Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:5155

Veroordeling van een 32-jarige man tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden wegens verboden (vuur)wapenbezit. Daarnaast moet de verdachte een taakstraf uitvoeren van 170 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis uitzitten. De verdachte droeg het vuurwapen zichtbaar in zijn broekband terwijl hij door...

Rechtbank Midden-Nederland 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:5155 text/xml public 2026-08-05T13:08:30 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-03 16/153991-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5155 text/html public 2026-08-05T12:46:45 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5155 Rechtbank Midden-Nederland , 03-08-2026 / 16/153991-25
Veroordeling van een 32-jarige man tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden wegens verboden (vuur)wapenbezit. Daarnaast moet de verdachte een taakstraf uitvoeren van 170 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis uitzitten. De verdachte droeg het vuurwapen zichtbaar in zijn broekband terwijl hij door een supermarkt liep. De verdachte is uiteindelijk in een bus (waar ook andere mensen in zaten) door een politieagent aangetroffen met het vuurwapen nog steeds in zijn broekband, waarna de verdachte meermalen door de politieagent is gewaarschuwd dat hij moest blijven staan. De verdachte heeft vervolgens met behulp van de noodknop de bus verlaten en is blijven wegrennen, ook na meerdere waarschuwingsschoten die de politieagent loste. Uiteindelijk is de verdachte in zijn woning aangehouden. De rechtbank acht het, mede gelet op het advies van de deskundige, niet passend om de verdachte op dit moment terug te sturen naar de gevangenis. De rechtbank vindt het vanuit het strafdoel herhaling te voorkomen belangrijk dat de verdachte verder kan gaan met zijn behandeling in de kliniek waar hij op dit moment verblijft.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/153991-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 augustus 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] , [postcode] in [plaats] ,

op dit moment opgenomen op de AFZ van Fivoor in [plaats] ,

(hierna: de verdachte).
<nr>1</nr>Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 20 juli 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. A. Drogt;

de advocaat van de verdachte: mr. T. de Heer (hierna: de advocaat).
<nr>2</nr>Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

op 18 mei 2025 in Almere een vuurwapen (een gaspistool omgebouwd naar scherpschietend, categorie III.1) en munitie (6 scherpe kogelpatronen, categorie III) voorhanden heeft gehad.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
<nr>3</nr>Bewijs 3.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit zoals dit op de beschuldiging staat heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer over het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

 de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 juli 2026;

 een proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2025, opgesteld door [verbalisant] .
3.4.
Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 18 mei 2025 te Almere,

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, pistool, van origine gaspistool, merk Retay, model G19C (voorzien van het wapennummer [nummer] , kaliber 9mm P.A .K.), omgebouwd naar scherpschietend, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 6 scherpe kogelpatronen (kaliber 7.65Br, merk CBC),

voorhanden heeft gehad.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
<nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid 4.1.
Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
<nr>5</nr>Straf 5.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd:

• een meldplicht bij reclassering;

• meewerken aan opname in een zorginstelling;

• meewerken aan ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;

• een verbod op verdovende middelen;

• een alcoholverbod;

• meewerken aan het vinden/behouden van dagbesteding.

De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
5.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat er rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte vanaf het begin af aan een bekennende verklaring heeft afgelegd, het wapen heeft aangewezen en vanaf het begin meewerkend is geweest. De verdachte voelt oprechte schaamte en hij voelt zich ook schuldig. Dit blijkt ook uit de rapportages: er wordt vanuit gegaan dat de verdachte heel veel spijt heeft. Er zijn veel gesprekken hierover met de verdachte gevoerd. Ondanks een terugval, ziet de advocaat dat de verdachte het goed doet in de kliniek. De advocaat ziet dat de intrinsieke motivatie van de verdachte nog hoger is aangezien hij weet dat dit de meest specialistische vorm van verslavingshulp is die hij gaat krijgen. De eis van de officier van justitie vindt de advocaat niet tegemoet komen aan deze positieve ontwikkelingen en hij vindt dat er ook onvoldoende rekening wordt gehouden met het feit dat de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis langere tijd een enkelband heeft gedragen. Bovendien blijkt uit het rapport dat het feit de verdachte verminderd toegerekend kan worden en dat het recidiverisico wordt ingeschat als matig. De advocaat verzoekt de rechtbank om het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk te laten zijn aan het voorarrest en daarnaast een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd. Subsidiair verzoekt de advocaat om naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest niet meer dan een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op te leggen als stok achter de deur.

De verdediging verzet zich niet tegen het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de bijzondere voorwaarden.
5.3.
Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een omgebouwd gaspistool naar een scherpschietend vuurwapen en 6 scherpe kogelpatronen. De verdachte droeg het vuurwapen zichtbaar in zijn broekband terwijl hij door een supermarkt liep. De verdachte is uiteindelijk in een bus (waar ook andere mensen in zaten) door een politieagent aangetroffen met het vuurwapen nog steeds in zijn broekband, waarna de verdachte meermalen door de politieagent is gewaarschuwd dat hij moest blijven staan. De verdachte heeft vervolgens met behulp van de noodknop de bus verlaten en is blijven wegrennen, ook na meerdere waarschuwingsschoten die de politieagent loste. Uiteindelijk is de verdachte in zijn woning aangehouden.

Het bezit van een vuurwapen met bijbehorende munitie brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich mee vanwege de kans op het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Dit geldt nog meer in een situatie zoals deze, waarin de verdachte het vuurwapen met munitie in het openbaar bij zich droeg en het wapen binnen handbereik was, waardoor het vrijwel direct kon worden gebruikt. Verder draagt het bezit van vuurwapens sterk bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dat die risico’s zich ook realiseren, blijkt uit de veelheid aan geweldsincidenten waarbij vuurwapens zijn gebruikt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie (‘strafblad’) van de verdachte van 22 juni 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar niet in de 5 jaar voorafgaand aan het plegen van het onderhavige feit. De rechtbank weegt dit dan ook niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het pro-Justitia (enkel)rapport van psychiater M.G.H. van Willigenburg (klinisch psycholoog) van 7 oktober 2025.

Volgens de deskundige is bij de verdachte sprake van een stoornis in alcoholgebruik, een paniekstoornis met agorafobie en een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke (en mogelijk antisociale) kenmerken.

De deskundige adviseert om de behandeling te laten plaatsvinden in het kader van een bijzondere voorwaarde met een verplicht reclasseringstoezicht gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel. De deskundige adviseert om het tenlastegelegde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies van Tactus Reclassering Enschede d.d. 3 juli 2026, dat over de verdachte is uitgebracht door D. Meijer, reclasseringswerker. De reclassering adviseert om een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: (1) een meldplicht bij reclassering, (2) opname in een zorginstelling, (3) ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, (4) verbod op verdovende middelen, (5) een alcoholverbod en (6) dagbesteding.

De reclassering schat het gevaar op herhaling in als gemiddeld-hoog.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het voorhanden hebben van een pistool (categorie III onder 1) in het openbaar is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden.

Strafoplegging

De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd rechtvaardigen, mede gelet op voornoemd oriëntatiepunt, oplegging van een gevangenisstraf van meerdere maanden. Strafverzwarend weegt de rechtbank mee dat de verdachte het vuurwapen in het openbaar en zichtbaar bij zich droeg en het wapen ook binnen handbereik was. De rechtbank weegt in strafmatigende zin mee dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was.

De rechtbank acht het, mede gelet op het advies van de deskundige, niet passend om de verdachte op dit moment terug te sturen naar de gevangenis. De rechtbank vindt het vanuit het strafdoel herhaling te voorkomen belangrijk dat de verdachte verder kan gaan met zijn behandeling in de kliniek waar hij op dit moment verblijft. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van een aanzienlijk strafdeel van groot belang als stok achter de deur zodat de verdachte zich zal blijven inzetten, ook als het op enig moment moeilijker wordt.

Alles overwegende acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals in het dictum vermeld.

De rechtbank wijkt af van het standpunt van de verdediging over de strafmaat, omdat een taakstraf en ook een gevangenisstraf van 1 maand als voorwaardelijk strafdeel de ernst van het feit onvoldoende tot uitdrukking brengt.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie.

Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de inhoud van het pro-Justitia rapport, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zal worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Voorlopige hechtenis

Gezien het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
<nr>6</nr>In beslag genomen voorwerpen 6.1.
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de teruggave van de mobiele telefoon aan de verdachte.
6.2.
Standpunt van de verdediging

De advocaat vraagt om teruggave van de mobiele telefoon aan de verdachte.
6.3.
Oordeel van de rechtbank

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten: een mobiele telefoon (PL0900-2025163036-3529638, Samsung zwart),

aangezien het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
<nr>7</nr>Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;

artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
<nr>8</nr>De beslissing
De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

1. Meldplicht reclassering

zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en

zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Tactus Reclassering op het adres Randstad 22183, 1316 BM Almere;

2. Opname in een zorginstelling

zich gedurende de proeftijd voor 12 maanden of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door Fivoor te [plaats] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname is reeds gestart op 22 juni 2026. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

3. Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname

zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek JusTact van

Tactus Verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

4. Verbod verdovende middelen

gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest.

De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

5. Alcoholverbod

gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming

heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles.

Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

6. Dagbesteding

zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of

vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

beslag

- gelast de teruggave aan de verdachte van het volgende voorwerp:

 een mobiele telefoon (PL0900-2025163036-3529638, Samsung zwart);

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock , voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. Pronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2026.

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 mei 2025 te Almere,

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een vuurwapen, pistool, van origine gaspistool, merk Retay,

model G19C (voorzien van het wapennummer [nummer]

, kaliber 9mm P.A .K.), omgebouwd naar scherpschietend,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten
6 scherpe kogelpatronen (kaliber 7.65Br, merk CBC), voorhanden heeft gehad.

Pagina 25 t/m 28 van het losse aanvullend proces-verbaal van het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025163036, doorgenummerd pagina 1 tot en met 39.

Artikel delen