Aanneming van werk; omvang overeenkomst; gebreken; deskundigenbericht
Rechtbank Midden-Nederland 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:5093
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-08-2026
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
C/16/587769 / HL ZA 25-30
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBMNE:2026:5093text/xmlpublic2026-08-05T13:03:012026-08-02Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-07-22C/16/587769 / HL ZA 25-30UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLLelystadCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5093text/htmlpublic2026-08-05T13:02:192026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:5093 Rechtbank Midden-Nederland , 22-07-2026 / C/16/587769 / HL ZA 25-30 Aanneming van werk; omvang overeenkomst; gebreken; deskundigenbericht
RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: C/16/587769 / HL ZA 25-30 Vonnis van 22 juli 2026 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , 2. [eiser sub 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers c.s.] ,
advocaat: mr. C.W. Wernink, tegen 1 [gedaagde sub 1] , te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,3. [gedaagde sub 3],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 1] worden hierna samen genoemd: [gedaagden c.s.] ,
[gedaagde sub 3] wordt hierna genoemd: [gedaagde sub 3]
advocaat: mr. J.M. Jonkers. 1De procedure1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 30 april 2025,- de akte overlegging producties van de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] , waaronder een contra-expertise,
- de akte overlegging producties 45-54 van de zijde van [eisers c.s.] waaronder een reactie op de contra-expertise,
- de akte overlegging producties van de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] , waaronder een reactie op de reactie op de contra-expertise,- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025 waar partijen een voorlopige schikking hebben bereikt,
- de spreekaantekeningen van beide partijen van de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025,
- het verzoek van de zijde van [eisers c.s.] om de zaak weer op te brengen,
- de akte vermeerdering van eis, met daarbij productie 55,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 juni 2026,
- de aktes uitlating over de persoon van de te benoemen deskundige van beide partijen. 1.2 Op de mondelinge behandeling van 18 juni 2026 heeft [gedaagde sub 1] bezwaar gemaakt tegen de door [eisers c.s.] ingestelde vermeerdering van eis. [gedaagde sub 1] meent dat deze vermeerdering in strijd met de goede procesorde is. Mocht de vermeerdering van eis wel worden toegestaan, dan heeft [gedaagde sub 1] gevraagd zich nog bij akte te mogen uitlaten over de vermeerdering van eis. 1.3 De vermeerdering van eis wordt toegelaten en [gedaagde sub 1] wordt niet in de gelegenheid gesteld daarover nog een akte te nemen. De vermeerdering van eis vloeit direct voor uit de door [gedaagde sub 1] ingenomen standpunten en gevoerde verweren. [gedaagde sub 1] heeft voldoende gelegenheid gehad om op de eisvermeerdering te reageren. Ook op de mondelinge behandeling van 18 juni 2026 is voor [gedaagde sub 1] voldoende gelegenheid geweest te reageren. 1.4
[eisers c.s.] heeft zijn subsidiaire en meer subsidiaire vordering op de zitting van 18 juni 2026 ingetrokken. Deze vorderingen hoeven daarom hieronder niet meer te worden beoordeeld. 1.5 Ten slotte is vonnis bepaald. 2De kern van de zaak2.1
[gedaagde sub 1] heeft in opdracht van [eisers c.s.] een verbouwing uitgevoerd in en aan het huis van [eisers c.s.] . [eisers c.s.] meent dat die werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd en vraagt een door [gedaagde sub 1] te betalen vervangende schadevergoeding. [gedaagde sub 1] meent dat er niets mis is met het werk dat hij heeft verricht. De rechtbank zal een deskundige benoemen. Die deskundige moet vaststellen of het werk door [gedaagde sub 1] goed en deskundig is uitgevoerd. 3De beoordeling
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 1] zijn aansprakelijk voor eventuele verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst met [eisers c.s.] 3.1 heeft in maart 2022 een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten met [bedrijf 1] , een vennootschap onder firma. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 1] waren de vennoten van [bedrijf 1] . De werkzaamheden in en aan de woning zijn gestart in april 2022. In september 2022 heeft [gedaagde sub 1] [bedrijf 1] ontbonden onder gelijktijdige oprichting van [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 1] heeft aangevoerd dat de onderneming van [bedrijf 1] geruisloos is ingebracht in [gedaagde sub 3] en dat [eisers c.s.] zijn vorderingen enkel tot [gedaagde sub 3] moet richten. 3.2 De rechtbank volgt het standpunt van [gedaagde sub 1] niet. [gedaagde sub 1] miskent namelijk dat voor de daadwerkelijke wijziging van een contractspartij bij een overeenkomst meer nodig is. Om alle verplichtingen van [bedrijf 1] uit de met [eisers c.s.] gesloten overeenkomst over te laten nemen door [gedaagde sub 3] , was de instemming van [eisers c.s.] nodig. Dat [eisers c.s.] heeft ingestemd met contractsovername door [gedaagde sub 3] blijkt nergens uit. Integendeel, [eisers c.s.] heeft op de zitting van 6 oktober 2025 aangegeven niet te hebben ingestemd met contractsovername. Dit standpunt is op de zitting van 18 juni 2026 gehandhaafd.
Dat betekent dat de verplichtingen uit de overeenkomst tussen [eisers c.s.] en [bedrijf 1] niet zijn overgenomen door [gedaagde sub 3] . Het betekent ook dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 1] , als voormalig vennoten van [bedrijf 1] , beiden hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de verplichtingen van de inmiddels ontbonden VOF. Voor zover de vorderingen zijn gericht tegen [gedaagde sub 3] zullen deze worden afgewezen. Wat er is gebeurd 3.3
[eisers c.s.] heeft begin 2022 een ‘kluswoning’ gekocht die hij wilde laten renoveren en uitbouwen. [eisers c.s.] zocht voor de uitvoering van die werkzaamheden een aannemer en is in maart 2022 in contact gekomen met [gedaagde sub 1] . Partijen hebben hierna gecorrespondeerd over de uit te voeren werkzaamheden. Op 20 maart 2022 heeft [gedaagde sub 1] een eerste offerte uitgebracht. Naar aanleiding van die offerte hebben partijen op 27 maart 2022 met elkaar gesproken. Van dat gesprek heeft [eisers c.s.] dezelfde dag een verslag gemaakt en naar [gedaagde sub 1] gemaild. De door partijen gemaakte afspraken op basis van die eerste offerte en het gesprek van 27 maart 2022 zijn vervolgens vastgelegd in de aangepaste offerte van 30 maart 2022 en de daaropvolgende e-mail van [eisers c.s.] van 31 maart 2022. Partijen hebben op basis van voornoemde correspondentie in principe overeenstemming bereikt over de door [gedaagde sub 1] uit te voeren werkzaamheden. Vervolgens is [gedaagde sub 1] in april 2022 gestart met de werkzaamheden. In de periode waarin [gedaagde sub 1] de werkzaamheden uitvoerde, hebben partijen nog veel contact met elkaar gehad via mail en WhatsApp. Deze communicatie is ook van belang voor de vraag welke werkzaamheden zijn overeengekomen, omdat daar wijzigingen en aanvullingen op de oorspronkelijke afspraken zijn overeengekomen, zoals hierna ook nog zal blijken. 3.4 Tussen partijen is discussie ontstaan over de kwaliteit van het door [gedaagde sub 1] verrichte werk. [eisers c.s.] meent dat er sprake is van (ernstige) gebreken en vordert in deze procedure vervangende schadevergoeding. Dat wil zeggen dat [eisers c.s.] niet meer wil dat [gedaagde sub 1] de gestelde gebreken herstelt, maar dat [gedaagde sub 1] een vergoeding aan [eisers c.s.] gaat betalen die voldoende is om de woning in de staat te brengen die het had moeten hebben als alle overeengekomen werkzaamheden correct waren uitgevoerd door [gedaagde sub 1] . 3.5
[gedaagde sub 1] heeft verschillende verweren gevoerd. De werkzaamheden waarvan [eisers c.s.] stelt dat die gebrekkig zijn, maken geen deel uit van de overeenkomst, zijn door een ander uitgevoerd, of zijn helemaal niet gebrekkig. Voorzover er al gebreken zouden zijn in het door [gedaagde sub 1] uitgevoerde en overeengekomen werk, dan is hij daarmee niet in verzuim geraakt. Verzuim is een eis om de verplichting van [gedaagde sub 1] tot deugdelijke uitvoering van de werkzaamheden om te mogen zetten in een verplichting voor [gedaagde sub 1] om vervangende schadevergoeding te betalen. [gedaagde sub 1] heeft aangevoerd dat hij steeds bereid geweest om eventuele gebreken te herstellen en dat hij dit ook heeft aangegeven. Hij is daarvoor door [eisers c.s.] nooit op een goede manier in de gelegenheid gesteld. De omvang van de overeenkomst 3.6 Eerst zal de omvang van de overeengekomen werkzaamheden worden vastgesteld. Op basis van de processtukken verschillen partijen op diverse onderdelen met elkaar van mening over de omvang en inhoud van de gemaakte afspraken. Op sommige onderdelen is het voor de rechtbank niet helemaal duidelijk of partijen van mening verschillen. De punten waarover het gaat zijn deze:
- de containers
- de zolderwerkzaamheden
- de stalen balken
- het dakraam en de vorstvrije buitenkraan
- glas en kozijnen
- de vloerverwarmingsverdeler
- de zandcementen dekvloer
- roosters en horren
- het vervangen van bestaande betonnen keukenvloer
Hieronder zullen deze punten één voor één worden beoordeeld. De containers 3.7 Op de offerte van [gedaagde sub 1] van 30 maart 2022 staan containers genoemd met een bedrag van € 2.600,-. Tijdens de zitting van 18 juni 2026 waren partijen het eens dat de post ‘containers’ geen deel (meer) uitmaakt van de overeenkomst. [eisers c.s.] heeft zelf de containers besteld en betaald die nodig waren. De zolderwerkzaamheden 3.8 Tijdens de zitting van 18 juni 2026 hebben partijen verklaard dat de aan [gedaagde sub 1] opgedragen werkzaamheden op zolder bestonden uit: (i) de installatie van een inbouwstopcontact, (ii) de schakeling en (iii) het vervangen van de bedrading. De stalen balken 3.9 In de offerte van 30 maart 2022 is voor het benodigde staal opgenomen: 2 stalen balken formaat HEA 240 (€ 3.577,80) en 2 stalen balken formaat HEA 140 (€ 2.920,-). Tijdens de werkzaamheden bleek het nodig dat extra stalen balken geplaatst zouden worden in de uitbouw. Partijen zijn het eens dat voor dit extra staal een bedrag van € 500,- in rekening zou worden gebracht door [gedaagde sub 1] . Dat heeft [gedaagde sub 1] gedaan en het bedrag is vervolgens ook betaald door [eisers c.s.] . Het dakraam en de vorstvrije buitenkraan 3.10 Partijen zijn het erover eens dat deze twee posten geen deel uitmaken van de tussen hen gesloten overeenkomst. Glas en kozijnen 3.11 Partijen verschillen van mening over welke kwaliteit glas (en daarbij horend formaat kozijnen) zij zijn overeengekomen. Volgens [eisers c.s.] zou dit HR+++ glas zijn. [gedaagde sub 1] is het daarmee niet eens. Volgens [gedaagde sub 1] is HR+++ niet de standaardkwaliteit waar [eisers c.s.] vanuit had mogen gaan. Als HR+++ glas geplaatst had moeten worden, zou dat alleen tegen een meerprijs zijn gedaan. Dat had [eisers c.s.] ook kunnen en moeten weten, aldus [gedaagde sub 1] . 3.12 De rechtbank is van oordeel dat HR+++-glas (en bijbehorende kozijnen) tussen partijen is overeengekomen. Uit de in het geding gebrachte mail en WhatsAppcommunicatie blijkt een duidelijke opdracht van [eisers c.s.] tot het plaatsen van deze kwaliteit glas. [gedaagde sub 1] heeft de opdracht kennelijk ook begrepen en naar eigen zeggen ook uitgevoerd. Daarbij horen dan uiteraard ook passende kozijnen. Als [gedaagde sub 1] van mening was dat de opdracht tot plaatsing van HR+++-glas met bijhorende kozijnen niet zonder meerkosten uitgevoerd had kunnen worden, dan had het op zijn weg gelegen om daarover contact op te nemen met [eisers c.s.] en duidelijke afspraken te maken. Dat hij dit heeft nagelaten, moet voor zijn rekening en risico blijven. De vloerverwarmingsverdeler 3.13 In de offerte is een verdeler voor 9 groepen opgenomen. Dit is wat tussen partijen is overeengekomen. Vaststaat dat [gedaagde sub 1] een verdeler van staal voor 6 groepen heeft geplaatst. Volgens [eisers c.s.] had [gedaagde sub 1] een fout gemaakt in het aanleggen van de leidingen, en werden zij vervolgens geconfronteerd met deze 6 groepen. Dat is niet in overeenstemming met wat is afgesproken. Het had op de weg van [gedaagde sub 1] gelegen om onderbouwd te stellen dat en waarom hij met een 6-groeps verdeler kon volstaan. Of de plaatsing van een 6-groepsverdeler van staal tot een gebrek leidt, of tot een minderprijs, zal door een deskundige onderzocht moeten worden. Verderop in dit vonnis zal hierop nader worden ingegaan. De zandcementen dekvloer 3.14 Onder verwijzing naar het gespreksverslag van 27 maart 2022, heeft [eisers c.s.] gesteld dat het aanbrengen van een zandcementen dekvloer (beide partijen gebruiken hiervoor de term ‘egalisatie’) deel uitmaakt van de overeengekomen werkzaamheden. [gedaagde sub 1] betwist dat en heeft aangevoerd dat die werkzaamheden door een derde zijn uitgevoerd en niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen. 3.15 In het gespreksverslag staat bij het onderdeel ‘Vloerverwarming’ opgenomen dat egalisatie is inbegrepen. Op 28 maart 2022 informeert [eisers c.s.] nog of [gedaagde sub 1] de mail met het verslag heeft ontvangen en of alles duidelijk is. [gedaagde sub 1] heeft geen bezwaren geuit tegen de door [eisers c.s.] opgestelde weergave van het gesprek van 27 maart 2022. Als [gedaagde sub 1] de egalisatie (de zandcementen dekvloer) buiten de offerte had willen houden, had het op zijn weg gelegen om dat op dat moment duidelijk te maken. Uit de enkele omstandigheid dat [gedaagde sub 1] egalisatie niet apart had opgenomen in de tweede offerte, heeft [eisers c.s.] niet hoeven afleiden dat die werkzaamheden buiten de opdracht vielen. [eisers c.s.] ging er immers op dat moment al vanuit – en dat wist [gedaagde sub 1] – dat egalisatie inbegrepen was bij de aanleg van vloerverwarming en dat dit al was afgesproken. Er was voor [eisers c.s.] geen aanleiding om aan te slaan op het ontbreken van een individuele omschrijving ‘egalisatie’ onder de post ‘Vloerverwarming’. [eisers c.s.] heeft er daarom gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat de zandcementen dekvloer deel uitmaakte van de overeenkomst. Roosters en horren 3.16 Partijen verschillen met elkaar van mening of, en zo ja in welke vorm, het plaatsen van ventilatieroosters en horren deel uitmaakte van de overeenkomst. Uit de in het geding gebrachte mail en WhatsAppcommunicatie blijkt heel duidelijk de opdracht van [eisers c.s.] tot ventilatieroosters in de vaste ramen (dus niet de draai-/kiepramen). [gedaagde sub 1] heeft aan [eisers c.s.] laten weten dat het geen probleem is als [eisers c.s.] roosters wil. [eisers c.s.] mocht er op basis van die reactie vanuit gaan dat de werkzaamheden op dit punt zouden worden uitgevoerd naar hun wens/opdracht. Het plaatsen van ventilatieroosters in de vaste ramen maakt deel uit van de overeenkomst. 3.17
[eisers c.s.] heeft op verschillende momenten tot uitdrukking gebracht dat hij graag inzethorren in de draai-/kiepramen wilde, afhankelijk van de meerprijs die [gedaagde sub 1] daarvoor zou rekenen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde sub 1] deze wens heeft gezien, want hij reageert dat de leverancier horren voor de ramen kan leveren en dat hij navraag zal gaan doen. Dit is de enige reactie van [gedaagde sub 1] die uit de overgelegde communicatie blijkt. Uit niets blijkt dat [gedaagde sub 1] een prijsopgave voor de horren heeft verstrekt aan [eisers c.s.] , ondanks dat [eisers c.s.] daar vaker om heeft gevraagd. In plaats daarvan heeft [gedaagde sub 1] , kennelijk zonder enige vorm van overleg met [eisers c.s.] , horren geplaatst die niet overeenkwamen met de wensen van [eisers c.s.]. [eisers c.s.] wilde deze horren niet en heeft nooit ingestemd met plaatsing van dit type horren. Uit deze gang van zaken kan niet anders worden afgeleid dan dat er met betrekking tot de horren géén sprake is geweest van aanbod en aanvaarding. Horren maakten geen deel uit van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Het vervangen van de bestaande betonnen keukenvloer 3.18 Tot slot is tussen partijen in discussie of het vervangen van de bestaande betonnen keukenvloer tot de aan [gedaagde sub 1] opgedragen werkzaamheden behoorde. [gedaagde sub 1] erkent dat hij deze werkzaamheden heeft uitgevoerd, maar enkel als ‘extraatje’, dus als een gunst. Maar in het gespreksverslag van 27 maart 2022 staat dat [gedaagde sub 1] de vloer van de keuken zal verwijderen (vanwege scheurtjes in het beton). En gaandeweg de werkzaamheden wordt tussen partijen ook nog gesproken over de noodzaak van verwijdering van de keukenvloer. Daaruit kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de vervanging van de bestaande betonnen keukenvloer deel uitmaakte van de tussen partijen gesloten overeenkomst. De deugdelijkheid van het overeengekomen werk 3.19 Hierboven is vastgesteld welke werkzaamheden deel uitmaakten van de overeenkomst naast het werk waarover partijen het al over eens zijn. De volgende vraag die beantwoord moet worden is of [gedaagde sub 1] de overeengekomen werkzaamheden met voldoende kwaliteit en deskundigheid heeft uitgevoerd en zoniet, of [gedaagde sub 1] aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. 3.20
[eisers c.s.] heeft een deskundige ( [deskundige 1] ) ingeschakeld die onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van het uitgevoerde werk. Op basis van het rapport van [deskundige 1] meent [eisers c.s.] dat het werk verschillende gebreken heeft, die hieronder afzonderlijk aan de orde zullen komen. [gedaagde sub 1] is het niet eens met de conclusies uit het deskundigenrapport dat in opdracht van [eisers c.s.] is opgemaakt. [gedaagde sub 1] heeft zowel bezwaren tegen de wijze waarop het rapport tot stand is gekomen als inhoudelijk op de door de deskundige vastgestelde gebreken. [gedaagde sub 1] heeft daarom een contra-expertise laten uitvoeren door [deskundige 2] (hierna [deskundige 2] ). Dit onderzoek is verricht op basis van het rapport van de deskundige van [eisers c.s.] en door [gedaagde sub 1] aangeleverd beeld- en geluidmateriaal en gegeven toelichting. [eisers c.s.] heeft niet willen meewerken aan een nieuw onderzoek in zijn woning waarbij ook [gedaagde sub 1] aanwezig zou zijn. [eisers c.s.] heeft aangegeven meer vertrouwen te hebben in een door de rechtbank benoemde deskundige. Een nieuw deskundigenbericht is nodig 3.21 Hieronder zullen de gebreken worden besproken die door [eisers c.s.] gesteld zijn. De rechtbank is voornemens om een deskundige te benoemen die onderzoek zal moeten gaan doen naar verschillende onderdelen waarvan niet (nu al) kan worden vastgesteld of het werk deugdelijk is uitgevoerd. [gedaagde sub 1] heeft op de zitting van 18 juni 2026 en in de akte uitlating deskundige bezwaar gemaakt tegen het door de rechtbank benoemen van een deskundige. [gedaagde sub 1] meent dat dit tot een onnodige en onredelijke vertraging van de procedure zal leiden. Omdat [eisers c.s.] niet heeft toegestaan dat [gedaagde sub 1] de woning in kon om een contra-expertise te laten uitvoeren, zou zijn kans ook voorbij moeten zijn om alsnog middels een rechtbankdeskundige gebreken te laten vaststellen. De bewijslast van gebreken ligt volgens [gedaagde sub 1] op [eisers c.s.] en in de visie van [gedaagde sub 1] heeft [eisers c.s.] daar op dit moment (nog) niet aan voldaan gelet op de bezwaren die volgens [gedaagde sub 1] aan het rapport van [deskundige 1] kleven. Een door de rechtbank te gelasten deskundigenbericht is niet bedoeld om tekortschietende bewijslevering te herstellen. De vorderingen van [eisers c.s.] zouden daarom zonder verdere bewijslevering moeten worden afgewezen, aldus [gedaagde sub 1] . 3.22 De rechtbank gaat voorbij aan de bezwaren die [gedaagde sub 1] heeft tegen een benoeming van een deskundige door de rechtbank. Een benoeming van een deskundige zal inderdaad leiden tot een langere procedure. De rechtbank heeft zelf niet de deskundigheid die nodig is om te kunnen beoordelen of het door [gedaagde sub 1] uitgevoerde werk deugdelijk is gedaan. De bewijsmiddelen die er nu liggen (de rapporten van [deskundige 1] en van [deskundige 2] ) zijn onvoldoende (doorslaggevend) om op basis daarvan te kunnen beslissen. Enerzijds zijn voldoende aanwijzingen dat sprake is van gebreken in verschillende aspecten van het uitgevoerde werk, anderzijds zijn de gestelde gebreken, voor zover deze niet zijn erkend, voldoende weersproken om niet al vast te staan.
De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van [gedaagde sub 1] dat niet alsnog een deskundige benoemd zou mogen worden, omdat [eisers c.s.] aan een goede uitvoering van een contra-expertise in de weg zou hebben gestaan. Aan [gedaagde sub 1] kan worden toegegeven dat deze handelwijze niet de schoonheidsprijs verdient en dat [eisers c.s.] daarmee wel een procesrisico heeft genomen. In dit geval mag dat niet het zware gevolg krijgen waarvoor [gedaagde sub 1] heeft gepleit. De verhoudingen tussen partijen waren destijds al ernstig verstoord; [eisers c.s.] heeft immers op enig moment aangifte gedaan bij de politie tegen [gedaagde sub 1] . In weerwil van de beperking van het niet kunnen bezoeken van de woning, heeft [deskundige 2] op basis van het beschikbare materiaal wel weerwoord kunnen bieden aan de conclusies van [deskundige 1] . Daarnaast rust op de rechtbank de verantwoordelijkheid om, binnen de beperkingen van de civiele procedure, recht te doen op basis van de feiten.
[gedaagde sub 1] is in verzuim als sprake is van gebreken 3.23
[gedaagde sub 1] heeft aangevoerd dat, voorzover er al sprake zou zijn van gebreken, hij niet in verzuim is geraakt. [eisers c.s.] heeft hem niet in de gelegenheid gesteld om gebreken te herstellen, terwijl [gedaagde sub 1] daartoe wel bereid was. 3.24 Dit verweer gaat niet op. Voor de meeste gebreken die met [eisers c.s.] met het rapport van [deskundige 1] nader heeft onderbouwd, is [gedaagde sub 1] voor het eerst (maar niet voor het laatst) al bij brief van 20 oktober 2022 in gebreke gesteld. In die brief is hem een termijn gegeven om tot herstel van de gebreken over te gaan. Na deze brief is [gedaagde sub 1] nog meerdere keren in gebreke gesteld waarbij hem steeds een termijn voor herstel is gegund. In deze brieven zijn alle gebreken die in deze procedure aan de orde zijn, op enig moment genoemd. [gedaagde sub 1] heeft op geen enkel moment adequaat gereageerd op de termijnstellingen door [eisers c.s.] . Zijn standpunt is steeds geweest dat geen sprake was van gebreken, dat hij niet verantwoordelijk was voor herstel omdat het gebrekkige werk niet binnen de overeenkomst viel of dat werkzaamheden door een derde onder diens verantwoordelijkheid waren uitgevoerd. Voor zover gebreken werden erkend door [gedaagde sub 1] en hij inderdaad herstel heeft aangeboden, heeft hij dit aanbod gedaan onder voorwaarden waarmee [eisers c.s.] geen genoegen heeft hoeven nemen (zoals betaling van facturen). [gedaagde sub 1] was daarom in verzuim ten aanzien van alle gebreken die in deze procedure komen vast te staan. De gestelde gebreken
Fundatie uitbouw 3.25 In het rapport van [deskundige 1] staat dat de fundatiebalken aan de buitenzijde niet zijn voorzien van isolatie. Het is niet duidelijk of deze balken aan de onderzijde en de binnenzijde wel zijn geïsoleerd. Dit had volgens [deskundige 1] in elk geval wel gemoeten. [gedaagde sub 1] bestrijdt dat hij de balken niet of niet volledig zou hebben geïsoleerd. Hij verwijst hierbij naar een foto waaruit dit zou moeten blijken. De rechtbank kan op dit punt nog niet beoordelen of dit onderdeel van het werk al dan niet gebrekkig is uitgevoerd. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Gevelmetselwerk 3.26 Van het gevelmetselwerk heeft [deskundige 1] geconcludeerd dat dit ondeskundig is uitgevoerd. Zo is bij het opzetten geen goede verdeling gemaakt, is er scheef gemetseld en is het kozijn geplaatst ná het metselwerk in plaats van ervoor. [gedaagde sub 1] is het daarmee niet eens. Hij meent dat er niets mis is met de wijze waarop hij het werk heeft uitgevoerd. Dat [eisers c.s.] het niet mooi vindt, maakt het metselwerk nog niet gebrekkig.
Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Openslaande deuren 3.27 Partijen zijn het eens dat de deuren verkeerd om zijn geplaatst. De loopdeur had, vanuit binnenin de woning gezien, aan de rechterzijde geplaatst moeten worden, maar is aan de linkerzijde geplaatst. Aan een deskundige zal worden gevraagd de herstelkosten van dit onderdeel te begroten. Isolatie binnenspouwbladen 3.28 Volgens [deskundige 1] is de isolatie van de binnenspouwbladen gebrekkig. Er is geen sprake van een luchtspouw en er is geen dampdoorlatende en dampkerende folie aangebracht. Daardoor voldoet de isolatiewaarde van de wand niet aan de geldende normen en is een risico op vochtproblemen ontstaan. [gedaagde sub 1] heeft hiervan gezegd dat het onmogelijk was om een goede isolatiewaarde te halen door de dikte die de muur moest hebben. [eisers c.s.] had uitdrukkelijk opgedragen dat de muur in lijn met de muur van de nieuwe keuken moest lopen. Met dat uitgangspunt heeft [gedaagde sub 1] er nog het beste van gemaakt. [gedaagde sub 1] betwist overigens dat er geen luchtspouw en folie zou zijn aangebracht. Aan een deskundige zal worden gevraagd op onderzoek naar de uitvoering van de binnenspouwbladen te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Aan de stelling van [gedaagde sub 1] dat de dikte van de muur een uitdrukkelijke wens van [eisers c.s.] was (wat betwist wordt door [eisers c.s.] ), zal de rechtbank geen gevolgen verbinden. Uit niets blijkt namelijk dat [gedaagde sub 1] [eisers c.s.] heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van deze wens voor de kwaliteit van de te realiseren muur. Dak uitbouw 3.29 Partijen zijn het erover eens dat tijdens de werkzaamheden de dakconstructie van de uitbouw is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke constructietekeningen. Op de zitting van 18 juni 2026 is hierover verklaard dat [gedaagde sub 1] de neuslatei niet wilde doorzagen, omdat hij bang was voor schade bij de buren van [eisers c.s.] . De constructietekeningen zijn daarop aangepast. Volgens [deskundige 1] is de dakconstructie door [gedaagde sub 1] niet uitgevoerd conform de constructietekeningen, -berekeningen en het Bouwbesluit en lijkt ook minder staal gebruikt dan was geoffreerd. Hierdoor is de dakconstructie niet veilig. [gedaagde sub 1] betwist dit. Hij voert aan dat hij juist meer (houten) balken heeft gebruikt dan op basis van de constructietekeningen, waardoor de constructie juist nog steviger is geworden. Het gebruik van extra materiaal moet sowieso worden meegenomen als een deskundige dit punt gaat beoordelen, aldus [gedaagde sub 1] . Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Keuken 3.30 Tussen partijen is discussie over de installatie van een perilex-schakelaar. De perilexwandcontactdoor is geleverd en gemonteerd, alleen verschillen partijen van mening of dit op deskundige wijze is geïnstalleerd. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Leidingwerk 3.31
[gedaagde sub 1] heeft het nodige leidingwerk voor [eisers c.s.] gedaan. Volgens [deskundige 1] is dit niet vakkundig uitgevoerd. [deskundige 1] ziet verschillende gebreken. De leidingen voor het drinkwater lijken niet geïsoleerd te zijn.
Als dat het geval is, zijn deze op te korte afstand van de warmwaterleidingen en CV-leidingen geplaatst. Daardoor ontstaat een risico op legionella. De drinkwaterinstallatie is in dat geval niet veilig. [gedaagde sub 1] is het niet eens met de conclusie van [deskundige 1] . Volgens [gedaagde sub 1] liggen de leidingen voldoende ver uit elkaar en is geen sprake van een onveilige situatie. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. 3.32 In de plaatsing van de CV-leidingen op zolder ziet [deskundige 1] een volgend gebrek. Volgens [deskundige 1] liggen deze leidingen te hoog. Ze steken boven de dekvloer uit. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. 3.33 Hierboven (onder 3.13) is al vastgesteld dat [gedaagde sub 1] in strijd met wat tussen partijen was overeengekomen een 6-groepsverdeler voor vloerverwarming heeft geïnstalleerd in plaats van een 9-groepsverdeler. Volgens [gedaagde sub 1] was dit voldoende voor de verwarming van een woning van deze omvang. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Als een 6-groepsverdeler naar het oordeel van de deskundige voldoende is voor het op comfortabele temperatuur houden van een woning van deze omvang, zal hem worden gevraagd om te beoordelen of een minderprijs op zijn plaats was geweest, omdat anders dan overeengekomen een 6-groepsverdeler is geïnstalleerd. De deskundige zal ook worden gevraagd om daarbij te betrekken de discussie tussen partijen over het materiaal van de geplaatste verdeler. De verdeler die door [gedaagde sub 1] is geplaatst is van staal, terwijl [eisers c.s.] uitdrukkelijk, in verband met toekomstige plannen, heeft verzocht om een verdeler van composiet. Volgens [eisers c.s.] paste een composietverdeler binnen het door [gedaagde sub 1] geoffreerde budget voor de vloerverwarmingsverdeler. 3.34 Tot slot speelt op het gebied van het leidingwerk nog een discussie over de aansluiting van de leidingen op de verdeler. [eisers c.s.] heeft gesteld dat [gedaagde sub 1] de leidingen van de vloerverwarming verkeerd om heeft aangesloten op de verdeler. De aanvoerleidingen waren aangesloten op de afvoer en vice versa. Op de zitting van 18 juni 2026 heeft [eisers c.s.] verklaard dat inmiddels een nieuwe CV-ketel is geïnstalleerd. Bij de plaatsing van de nieuwe CV-ketel heeft de installateur ook naar de aansluiting van de leidingen van de vloerverwarming gekeken en heeft hij deze alsnog goed aangebracht. Volgens [eisers c.s.] staat op de factuur van de installateur dat hij dit heeft gedaan en zou de installateur ook zelf kunnen verklaren dat hij de leidingen van de vloerverwarming opnieuw heeft aangesloten omdat deze verkeerd om waren geïnstalleerd. [gedaagde sub 1] heeft betwist dat hij de leidingen verkeerd om heeft aangesloten. 3.35 De rechtbank zal [eisers c.s.] opdragen om bewijs van deze stelling en van de kosten van het herstel in het geding te brengen. Aan een deskundige zal worden gevraagd, rekening houdend met de door [eisers c.s.] nog te overleggen stukken, de aansluiting van de leidingen van de vloerverwarming op de verdeler in zijn onderzoek te betrekken. Elektrische verwarming badkamer 3.36 Partijen zijn oorspronkelijk met elkaar overeengekomen dat de badkamer elektrisch verwarmd zou worden. [gedaagde sub 1] heeft dat betwist, maar op de door hem uitgebrachte offerte is uitdrukkelijk een bedrag van € 440,- geoffreerd (en geaccepteerd) voor elektrische vloerverwarming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden heeft [gedaagde sub 1] geadviseerd om de verwarming van de badkamer via de CV-ketel te laten lopen. [eisers c.s.] heeft hiermee ingestemd. Volgens [eisers c.s.] heeft [gedaagde sub 1] de installatie van de badkamerverwarming niet goed uitgevoerd. De verwarming van de badkamer is gekoppeld aan de verwarming van de slaapkamer, waardoor deze niet afzonderlijk gebruikt kunnen worden. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Verplaatsen muur hal 3.37
[gedaagde sub 1] heeft erkend dat de muur niet recht staat. Aan een deskundige zal worden gevraagd hiervan de herstelkosten te begroten. Badkamer 3.38 De door [gedaagde sub 1] op de badkamer uitgevoerde werkzaamheden zijn op verschillende punten door [deskundige 1] als onvoldoende beoordeeld. In het rapport van [deskundige 1] staat dat:
- het voegwerk van de tegels niet overal dicht is;
- het bad niet waterpas staat;
- de kraan lekt;
- de dorpel te ver naar de buitenzijde is geplaatst, waardoor de deur te dicht sluit en onvoldoende ventilatieruimte heeft;
- geen kimband is toegepast in de doucheruimte.
Daarnaast stelt [eisers c.s.] een probleem met de afvoer te ervaren als de wasmachine spoelt. Volgens [eisers c.s.] ligt de oorzaak van dat ervaren probleem in de wijze waarop [gedaagde sub 1] het een en ander heeft aangelegd/geïnstalleerd. [gedaagde sub 1] betwist al deze gestelde gebreken. Aan een deskundige zal worden gevraagd naar al deze punten onderzoek te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Elektrische installatie 3.39
[deskundige 1] heeft in zijn rapport geconcludeerd dat de door [gedaagde sub 1] uitgevoerde installatie niet voldoet aan het Bouwbesluit. Er is voor de wasdroger geen aparte groep aangelegd. Op dezelfde groep zijn ook de wasmachine, de CV-ketel en verschillende wandcontactdozen aangesloten. [gedaagde sub 1] betwist dat het door hem uitgevoerde werk in strijd is met het Bouwbesluit. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Kozijnen, glas en ventilatieroosters 3.40
[deskundige 1] heeft geconstateerd dat de kozijnen bewegen wanneer de ramen worden bediend. Ook is er geen HR+++ glas geïnstalleerd, maar HR++ glas. De ventilatieroosters hadden op de vaste delen geplaatst moeten worden, maar zijn geplaatst op de draaiende delen. Aan een deskundige zal worden gevraagd hiervan de herstelkosten te begroten.
Stucwerk slaapkamer 3.41 Het stucwerk op de slaapkamer zou ter hoogte van de radiator niet netjes zijn uitgevoerd. Dat wordt betwist door [gedaagde sub 1] . Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Zolder 3.42 Hierboven (onder 3.8) is vastgesteld welke werkzaamheden partijen op dit punt zijn overeengekomen: (i) de installatie van een inbouwstopcontact, (ii) de schakeling en (iii) het vervangen van de bedrading. Partijen verschillen van mening of deze opgedragen werkzaamheden volledig en deugdelijk zijn uitgevoerd door [gedaagde sub 1] . Volgens [eisers c.s.] steken er nog elektradraden uit de muur en zijn oude wandcontactdozen niet vervangen. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. Dekvloer 3.43 Hierboven (onder 3.15) is geoordeeld dat de dekvloer deel uitmaakt van de overeengekomen werkzaamheden. Tussen partijen is in discussie of de dekvloer deugdelijk is aangebracht. Volgens [eisers c.s.] is deze niet geschikt voor het aanbrengen van een PVC-vloer, terwijl dit wel de bedoeling was. Aan een deskundige zal worden gevraagd hier onderzoek naar te doen en, als dat aan de orde is, de herstelkosten te begroten. De vermeerdering van eis van [eisers c.s.] 3.44 In het door [gedaagde sub 1] gevoerde verweer tegen de oorspronkelijke vorderingen van [eisers c.s.] , heeft [eisers c.s.] aanleiding gezien zijn vordering te vermeerderen met verschillende verklaringen voor recht en vorderingen uit hoofde van onverschuldigde betaling. Deze zullen hieronder één voor één worden besproken. De voorzetwand in de keuken 3.45
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 1.100,- voor een voorzetwand. Ter onderbouwing van die vordering is door [eisers c.s.] gesteld dat deze post door [gedaagde sub 1] dubbel is gefactureerd. De rechtbank stelt vast dat deze post inderdaad in rekening is gebracht op de factuur met nummer 0322054. Tussen partijen staat vast dat deze factuur volledig is betaald door [eisers c.s.] . Daarna is dezelfde post (met hetzelfde bedrag) nog eens verschenen op de factuur met nummer 0422077. [gedaagde sub 1] heeft daarvoor desgevraagd geen bevredigende verklaring kunnen geven. Voor zover het deze post van € 1.100,- betreft, hoeft [eisers c.s.] deze natuurlijk niet nog eens te betalen. Deze vordering is toewijsbaar. De sloopwerkzaamheden 3.46
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 478,- in verband met sloopwerkzaamheden. [eisers c.s.] heeft ter onderbouwing hiervan gesteld dat partijen in eerste instantie waren overeengekomen dat [gedaagde sub 1] alle sloopwerkzaamheden zou uitvoeren en de containers zou regelen. Daarvoor was een bedrag van € 6.472,- overeengekomen, waarvan € 2.600,- voor de containers.
Later is overeengekomen dat [eisers c.s.] zelf een deel van de sloopwerkzaamheden op zich zou nemen. Daarbij is afgesproken dat [gedaagde sub 1] daarvoor een korting van € 1.500,- verlenen. Dat blijkt ook uit de tweede offerte van [gedaagde sub 1] waarop dit bedrag zelf door [gedaagde sub 1] in mindering is opgenomen. Tussen partijen staat vast dat [eisers c.s.] zelf de containers heeft geregeld en betaald. In totaal had voor de sloopwerkzaamheden daarom maar € 2.372,- in rekening mogen worden gebracht (€ 6.472,-minus € 2.600,- en minus € 1.500,-). In plaats daarvan heeft [gedaagde sub 1] € 2.850,- in rekening gebracht op factuur 0422077. [gedaagde sub 1] is op de zitting van 18 juni 2026 nog met een berekening gekomen waaruit volgens hem de juistheid van het door hem in rekening gebrachte bedrag zou moeten volgen. Deze berekening was niet te volgen. De vordering is toewijsbaar. De dekvloer 3.47
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 1.490,- in verband met de aangebrachte dekvloer. Hierboven is geoordeeld dat de dekvloer deel uitmaakt van de overeengekomen werkzaamheden. Deze post had daarom niet als afzonderlijk als meerwerk in rekening mogen worden gebracht. De dekvloer is al begrepen in de totale aanneemsom die partijen zijn overeengekomen. Deze vordering is toewijsbaar. Het meerwerk voor staal 3.48
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 6.521,14 voor ‘extra staal voor de constructie, het maken en aanbrengen, inclusief extra werk’. Tussen partijen staat vast dat [eisers c.s.] in verband met het extra staal en de werkzaamheden die daarmee verband hielden al € 3.420,- heeft betaald voor de heipalen die nodig bleken te zijn en € 500,- heeft betaald voor extra staal dat nodig was voor de stalen kolommen. Deze bedragen zijn door partijen ook als meerwerk overeengekomen. Uit niets is gebleken dat partijen ten aanzien van meerwerk waar staal bij komt kijken daarnaast nog méér of anders hebben afgesproken. Deze vordering is toewijsbaar. Het vervangen van CV-leidingen door flexibele buizen 3.49
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 2.485,19 voor de vervanging van CV-leidingen door flexibele buizen. Ook deze vordering is toewijsbaar. Partijen zijn voor dit meerwerk een bedrag overeengekomen van € 2.280,- en dit is door [eisers c.s.] betaald. De vloerverwarmingsverdeler 3.50
[eisers c.s.] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat hij niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 1] gestelde vordering van € 1.173,82 in verband met de door [gedaagde sub 1] geïnstalleerde vloerverwarmingsverdeler. Op deze vordering kan op dit moment nog niet worden beslist omdat een deskundige dit mee moet nemen in zijn onderzoek. De stalen balken 3.51
[eisers c.s.] heeft gevorderd dat [gedaagde sub 1] wordt veroordeeld om aan hem te betalen een bedrag van € 5.675,55 op grond van onverschuldigde betaling. Ook deze post maakt onderdeel uit van het door een deskundige te verrichten onderzoek. Een beslissing kan daarom niet nu al worden genomen. De badkamerwerkzaamheden 3.52
[eisers c.s.] heeft gevorderd dat [gedaagde sub 1] wordt veroordeeld om aan hem te betalen een bedrag van € 738,- op grond van onverschuldigde betaling. Deze kosten houden verband met de door [gedaagde sub 1] in rekening gebrachte douchedrain, hoekprofielen en elektrische verwarming op de badkamer. Deze vordering is toewijsbaar. De douchedrain en de hoekprofielen zijn door [eisers c.s.] zelf aangeschaft en betaald. Dat is voldoende onderbouwd gesteld door [eisers c.s.] , terwijl [gedaagde sub 1] enkel heeft volstaan met een blote ontkenning. De elektrische verwarming is nooit gerealiseerd door [gedaagde sub 1] . Dat staat vast tussen partijen. HR+++-glas 3.53
[eisers c.s.] heeft gevorderd dat [gedaagde sub 1] wordt veroordeeld om aan hem te betalen een in goede justitie te betalen bedrag vanwege waardevermindering doordat geen HR+++ is geleverd, maar HR++. Deze vordering zal worden afgewezen. Hierboven is geoordeeld dat de levering en plaatsing van HR+++-glas deel uitmaakt van de overeenkomst tussen partijen. Aan de deskundige zal worden verzocht de herstelkosten hiervan te begroten in verband met de door [eisers c.s.] ingestelde vordering tot vervangende schadevergoeding. Als die kosten daarin al worden meegenomen en [eisers c.s.] daarmee in staat wordt gesteld alsnog HR+++-glas te realiseren, is er geen sprake meer van waardevermindering doordat [gedaagde sub 1] glas van mindere kwaliteit heeft geplaatst. De herstelkosten in verband met de lekkages in de uitbouw en de egaliseringswerkzaamheden 3.54 Het door een deskundige nog te verrichten onderzoek is relevant voor de beoordeling van deze punten. Een beslissing hierop kan daarom niet nu al worden genomen. Het deskundigenrapport zal moeten worden afgewacht. Prijswijzigingen en funderingsherstel 3.55
[eisers c.s.] heeft gesteld dat de door [deskundige 1] geraamde herstelkosten inmiddels achterhaald zijn, omdat de prijzen inmiddels zijn gestegen. Bovendien hebben verschillende aannemers al aangegeven niet op de bestaande fundering te willen bouwen omdat deze ondeugdelijk is aangelegd. De rechtbank begrijpt deze vordering aldus dat [eisers c.s.] met deze vordering een aanvulling op de vervangende schadevergoeding vraagt ter hoogte van het bedrag waarmee de uiteindelijk vastgestelde herstelkosten het al gevorderde bedrag aan vervangende schadevergoeding van € 75.150,- overstijgen. Aan een door de rechtbank te benoemen deskundige zal worden gevraagd om de herstelkosten van de door hem vastgestelde eventuele gebreken te begroten. Die begroting zal op basis van het huidige prijspeil zijn. De deskundige zal daarbij in acht moeten nemen wat het nu zou kosten om het bouwwerk te realiseren zoals partijen dat in 2022 zijn overeengekomen. Als daarvoor herstel van de fundering nodig is, omdat geen aannemer bereid is op de bestaande door [gedaagde sub 1] aangebrachte fundering te bouwen, zullen die kosten mee moeten worden genomen. Slotsom 3.56 De rechtbank zal een onderzoek door een deskundige in laten stellen. Deze deskundige zal zich moeten gaan buigen over de vraag of [gedaagde sub 1] de werkzaamheden die tussen partijen in discussie staan (en hierboven zijn besproken) deugdelijk heeft uitgevoerd. De deskundige zal ook worden opgedragen om een inschatting te maken van de herstelkosten van de werkzaamheden die niet goed zijn uitgevoerd én van de werkzaamheden die, anders dan [gedaagde sub 1] meende, wel deel uitmaken van de overeenkomst. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen. 3.57 De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. Op de zitting van 18 juni 2026 heeft de rechtbank aan partijen de namen van drie mogelijke deskundigen voorgesteld. Partijen hebben al de gelegenheid gekregen om daar bij akte op te reageren. Partijen zijn het eens in hun voorkeur voor dhr. [deskundige 3] van [bedrijf 2] . als door de rechtbank te benoemen deskundige. [eisers c.s.] heeft gemotiveerd aangegeven als tweede keuze dhr. [deskundige 4] ( [bedrijf 3] ) te prefereren boven de derde voorgestelde deskundige, dhr. [deskundige 5] van [bedrijf 4] . [gedaagde sub 1] heeft zijn voorkeurslijst niet gemotiveerd. Op basis hiervan zal de rechtbank bij de benadering van de voor deze zaak te benoemen deskundige de volgorde van [eisers c.s.] aanhouden. 3.58 De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich over de vragen bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren. 3.59 Op dit moment is de rechtbank van plan om de volgende vragen aan de te benoemen deskundige te stellen: 1a. Zijn de fundatiebalken van de uitbouw voorzien van isolatie die gebruikelijk en deugdelijk is volgens de in 2022 geldende eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
c. Is naar uw deskundige oordeel de fundering geschikt voor de geplaatste uitbouw?
d. Zo niet, ziet u een noodzaak tot het slopen van de uitbouw of is een aanpassing of herstel hiervoor voldoende?
e. Voor zover u oordeelt dat een aanpassing of herstel van de fundering van de uitbouw op zijn plaats is, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
f. Voor zover u oordeelt dat het slopen van de uitbouw noodzakelijk is, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke (herstel-)kosten, inclusief de arbeidskosten? 2a. Beantwoordt het gevelmetselwerk aan de in 2022 geldende eisen van deugdelijk metselwerk?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 3. Wat is uw inschatting van de herstelkosten (inclusief arbeid) in verband met de openslaande deur die verkeerd om is geplaatst? 4. Wat is uw inschatting van de herstelkosten (inclusief arbeid) om de isolatie van de binnenspouwbladen te laten voldoen aan de eisen zoals die in 2022 golden? 5a. Is de dakconstructie van de uitbouw in overeenstemming met de tekeningen van de constructeur?
b. Hoeveel stalen delen zijn hiervoor gebruikt?
c. Voldoet de dakconstructie aan de eisen van het Bouwbesluit zoals dat in 2022 gold?
d. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
e. Is u aan de dakconstructie nog iets anders opgevallen dat u wil delen met de rechtbank en meegewogen zou moeten worden? 6. Volgens de aannemer heeft hij in de dakconstructie van de uitbouw meer materiaal gebruikt (extra balken geplaatst, waaronder houten balken) dan op basis van de tekening van de constructeur. Hierdoor zou de constructie steviger zijn geworden.
a. Heeft u dit extra materiaal aangetroffen?
b. Zo ja, wat is uw deskundig oordeel over de versteviging van de constructie door dit extra materiaal? 7a. Is de perilexaansluiting gemonteerd op een wijze die voldoet aan de in 2022 geldende eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 8a. Is het leidingwerk aangelegd conform de in 2022 gelden eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 9a. Met betrekking tot de vloerverwarming: zijn zes groepen voldoende om het huis tot een comfortabele temperatuur te verwarmen en constant te houden?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 10. Partijen zijn oorspronkelijk een elektrische verwarming in de badkamer overeengekomen. Op advies van de aannemer is door de aannemer in plaats daarvan een CV-gestuurde verwarming geïnstalleerd.
a. Kon de aannemer de CV-gestuurde verwarming als gelijkwaardig alternatief voor een elektrische verwarming adviseren?
b. Zo ja, is het werk uitgevoerd volgens de daaraan te stellen in 2022 geldende eisen?
c. Indien één van beide voorgaande deelvragen met nee wordt beantwoord: wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 11. Wat is uw inschatting van de herstelkosten (inclusief arbeid) van de muur in de hal? 12. Over de in de badkamer uitgevoerde werkzaamheden:
a. Is het voegwerk van de badkamertegels dicht?
b. Als dit niet zo is, zou dat kunnen komen door de inmiddels verstreken tijd?
c. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
d. Staat het bad waterpas?
e. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
f. Is de dorpel juist geplaatst gelet op de in 2022 geldende eisen voor ventilatie?
g. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
h. Is in de douche kimband geplaatst?
i. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
j. [eisers c.s.] ervaart problemen met de afvoer van water als de wasmachine spoelt. Worden deze problemen veroorzaakt door werkzaamheden die door [gedaagde sub 1] aan de afvoer zijn verricht?
k. Zo ja, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 13a. Voldoet de elektrische installatie aan het Bouwbesluit zoals dat in 2022 gold en meer specifiek: kunnen al deze apparaten draaien op één groep?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 14. Wat is uw inschatting van de herstelkosten (inclusief arbeid) om de door [gedaagde sub 1] geplaatste kozijnen met glas te vervangen voor de overeengekomen kozijnen met HR+++-glas? Wilt u hierbij meteen meenemen dat in de vaste ramen een ventilatierooster moet worden geplaatst? 15a. Is het stucwerk op de slaapkamer ter plaatse van de radiator uitgevoerd naar de in 2022 geldende eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 16a Zijn de werkzaamheden op zolder ((i) installeren van een inbouwstopcontact, (ii) van een schakeling en (iii) het vervangen van de bedrading) uitgevoerd naar de in 2022 gelden eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 17a. Is het CV-leidingwerk uitgevoerd naar de in 2022 geldende eisen?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten? 18a. Is de zandcementen dekvloer aangebracht volgens de in 2022 geldende eisen en is deze geschikt voor het aanbrengen van een PVC-vloer?
b. Zo niet, wat is uw inschatting van de in verband hiermee noodzakelijke herstelkosten, inclusief de arbeidskosten?
19. Heeft u verder nog opmerkingen of aanvullingen die u de rechtbank wil meegeven bij de beoordeling? 3.60 De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eisers c.s.] worden betaald. 3.61 In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 3.62 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De rechtbank 4.1 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 19 augustus 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over de aan de deskundige te stellen vragen, 4.2 bepaalt dat [eisers c.s.] bij diezelfde akte ook bewijsstukken in het geding moet brengen van zijn stelling dat een monteur bij de plaatsing van de nieuwe CV-ketel de door [gedaagde sub 1] geplaatste leidingen van de vloerverwarming opnieuw heeft aangesloten omdat deze verkeerd om waren geïnstalleerd en van de kosten van deze werkzaamheden, 4.3 bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij, 4.4 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026. 4403 Productie 2 bij dagvaarding Productie 3 bij dagvaarding, mail van 27 maart 2022 Producties 4 en 5 bij dagvaarding [eisers c.s.] heeft op de zitting van 18 juni 2026 nogmaals bevestigd dat de dagvaarding als omzettingsverklaring heeft te gelden, en heeft daarbij ook de vordering tot nakoming ingetrokken, zie proces-verbaal van de zitting van 18 juni 2026. Productie 3 bij dagvaarding: mail van [eisers c.s.] van 2-5-2022, WhatsApp van [eisers c.s.] van 22-6-2022, 23:34:44 en mail van [eisers c.s.] van 3-7-2022 Productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 29-8-2022, 07:16:29 Waarbij ter zitting van 18 juni 2026 door [eisers c.s.] is aangegeven dat zij – geconfronteerd met het gebrek van een 6 groepen aansluiting – dan de voorkeur hebben aangegeven voor een vloerverwarmingsverdeler van composiet in plaats van staal. Productie 3 bij dagvaarding: mail van [eisers c.s.] van 27-3-2022 Productie 3 bij dagvaarding: mail van [eisers c.s.] van 2-5-2022 en WhatsApp van [eisers c.s.] van 22-6-2022, 23:34:44 Productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 22-6-2022, 22:14:41 Productie 3 bij dagvaarding: mail van [eisers c.s.] van 2-5-2022, WhatsApp van [eisers c.s.] van 16-6-2022, 17:20:33 en van 22-6-2022, 23:34:44 Productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 21-6-2022, 09:30:17 Productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [eisers c.s.] van 28-8-2022, 23:30:13 Productie 3 bij dagvaarding: mail van [eisers c.s.] van 2-5-2022, mail van [eisers c.s.] van 24-5-2022 en de reactie daarop in de mail van [gedaagde sub 1] van 24-5-2022 Productie 27 bij dagvaarding Bijlage bij e-mail van mr. Jonkers van 22 september 2025 Productie 4 bij dagvaarding: op de 3e pagina onder ‘-Badkamer’ is de post ‘Elektrische vloerverwarming’ opgenomen Productie 7 bij dagvaarding Productie 13 bij dagvaarding Productie 2 bij dagvaarding Productie 4 bij dagvaarding productie 55 bij akte vermeerdering van eis Productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 12-04-2022, 18:40:11 voor de heiwerkzaamheden en WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 21-06-2022, 09:29:44 De afspraak blijkt uit productie 3 bij dagvaarding: WhatsApp van [gedaagde sub 1] van 02-06-2022, 10:09:37 en WhatsApp van [eisers c.s.] van 06-06-2022, 08:48:44. De betaling blijkt uit productie 55 bij akte vermeerdering van eis