De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank oordeelt dat met de op te leggen straf de strafdoelen van vergelding en preventie voldoende worden gediend.
<nr>6</nr>Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 45, 47, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
<nr>7</nr>De beslissing
De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart feit het primaire feit en het subsidiaire feit niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. K. de Meulder en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven

- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of hoofdletsel en/of blijvende littekens aan het hoofd, heeft toegebracht, door

- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal te slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door

- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal te slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of hoofdletsel en/of blijvende littekens aan het hoofd ten gevolge heeft gehad.

Bijlage II: Bewijsmiddelen

- het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de beschrijving van de camerabeelden;

Op 17 juli 2024 lag het slachtoffer lag te slapen bij de ingang van het bedrijf [bedrijf] aan de Koningin Wilhelminalaan in Utrecht. Het bedrijf leverde de camerabeelden, van de camera die gericht staat op de ingang. De tijd welke staat weergegeven komt overeen met de daadwerkelijke tijd.

17 juli 2024 om 01:27:50 uur:

Ik zie op de beelden dat het slachtoffer ligt te slapen voor de ingang.

17 juli 2024 om 01:27:54 uur:

Ik zie op de beelden de 3 verdachten aan komen lopen. Ik zie dat ze alle 3 in het zwart gekleed zijn.

- Verdachte 1 is met capuchon en zwart gekleed (de rechtbank: verdachte 1 wordt later herkend als medeverdachte [medeverdachte 1] )

- Verdachte 2 is geheel zwarte gekleed met stok en bivakmuts (de rechtbank: verdachte 2 wordt later herkend als medeverdachte [medeverdachte 2] )

- Verdachte 3 is met de rugzak met zwart en wit (de rechtbank: verdachte 3 wordt later herkend als de verdachte)

17 juli 2024 om 01:27:55 uur:

Ik zie dat alle 3 de verdachten het slachtoffer benaderen. Deze heeft niks door en ligt gewoon te slapen. Ik zie dat verdachte 1 een metaalkleurig voorwerp in zijn linker hand heeft. Verdachte 2 heeft in zijn rechterhand een lange stok. Deze werd later in meerdere delen aangetroffen op de plaats delict.

17 juli 2024 om 01:27:57 uur:

Ik zie dat terwijl het slachtoffer nog steeds ligt te slapen verdachte 2 direct uithaalt met de stok en gelijk het slachtoffer slaat.

17 juli 2024 om 01:27:57 uur:

Ik zie dat verdachte 1 ook het slachtoffer nadert terwijl deze nog steeds ligt te slapen. Verdachte 3 blijft een beetje op afstand staan.

17 juli 2024 om 01:27:57 uur:

Ik zie dat zowel verdachte 1 en verdachte 2 op het slachtoffer in beginnen te slaan. Verdachte 1 slaat het slachtoffer met het voorwerp. Verdachte 2 slaat het slachtoffer met de stok.

17 juli 2024 om 01:27:58 uur:

Ik zie op de beelden dat het slachtoffer wakker word. Verdachte 1 en verdachte 2 slaan nog steeds het slachtoffer. Verdachte 3 staat iets op afstand.

17 juli 2024 om 01:28:04 uur:

Ik zie verdachte 1 en verdachte 2 meermaals op het slachtoffer in slaan. Ik zie dat de stok van verdachte 2 al is afgebroken en daardoor korter is geworden. Verdachte 3 voegt zich dichterbij het incident.

17 juli 2024 om 01:28:06 uur:

Ik zie dat het slachtoffer meer in de hoek kruipt. Verdachte 2 blijft slaan en verdachte 1 trapt ook het slachtoffer nog.

17 juli 2024 om 01:28:10 uur:

Ik zie dat verdachte 3 zich er nu ook mee gaat bemoeien en het slachtoffer trapt.

17 juli 2024 om 01:28:16 uur:

Ik zie verdachte 3 een stap achteruit doet. Verdachte 2 pakt een stuk stok van de grond en blijft daarmee slaan. Ik zie dat het slachtoffer zichzelf in de hoek heeft geduwd. Hij kan eigenlijk niet weg. Ik zie dat hij omsingeld is door de 3 verdachten. Hij probeert zichzelf te verdedigen door van zich af te trappen.

17 juli 2024 om 01:28:20 uur:

Verdachte 1, 2 en 3 geven vervolgens het slachtoffer nog meerdere trappen. Er heeft echt een geweldsexplosie plaats gevonden op het slachtoffer.

17 juli 2024 om 01:27:55 uur:

Ik zie dat ook verdachte 3 af en toe een trap uit deelt.

17 juli 2024 om 01:28:34 uur:

Ik zie dat de verdachten alle drie weg lopen. Verdachte 3 komt nog snel terug lopen en geeft het slachtoffer nog een trap na.

17 juli 2024 om 01:28:40 uur:

Ik zie dat alle 3 de verdachten weg lopen. Het slachtoffer blijft met een bebloed gezicht achter op de grond.

In het totaal slaat en schopt verdachte 1 het slachtoffer 18 keer.

In het totaal slaat en schopt verdachte 2 het slachtoffer 8 keer.

In het totaal trapt verdachte 3 het slachtoffer 3 of 4 keer.

- de medische informatie betreffende het slachtoffer, opgesteld door de spoedeisendehulparts, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Medische informatie betreffende:

Achternaam: [slachtoffer]

Voornaam: [slachtoffer]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1971

Uitwendig waargenomen letsel:

- hematoom linker hemi thorax;

- meerdere hematomen zichtbaar op buik (afdruk stok) en schouder rechts;

- verschillende hematomen en droog bloed op aangezicht waarbij zwelling linker zygoma;

- laceratie frontotemporaal circa 5 centimeter met kleine spuiter.

- het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 augustus 2024 zag ik, verbalisant [verbalisant] , op Bluefocus een verzoek tot herkenning naar aanleiding van een openlijke geweldpleging aan de Koningin Wilhelminalaan te Utrecht.

Ik zag een afbeelding van een man in het zwart gekleed met een zwarte rugzak met witte belettering om. Ik bekeek ook de bewegende camerabeelden van dit incident. Ik herkende deze man toen direct als zijnde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984. Ik herkende hem aan zijn uiterlijke kenmerken. Ik herkende hem namelijk aan de vorm van zijn hoofd, neus, huidskleur, stoppelbaard en de volledige zijkant van zijn gezicht. Ik zag op de camerabeelden ook dat hij een tatoeage op zijn rechteronderarm had. Ik herkende hem daar ook direct aan. Dit is een tatoeage van drie grote letters onder elkaar. Ik had [verdachte] tweemaal gezien tijdens mijn dienst.

- het proces-verbaal van bevindingen van 21 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant [verbalisant] , kreeg het verzoek om een aantal vragen te beantwoorden naar aanleiding van mijn eerdere proces-verbaal van herkenning van verdachte [verdachte] . Ik benoemde dat ik [verdachte] tweemaal eerder had gezien. Ik keek in het politiesysteem en zag dat dit de volgende twee datums betrof:

Op 24 juni 2024 hield ik [verdachte] aan. Ik bracht hem toen in het dienstvoertuig naar het arrestantencomplex te Houten.

Op 29 juli 2024 was ik werkzaam als arrestantenverzorger op de cellengang. Ik zag toen dat [verdachte] als arrestant de cellengang binnenkwam. Ik herkende hem naar aanleiding van de aanhouding van 24 juni 2024. Tijdens deze nacht verzorgde ik [verdachte] . Hij moest toen ook beoordeeld worden door een arts en ik de arts hierbij vergezeld.

- het proces-verbaal van bevindingen van 22 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 19 augustus 2024 uur keek ik, verbalisant [verbalisant] , naar screenshots van camerabeelden waarop herkenning werd gevraagd. Op de beelden waren verdachten te zien van een openlijke geweldpleging op 17 juli 2024. Verdachte 3: zwart gekleed met zwart witte rugtas.

Ik bekeek vervolgens de bewegende beelden van het incident. Ik herken de verdachte genoemd als 'verdachte 3', als zijnde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984.

Op de bewegende beelden herken ik [verdachte] aan de opvallende tatoeage op de

achterkant van zijn rechter onderarm.

- het proces-verbaal van bevindingen van 27 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb in de politiesystemen gezocht naar de gemaakte foto’s van [verdachte] ten tijde van zijn aanhouding op 29 juli 2024. Ik heb deze foto’s vergeleken met de beelden van verdachte 3 ten tijde van de openlijke geweldpleging.

Zoals op de foto’s goed te zien is droeg verdachte [verdachte] zeer opvallende schoenen ten tijde van de openlijke geweldpleging. De schoenen die hij droeg ten tijde van zijn aanhouding op 29 juli 2024 vertonen zeer veel overeenkomsten. De verbalisanten verklaarden dat zij [verdachte] herkende aan zijn opvallende tatoeage op zijn rechter onderarm. Ten tijde van de openlijke geweldpleging was deze tatoeage ook duidelijk op de beelden te zien. Bij zijn aanhouding van 29 juli 2024 is deze tatoeage ook vast gelegd op de bovenstaande foto.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024226213, doorgenummerd pagina 1 tot en met 182. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Pagina 34.

Pagina 36.

Pagina 37.

Pagina 38.

Pagina 39.

Pagina 40.

Pagina 41.

Pagina 42.

Pagina 44.

Pagina 45.

Pagina 46.

Pagina 47.

Pagina 49.

Pagina 50.

Pagina 53.

Pagina 54.

Pagina 59.

Aanvullend proces-verbaal ‘Medische verklaring [slachtoffer] ’ met proces-verbaalnummer PL0900-2024226213, pagina 3.

Pagina 88.

Aanvullend proces-verbaal ‘Aanvullend PV m.b.t. herkenningen’ met proces-verbaalnummer PL0900-2024226213, pagina 13.

Aanvullend proces-verbaal met proces-verbaalnummer PL0900-2024226213, pagina 12.

Pagina 92.

Pagina 93-94.

Artikel delen