Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:5117

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor het teweegbrengen van een ontploffing bij een pand en het voorhanden hebben van munitie. De rechtbank legt aan de verdachte een jeugddetentie op van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 146 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren, met bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf op...

Rechtbank Midden-Nederland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:5117 text/xml public 2026-08-04T13:47:05 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-04 13.345111.25; 16.198348.23 (vord. tul) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Lelystad Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5117 text/html public 2026-08-04T11:11:20 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5117 Rechtbank Midden-Nederland , 04-08-2026 / 13.345111.25; 16.198348.23 (vord. tul)
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor het teweegbrengen van een ontploffing bij een pand en het voorhanden hebben van munitie. De rechtbank legt aan de verdachte een jeugddetentie op van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 146 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren, met bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf op van 120 uren. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering. Toewijzing vordering TUL.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 13.345111.25; 16.198348.23 (vord. tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 augustus 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2007] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats 1] ,

(hierna: [verdachte (voornaam)] ).
<nr>1</nr>Zitting
De strafzaak van [verdachte (voornaam)] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 21 juli 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

[verdachte (voornaam)] ;

de officier van justitie: mr. C. van Ravenhorst;

de advocaat van [verdachte (voornaam)] : mr. T. Mustafazade (hierna: de advocaat);

de moeder van [verdachte (voornaam)] ;

[verdachte (voornaam)] ’s toezichthouder bij jeugdreclassering [instelling] (hierna: [instelling] ).
<nr>2</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt [verdachte (voornaam)] ervan dat hij, samengevat:

feit 1: op 24 augustus 2025 samen met een ander opzettelijk een ontploffing heeft teweeggebracht bij een pand gelegen aan de [adres 2] ( [onderneming] ) in Amsterdam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was,

feit 2: op 24 augustus 2025 in Amsterdam samen met een ander een wapen, te weten een geïmproviseerde explosieve constructie, van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, in bezit heeft gehad.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
<nr>3</nr>Bewijs 3.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte (voornaam)] de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer tegen het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2

[verdachte (voornaam)] bekent dat hij de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting van 21 juli 2026;

het proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2025, pagina’s 1 en 2;

het proces-verbaal van onderzoek inclusief bijlagen van 24 augustus 2025, pagina’s 13 tot en met 32;

het proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2025, pagina’s 169 tot en met 174.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.4.
Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

1: op 24 augustus 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door bij een pand, gelegen aan de [adres 2] ( [onderneming] ), een explosieve/brandbare substantie tot ontbranding te brengen en een geïmproviseerde explosieve constructie te activeren, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor voornoemd pand en de nabij gelegen pand(en) te duchten was en levensgevaar voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden te duchten was en

- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden te duchten was,

2: op 24 augustus 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een geïmproviseerde explosieve constructies, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte (voornaam)] wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte (voornaam)] niet.
<nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 4.1.
Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1: opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7º.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en [verdachte (voornaam)] zijn strafbaar.
<nr>5</nr>Straf 5.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat [verdachte (voornaam)] wordt veroordeeld tot:

- een jeugddetentie van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 146 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden;

o locatieverbod voor de gemeente [.] ;

o contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] ;

o meewerken aan jobcoach en/of andere coaching;

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als [verdachte (voornaam)] deze werkstraf niet of niet goed uitvoert.
5.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat [verdachte (voornaam)] de flessen niet volledig met benzine heeft gevuld. Volgens [verdachte (voornaam)] bevatten de flessen slechts een kleine hoeveelheid benzine en bestond ongeveer negentig procent van de inhoud uit water. Uit zijn handelen blijkt dat hij niet heeft beoogd een zo groot mogelijke explosie of brand te veroorzaken. Het toevoegen van water laat zien dat [verdachte (voornaam)] juist probeerde de mogelijke gevolgen te beperken. Zijn handelen laat zien dat hij, in een situatie waarin hij zich gedwongen voelde mee te werken, heeft geprobeerd een veel ernstigere afloop te voorkomen. Daarnaast heeft de advocaat verzocht rekening te houden met de druk waaronder [verdachte (voornaam)] heeft gehandeld. Hij is via Snapchat door iemand benaderd die hem heeft bedreigd en aangaf te weten waar zijn moeder woont. Hierdoor was [verdachte (voornaam)] bang dat zijn familie iets zou worden aangedaan als hij niet zou meewerken. Ook heeft de advocaat verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd en proceshouding van [verdachte (voornaam)] .

De advocaat heeft verzocht een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die [verdachte (voornaam)] al in voorarrest heeft doorgebracht, met de bijzondere voorwaarden zoals geëist door de officier van justitie. De advocaat heeft verzocht de door de officier van justitie geëiste taakstraf flink te matigen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals op de zitting is gebleken.

Ernst en omstandigheden van de feiten

[verdachte (voornaam)] heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij een pand. Dergelijke explosies zijn een ernstig maatschappelijk probleem. Zij worden vaak in opdracht gepleegd om slachtoffers te intimideren, onder druk te zetten of wraak op hen te nemen. Dit soort feiten hebben niet alleen grote gevolgen voor de directe slachtoffers, maar veroorzaken ook gevoelens van angst en onveiligheid bij omwonenden en in de samenleving als geheel. Brandstichtingen en explosies zijn bovendien levensgevaarlijk. Op het moment van de ontploffing bij [onderneming] waren er mensen aanwezig in de woningen boven het pand, waardoor de kans op nog ernstigere gevolgen, zoals ernstig letsel, reëel was. [verdachte (voornaam)] heeft zich niet laten weerhouden door het voorzienbare gevaar voor letsel en schade.

[verdachte (voornaam)] heeft steeds verklaard dat hij water bij de benzine heeft gedaan. De rechtbank vindt deze verklaring aannemelijk, omdat hij hierover consistent heeft verklaard. De rechtbank kan echter niet vaststellen wat de verhouding van water en benzine is geweest. Ook kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat de beperkte schade het gevolg is geweest van het handelen van [verdachte (voornaam)] of dat het meer geluk dan wijsheid was. De politie heeft namelijk tijdens het onderzoek vastgesteld dat de Cobra 6 bij het naar binnen gooien vermoedelijk los is geraakt van de geïmproviseerde explosieve constructie, de flessen met daarin benzine. Wanneer de Cobra 6 en de benzine als één geheel zouden zijn geëxplodeerd, zou de schade volgens de politie aanzienlijk groter zijn geweest. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de ernst van het feit of de gevaarzetting anders te beoordelen. [verdachte (voornaam)] heeft een zeer gevaarlijke situatie veroorzaakt, ook al heeft hij water bij de benzine gedaan. Benzine is namelijk ook na het toevoegen van water brandbaar omdat benzine en water niet mengen.

Daarnaast heeft [verdachte (voornaam)] een geïmproviseerde explosieve constructie voorhanden gehad. Het ongeoorloofd bezit hiervan brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de samenleving met zich mee.

Persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)]

De rechtbank heeft gekeken naar:

het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 23 juni 2026;

een advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 juli 2026.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 23 juni 2026 waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor onder andere wapenbezit, diefstallen en mishandeling. [verdachte (voornaam)] liep voor één van deze veroordelingen in een proeftijd. Dit heeft [verdachte (voornaam)] er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dat in het nadeel van [verdachte (voornaam)] mee bij de bepaling van de straf.

Het advies van de Raad

De Raad heeft [verdachte (voornaam)] niet gesproken, omdat [verdachte (voornaam)] door slechte ervaringen met de Raad niet in gesprek wilde gaan met de Raad. De Raad heeft wel met zijn moeder en de jeugdreclassering gesproken. De Raad heeft geadviseerd om een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen en een gedeelte voorwaardelijk op te leggen. De Raad vindt het niet passend om een (voorwaardelijke) jeugddetentie aan [verdachte (voornaam)] op te leggen. [verdachte (voornaam)] is beïnvloedbaar en kan in een JJI negatief worden beïnvloed door andere jongeren die daar verblijven. Tevens zou hij, als hij terug moet naar de JJI, zijn baan kwijt kunnen raken terwijl zijn baan juist een beschermende factor is.

Op te leggen straf

De bewezenverklaarde feiten zijn ernstige feiten. Vanwege die ernst is een jeugddetentie passend. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)] , is de rechtbank echter van oordeel dat [verdachte (voornaam)] nu niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Wel vindt de rechtbank, net als de officier van justitie, het belangrijk dat [verdachte (voornaam)] een grote voorwaardelijke straf boven het hoofd hangt. Dit is nodig om [verdachte (voornaam)] gemotiveerd te houden uit de criminaliteit te blijven.

De rechtbank legt daarom een jeugddetentie op voor de duur van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 146 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank is hierbij uitgegaan van een voorarrest van 4 dagen. Dit betekent dat [verdachte (voornaam)] dus niet meer terug hoeft naar de jeugdgevangenis, als hij zich aan de voorwaarden houdt. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie is de algemene voorwaarde gekoppeld dat [verdachte (voornaam)] zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Ook zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geëist door de officier van justitie. Daarbij geldt dat [verdachte (voornaam)] , na overleg met de jeugdreclassering, in [plaats 2] mag zijn voor het uitvoeren van werkopdrachten en om zijn opa en oma te bezoeken.

Om recht te doen aan de ernst van de strafbare feiten, zal de rechtbank ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uur opleggen, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als [verdachte (voornaam)] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht.

De voorlopige hechtenis

Omdat [verdachte (voornaam)] het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen jeugddetentie al in het voorarrest heeft uitgezeten, heft de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis op.
<nr>6</nr>Vordering benadeelde partij 6.1.
Vordering van de benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich namens [onderneming] B.V. als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 27.336,95. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan [verdachte (voornaam)] tenlastegelegde.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor het tegelwerk (€ 600,00) en kozijn (€ 2.500,00) gedeeltelijk dienen te worden toegewezen. De officier van justitie verzoekt de rechtbank gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.

De benadeelde partij dient ten aanzien van de misgelopen inkomsten en openstaande rekeningen niet-ontvankelijk te worden verklaard nu deze kosten onvoldoende zijn onderbouwd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en een nadere onderbouwing het strafproces onevenredig zou belasten.
6.4.
Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen voldoende blijkt dat door de benadeelde partij schade is geleden. De vordering die is ingediend roept bij de rechtbank echter zodanig veel vragen op, dat niet – op een binnen het strafproces aanvaardbare manier – is vast te stellen welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. De causaliteit tussen de bewezen verklaarde feiten en meerdere van de opgevoerde schadeposten kan niet eenvoudig worden vastgesteld. Daarnaast roepen diverse opgevoerde schadeposten veel vragen op, bijvoorbeeld of sprake is van rechtstreekse schade. Een toereikende onderbouwing daartoe ontbreekt. Dit betekent dat de behandeling van de gehele vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de gehele vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de rechtbank de kosten compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
<nr>7</nr>Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf 7.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering toewijst, zodat de voorwaardelijk aan [verdachte (voornaam)] opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd.
7.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
7.3.
Oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 13 december 2023 (parketnummer 16.198348.23) is aan [verdachte (voornaam)] een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 20 uren opgelegd. De hierboven bewezenverklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezenverklaarde feiten heeft [verdachte (voornaam)] de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. [verdachte (voornaam)] wist dat wanneer hij zich niet aan de voorwaarden zou houden, hij een werkstraf van 20 uur zou moeten uitvoeren. Om die reden zal deze voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer worden gelegd. Dat betekent dat [verdachte (voornaam)] de voorwaardelijk opgelegde werkstraf alsnog moet uitvoeren.
<nr>8</nr>Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

47, 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht en

26 en 55 Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
<nr>9</nr>De beslissing
De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat [verdachte (voornaam)] de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte (voornaam)] daarvan vrij;

Strafbaarheid feit

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

Strafbaarheid verdachte

- verklaart [verdachte (voornaam)] strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

Straf

- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een jeugddetentie van 150 (honderdvijftig) dagen;

- bepaalt dat de tijd, door [verdachte (voornaam)] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 146 (honderdzesenveertig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte (voornaam)] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat [verdachte (voornaam)] :

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte (voornaam)] gedurende de proeftijd:

zich zal houden aan een locatieverbod voor de gemeente [.] , waarbij geldt dat [verdachte (voornaam)] , na overleg met de jeugdreclassering, in [plaats 2] mag zijn voor het uitvoeren van werkopdrachten en om zijn opa en oma te bezoeken;

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal hebben met medeverdachte [medeverdachte] , geboren op [2006] , te controleren door de politie en zolang het Openbaar Ministerie dit verbod noodzakelijk vindt;

zal meewerken aan jobcoach en/of andere coaching;

- waarbij aan de gecertificeerde instelling, te weten [instelling] te [plaats 2] , opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte (voornaam)] ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt dat voor het geval [verdachte (voornaam)] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 60 dagen jeugddetentie;

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [onderneming] B.V.

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en [verdachte (voornaam)] , in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 16.198348.23

- wijst de vordering toe;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter, mr. T. van Haaren-Paulus en mr. F.D.M. Osinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Tressel als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan [verdachte (voornaam)] is ten laste gelegd dat:

(in de zaak met parketnummer 13.345111.25)

1

hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door bij/op/ter hoogte van een pand, gelegen aan de [adres 2] ( [onderneming] ), een explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen) tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en/of een (elektronisch) ontstekingsmechanisme van een (zelfgemaakt) explosief en/of een geïmproviseerde explosieve constructie te activeren, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of de nabij gelegen pand(en) en/of auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of

- levensgevaar voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden, in elk geval levensgevaar voor een of meer ander(en) te duchten was en/of

- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer ander(en) te duchten was;

2

hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meer geïmproviseerde explosieve constructies, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing

voorhanden heeft gehad.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer 21584570, doorgenummerd pagina 1 tot en met 180. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.

Artikel delen