Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:6227

pkv na intrekking voor ene zaak, n-o andere zaak

Rechtbank Midden-Nederland 24 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:6227 text/xml public 2026-09-24T13:57:11 2026-09-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-09-17 UTR 24/5806 en UTR 24/6242 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6227 text/html public 2026-09-24T13:56:41 2026-09-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:6227 Rechtbank Midden-Nederland , 17-09-2026 / UTR 24/5806 en UTR 24/6242
pkv na intrekking voor ene zaak, n-o andere zaak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 24/5806 en UTR 24/6242
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2026 in de zaak tussen [eiseres / verzoekster] , te [plaats] , eiseres/verzoekster
(gemachtigde: mr. W. Leistra),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres/verzoekster omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 4 november 2021 om handhavend op te treden (UTR 24/6242). Deze uitspraak gaat ook over het verzoek van eiseres/verzoekster om vergoeding van haar proceskosten in de zaak UTR 24/5806.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Eiseres/verzoekster heeft op 14 februari 2022 een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder ten aanzien van het uitbreiden van ligplaatsen bij een jachthaven op [adres] , te [plaats] . Eiseres/verzoekster heeft verweerder op 4 mei 2022 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek van 14 februari 2022. Eiseres/verzoekster is op 5 september 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek tot handhaving van 14 februari 2022. Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op het handhavingsverzoek van 14 februari 2022 is geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/5806. Op 17 september 2024 heeft verweerder kenbaar gemaakt voornemens te zijn het handhavingsverzoek af te wijzen. Eiseres/verzoekster heeft vervolgens het beroep met zaaknummer UTR 24/5806 ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

3. Eiseres/verzoekster heeft op 4 november 2021 nog een handhavingsverzoek ingediend. Eiseres/verzoekster heeft verweerder hierbij verzocht om handhavend op te treden op het perceel [adres] , te [plaats] . Eiseres/verzoekster verzoekt dat verweerder handhavend optreedt ten aanzien van verrichte werkzaakheden (het bouwen van een aanlegsteiger, damwand en meerpalen) die volgens eiseres/verzoekster zonder bouwvergunning zijn verricht. Eiseres/verzoekster heeft verweerder op 21 februari 2022 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek van 4 november 2021. Eiseres/verzoekster is op 1 oktober 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar handhavingsverzoek van 4 november 2021. Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op het handhavingsverzoek van 4 november 2021 is geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/6242. Op 18 februari 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het handhavingsverzoek van 4 november 2021. Eiseres/verzoekster heeft kenbaar gemaakt dat zij het niet eens is met het besluit van 18 februari 2025.

4. Eiseres/verzoekster heeft het beroep met zaaknummer UTR 24/6242 niet ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat verweerder na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen op het handhavingsverzoek van 4 november 2021. Eiseres/verzoekster heeft daarom geen procesbelang meer bij een beroep dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit met zaaknummer UTR 24/6242 daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

5. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

6. Eiseres/verzoekster heeft de beroepen terecht ingesteld, omdat de beslissingen op de handhavingsverzoeken pas zijn genomen na indiening van de beroepen. De rechtbank ziet daarom aanleiding te bepalen dat verweerder de proceskosten van eiseres/verzoekster dient te vergoeden.

7. De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres/verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor voor het gewicht van de zaken van 1, vermenigvuldigd met een wegingsfactor van 1). De rechtbank stelt vast dat sprake is van samenhangende zaken die voor de proceskostenvergoeding als één zaak worden aangemerkt, omdat de beroepen gelijktijdig zijn behandeld, de gemachtigde van eiseres/verzoekster in beide zaken rechtsbijstand heeft verleend en de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Bij de berekening van de proceskostenvergoeding geldt dus een wegingsfactor van 1, omdat sprake is van minder dan vier samenhangende zaken.

8. Verweerder moet ook het griffierecht aan eiseres/verzoekster betalen (artikel 8:41).
Beslissing
De rechtbank:

in de zaak UTR 24/6242

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet vergoeden.

in de zaak UTR 24/5806

- wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoekster heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

(de rechter is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen)

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Artikel 3 van het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht.

Bijlage Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Artikel delen