Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:6303

Tussenvonnis. Toepassing Duits recht in verzekeringszaak over schade aan jacht. Door verzekeraars aangedragen grondslag is niet van toepassing. Partijen mogen zich uitlaten over het voornemen om een deskundige op het gebied van Duits recht te benoemen.

Rechtbank Midden-Nederland 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:6303 text/xml public 2026-09-25T13:02:25 2026-09-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-09-02 11559256 UC EXPL 25-1530 WMB/61313 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Tussenuitspraak NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6303 text/html public 2026-09-25T13:01:08 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:6303 Rechtbank Midden-Nederland , 02-09-2026 / 11559256 UC EXPL 25-1530 WMB/61313
Tussenvonnis. Toepassing Duits recht in verzekeringszaak over schade aan jacht. Door verzekeraars aangedragen grondslag is niet van toepassing. Partijen mogen zich uitlaten over het voornemen om een deskundige op het gebied van Duits recht te benoemen.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht, kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11559256 UC EXPL 25-1530 WMB/61313

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

de rechtspersonen naar buitenlands recht

1. [eiseres sub 1] S.E. (voorheen genaamd: [onderneming 1] S.E.),

gevestigd in [vestigingsplaats 1] , België,2. [eiseres sub 2] N.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 2] , België,3. [eiseres sub 3] S.A.,

gevestigd in [vestigingsplaats 3] , Frankrijk,4. [eiseres sub 4] SE,

gevestigd in [vestigingsplaats 4] , Duitsland,5. [eiseres sub 5] AG,

gevestigd in [vestigingsplaats 5] , Duitsland,6. [eiseres sub 6] DAC,

gevestigd in [vestigingsplaats 6] , Ierland,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] c.s.,

gemachtigde: mr. V.R. Pool,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 7] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M.H.J. Langerak.
<nr>1</nr>De procedure 1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 25 februari 2026. Na het tussenvonnis hebben beide partijen op 25 maart 2026 een akte genomen over alle aspecten van de zaak die volgens hen relevant zijn. Daarna heeft [eiseres sub 1] c.s. op 6 mei 2026 een akte genomen. Op 19 mei 2026 heeft [eiseres sub 1] c.s. een aanvullende productie met een toelichting ingediend. [gedaagde] heeft op 20 mei 2026 bezwaar gemaakt tegen de aanvullende productie en toelichting. Vervolgens heeft [gedaagde] op 27 mei 2026 een akte genomen. Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
<nr>2</nr>De kern van de zaak 2.1
Het draait in deze zaak om schade aan het jacht genaamd [naam] . Het jacht is op 28 oktober 2020 van [gedaagde] gekocht door mevrouw [A] (hierna: [A] ). [A] heeft met [eiseres sub 1] c.s. een verzekeringsovereenkomst gesloten om het jacht te verzekeren. Ergens in de periode van 26 tot en met 31 oktober 2022 is de brandblusinstallatie van het jacht uitgeblazen, terwijl het voor winterstalling in een loods stond. [eiseres sub 1] c.s. zegt dat daardoor schade is ontstaan aan het jacht en zij de herstelkosten daarvoor aan [A] heeft moeten vergoeden. [eiseres sub 1] c.s. wil dat [gedaagde] die herstelkosten, vermeerderd met advocaatkosten en expertisekosten, van in totaal € 272.884,90 aan haar betaalt. [gedaagde] weigert dat te doen. De kantonrechter is van plan om een deskundige te benoemen. Partijen krijgen de gelegenheid om zich over dat voornemen en de aan de deskundige te stellen vragen uit te laten.
<nr>3</nr>De verdere beoordeling
De kantonrechter laat de naamswijziging van [eiseres sub 1] c.s. onbesproken
3.1
Voordat in wordt gegaan op de inhoudelijke beoordeling van deze zaak, merkt de kantonrechter op dat [gedaagde] in haar akte van 25 maart 2026 vraagtekens heeft gezet bij de onderbouwing die [eiseres sub 1] c.s. heeft gegeven voor de naamswijziging van [onderneming 1] S.E. naar [eiseres sub 1] S.E. Omdat [gedaagde] geen consequenties heeft verbonden aan haar opmerkingen daarover en geen bezwaar heeft gemaakt tegen de naamswijziging, laat de kantonrechter dit punt verder onbesproken.

De aanvullende productie van [eiseres sub 1] c.s. wordt toegelaten
3.2
[gedaagde] heeft er bezwaar tegen gemaakt dat de aanvullende productie die [eiseres sub 1] c.s. op 19 mei 2026 heeft ingediend, wordt toegevoegd aan het procesdossier. Dat bezwaar wordt afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling van 7 november 2026 heeft de kantonrechter in samenspraak met partijen vastgesteld welke proceshandelingen partijen daarna nog zouden verrichten om daarmee de procesefficiëntie en het recht op hoor en wederhoor voor beide partijen te waarborgen. Die procesplanning is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Door de aanvullende productie te overleggen is [eiseres sub 1] c.s. van die procesplanning afgeweken. [gedaagde] had daardoor minder tijd om daarop te reageren dan van tevoren was afgesproken. Gelet op het feit dat het om een beperkt aantal betalingsafschriften van batch-betalingen gaat die [eiseres sub 1] c.s. pas recent in haar bezit heeft gekregen, is dat op zichzelf echter onvoldoende reden om de stukken buiten beschouwing te laten. [gedaagde] krijgt wel de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken alsnog op die stukken te reageren, zodat zij alsnog voldoende tijd heeft gehad om dat te doen.

De eiswijziging van [eiseres sub 1] c.s. wordt toegelaten
3.3
[eiseres sub 1] c.s. heeft in haar akte van 23 oktober 2025 een eiswijziging ingediend. Eerst vroeg zij in de dagvaarding aan de kantonrechter om:

te verklaren voor recht dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens haar contractspartij [A] en/of [eiseres sub 1] c.s. voortvloeiend uit de tekortkoming onder de tussen [gedaagde] en [A] gesloten (consumenten)koopovereenkomst;

[gedaagde] te veroordelen om primair aan [eiseres sub 1] of subsidiair aan elk van eisers apart te betalen:

a. het bedrag van € 175.197,78 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 26 oktober 2022, althans vanaf de dag van uitkering aan verzekerde, althans vanaf de dag der dagvaarding;

b. het bedrag van € 60.927,60 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 26 oktober 2022, althans vanaf de dag der dagvaarding;

c. het bedrag van € 15.000,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 6 juli 2023, althans vanaf de dag der dagvaarding;

d. het bedrag van € 31.200,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 althans vanaf de dag der dagvaarding;

e. het bedrag van € 9.410,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

f. het bedrag van € 41.849,57 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 21 maart 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding.

g. het bedrag van € PM te vermeerderen met de onder het toepasselijk recht geldende wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.
3.4
In haar akte van 23 oktober 2025 heeft [eiseres sub 1] c.s. haar oorspronkelijke vorderingen 2.a., 2.b., 2.c., 2d. en 2.g. gewijzigd. Na eiswijziging vraagt [eiseres sub 1] c.s. aan de kantonrechter om:

te verklaren voor recht dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens haar contractspartij [A] en/of [eiseres sub 1] c.s. voortvloeiend uit de tekortkoming onder de tussen [gedaagde] en [A] gesloten (consumenten)koopovereenkomst;

[gedaagde] te veroordelen om primair aan [eiseres sub 1] of subsidiair aan elk van eisers apart te betalen:

a. het bedrag van € 38.089,15 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 althans vanaf de dag der dagvaarding;

b. het bedrag van € 94.670,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 20 juli 2023, althans vanaf de dag der dagvaarding;

c. het bedrag van € 11.530,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 20 juli 2023, althans vanaf de dag der dagvaarding;

d. het bedrag van € 11.136,14 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 25 juni 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding;

e. het bedrag van € 35.000,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 11 februari 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding;

f. het bedrag van € 31.200,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 althans vanaf de dag der dagvaarding;

g. het bedrag van € 9.410,00 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

h. het bedrag van € 41.849,57 te vermeerderen met de onder het toepasselijke recht geldende wettelijke rente vanaf 21 maart 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding.
3.5
[gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging en heeft inhoudelijk verweer gevoerd tegen de gewijzigde eis. De eiswijziging wordt daarom toegelaten.
3.6
De kantonrechter merkt op dat [eiseres sub 1] c.s. in de akte met daarin de eiswijziging en in haar akte van 6 mei 2026 zegt dat zij naast de bovenstaande kosten voor schade aan het jacht (vorderingen 2.a. t/m 2.e van in totaal € 190.425,29), de kosten voor de Duitse advocaten (vorderingen 2.f. en 2.g.) en de expertisekosten (vordering 2.h.), ook een aanvullend schadebedrag van € 9.940,50 vordert. Dat bedrag komt echter niet terug in het petitum van haar eiswijziging.

Er is sprake van subrogatie voor zover [gedaagde] aansprakelijk is
3.7
[eiseres sub 1] c.s. heeft uitgelegd dat de vordering van € 9.410,00 (vordering 2.g.) ziet op de advocaatkosten die zij heeft gemaakt voor de procedure die tussen [A] en [gedaagde] is gevoerd bij de rechter in Düsseldorf . De vordering van € 41.849,57 (vordering 2.h.) ziet op de expertisekosten die in opdracht van [eiseres sub 1] c.s. zijn gemaakt door het onderzoeksbureau [onderneming 2] (hierna: [onderneming 2] ) om de schadeoorzaak vast te stellen. De overige vorderingen zijn vorderingen die [A] volgens [eiseres sub 1] c.s. op [gedaagde] had. [eiseres sub 1] c.s. zegt dat die vorderingen van [A] inmiddels allemaal op haar (de gezamenlijke verzekeraars) zijn overgegaan door subrogatie. Daarnaast zegt [eiseres sub 1] c.s. dat zij een volmacht heeft om namens [A] die vorderingen in te stellen als de vorderingen niet op haar zijn overgegaan.
3.8
In het tussenvonnis van 25 februari 2026 is vastgesteld dat Nederlands recht op de verzekeringsovereenkomst tussen [eiseres sub 1] c.s. en [A] van toepassing is. Daarom moet naar Nederlands recht worden beoordeeld of de vorderingen zijn overgegaan op [eiseres sub 1] c.s. De kantonrechter oordeelt dat dat het geval is als vast komt te staan dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade aan het jacht. Voor subrogatie is nodig dat de verzekerde schade heeft geleden door toedoen van een derde en dat de verzekeraar die schade, al dan niet verplicht, heeft vergoed. Uit de door [eiseres sub 1] c.s. overgelegde verklaring van de verzekeringsmakelaar [onderneming 3] B.V., blijkt voldoende dat [eiseres sub 1] c.s. de gevorderde bedragen inmiddels allemaal aan [A] heeft uitgekeerd onder de verzekering. Dat betekent dat de vraag of [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van [A] samenvalt met de vraag of de vorderingen op [eiseres sub 1] c.s. zijn overgegaan: als [gedaagde] aansprakelijk is voor schade van [A] , heeft [eiseres sub 1] c.s. die schade aan [A] vergoedt en kan [eiseres sub 1] c.s. betaling daarvan van [gedaagde] vorderen op grond van subrogatie.
3.9
De kantonrechter kan vooralsnog niet vaststellen of [gedaagde] aansprakelijk is voor schade die [A] heeft geleden, zoals hierna verder wordt uitgelegd. Wel kan nu al worden vastgesteld dat [eiseres sub 1] c.s. in geen geval meer een beroep zal hoeven doen op de volmacht van [A] om namens haar te procederen. [eiseres sub 1] c.s. vordert na de eiswijziging immers geen betaling meer van het eigen risico van [A] of andere bedragen die zij niet aan [A] heeft uitgekeerd. Het verweer van [gedaagde] dat de overgelegde volmacht niet volstaat voor [eiseres sub 1] c.s. om namens [A] te procederen, kan daarom verder onbesproken blijven, omdat [eiseres sub 1] c.s. nu enkel nog voor zichzelf procedeert.

Het jacht was ten tijde van de aflevering geen ‘mangelhaftige Sache’
3.10
In het tussenvonnis van 25 februari 2026 is vastgesteld dat Duits recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen [A] en [gedaagde] . Er moet dus naar Duits recht worden beoordeeld of [gedaagde] aansprakelijk is voor schade die [A] heeft geleden en waarvoor [eiseres sub 1] c.s. nu schadevergoeding vordert. [eiseres sub 1] c.s. heeft haar vorderingen gebaseerd op wat naar Nederlands recht de non-conformiteit van het jacht wordt genoemd. Het Duitse recht kent een vrijwel gelijke aansprakelijkheidsregeling in het Bürgerliches Gesetzbuch (hierna: BGB), die haar oorsprong kent in dezelfde Europese regelgeving als waar de Nederlandse regeling voor non-conformiteit op is gebaseerd. Als een aangekochte zaak op het moment van de aflevering daarvan niet aan de overeenkomst voldoet, wordt in het Duitse recht van een Sachmangel gesproken en/of van een mangelhaftige Sache. In zo een geval biedt het Duitse recht de koper verschillende rechten om dat gebrek te (laten) herstellen of compenseren, waaronder het recht op schadevergoeding. Op die wettelijke regeling beroept [eiseres sub 1] c.s. zich in deze procedure, omdat het jacht volgens haar mangelhaftig was ten tijde van de aflevering.
3.11
De kantonrechter oordeelt dat [eiseres sub 1] c.s. haar vorderingen niet kan baseren op een Sachmangel van het jacht. [eiseres sub 1] c.s. zegt dat de schade aan het jacht is veroorzaakt door een defect in het controlepaneel van de brandblusinstallatie. Dat defect heeft er volgens haar voor gezorgd dat de brandblusinstallatie zonder aanleiding is uitgeblazen toen het jacht in de loods stond. Het staat vast dat dat controlepaneel op 22 juni 2021 op het jacht is geïnstalleerd als vervanging van een ander controlepaneel. Partijen verschillen van mening over het moment waarop het jacht feitelijk aan [A] is afgeleverd. Volgens [gedaagde] was dat op 3 maart 2021, volgens [eiseres sub 1] c.s. op 22 mei 2021. Volgens beide partijen is dat dus in ieder geval voor 22 juni 2021 geweest. Partijen zijn het erover eens dat de kapitein van [A] op 22 mei 2021 een controle heeft uitgevoerd aan het jacht en daarbij heeft geconcludeerd dat onder andere de certificering voor de aanwezig brandblusinstallatie ontbrak.
3.12
Tijdens het onderzoek naar de schadeoorzaak door [onderneming 2] heeft de kapitein verklaard dat:

hij na de controle op 22 mei 2021 in overleg met [gedaagde] contact heeft gezocht met een lokaal bedrijf voor veiligheidsapparatuur, genaamd [onderneming 4] , om via dat bedrijf alsnog een certificaat voor de brandblusinstallatie te verkrijgen;

[onderneming 4] contact heeft gezocht met de fabrikant van de brandblusinstallatie, AERPRO , omdat zij zelf niet bevoegd was om de installatie te certificeren;

een ingenieur van AERPRO de aanwezige brandblusinstallatie inclusief het toen aanwezige controlepaneel op 17 juni 2021 heeft gecertificeerd;

de AERPRO -ingenieur tijdens de controle voor die certificering heeft gezegd dat het aanwezige controlepaneel was verouderd en aan hem heeft gevraagd of hij wilde dat de AERPRO -ingenieur het controlepaneel met een nieuwere versie zou vervangen;

hij heeft aangegeven dat het jacht ‘under warranty’ was en de AERPRO -ingenieur daarvoor met [gedaagde] overleggen of zo een ‘update’ daaronder viel;

de AERPRO -ingenieur heeft besloten om het paneel te vervangen, maar daarvoor niet de benodigde materialen bij zich had en die per post na zou sturen;

de AERPRO -ingenieur aan hem heeft gevraagd om het nieuwe controlepaneel volgens zijn instructies te installeren in het bijzijn van [onderneming 4] ;

hij het vervangende controlepaneel heeft geïnstalleerd;

het certificaat voor de brandblusinstallatie daarna is afgegeven en het systeem foutloos werkte met regelmatige vervanging van de batterijen zoals voorgeschreven;

hij (namens [A] ) heeft betaald voor de certificering, maar niet voor het vervangende controlepaneel.
3.13
Daaruit volgt dat het defect dat volgens [eiseres sub 1] c.s. de oorzaak is voor de schade (namelijk een defect aan het na 22 mei gemonteerde nieuwe controlepaneel), niet aanwezig was toen het jacht aan [A] werd geleverd. Op basis van de stellingen van [eiseres sub 1] c.s. is er daarom geen reden om aan te nemen dat het jacht ten tijde van de aflevering een mangelhaftige Sache was.
3.14
[eiseres sub 1] c.s. stelt dat er desondanks sprake is van een Sachmangel van het jacht als bedoeld in de regeling, omdat de certificering van de brandblusinstallatie ten tijde van de aflevering ontbrak. Volgens haar was er daarom pas sprake van een volledige levering op 22 juni 2021, toen het nieuwe controlepaneel werd geplaatst en het systeem werd gecertificeerd. Dat betoog gaat niet op, omdat het ontbreken van de certificering op zichzelf niet kan worden gezien als een Sachmangel. De regeling ziet specifiek op gebreken die maken dat het jacht niet geschikt is voor het contractueel overeengekomen gebruik of niet de eigenschappen heeft die de koper mag verwachten voor gewoon gebruik van de zaak. Het ontbreken van certificering valt niet onder die definitie, omdat het geen invloed heeft op de manier waarop het jacht feitelijk te gebruiken is. Partijen zijn het erover eens dat het jacht zonder problemen van Nederland naar Italië is gevaren en er bij de eerste certificering door de AERPRO -ingenieur op 17 juni 2021 geen problemen zijn aangetroffen met het oorspronkelijke controlepaneel of de rest van de brandblusinstallatie. Voordat het nieuwe controlepaneel was geïnstalleerd, was het jacht dus geschikt voor gebruik. Er was dus ook geen sprake van een incomplete levering.

De kantonrechter is van plan een deskundige te benoemen
3.15
De kantonrechter heeft naar Duits recht de taak om partijen er ambtshalve op te wijzen als de door hen aangevoerde grondslagen niet van toepassing zijn of anders moeten worden uitgelegd. In zo een geval moet de rechter ambtshalve om opheldering vragen van de door partijen ingenomen stellingen en/of de toepasselijke grondslagen aanvullen en partijen de gelegenheid geven om zich daarover uit te laten. De kantonrechter heeft op dit moment onvoldoende informatie om dat te kunnen doen. Dat komt doordat partijen er in het processuele debat tot nu toe allebei vanuit zijn gegaan dat de door [eiseres sub 1] c.s. aangevoerde feitelijke grondslag voor haar vorderingen onder de regeling voor mangelhaftige Sachen zou vallen als die vast zou komen te staan. Als vast komt te staan dat het vervangende controlepaneel inderdaad een defect heeft, dan spreekt het echter niet voor zich dat dat het geval is. Dat is namelijk afhankelijk van de vraag hoe de bij randnummer 3.12. beschreven handelingen naar Duits recht moeten worden gekwalificeerd. Daarnaast zijn er verschillende andere geschilpunten die naar Duits recht moeten worden beoordeeld, maar waarvoor partijen geen grondslag hebben aangedragen of daarbij onvoldoende toelichting hebben gegeven.
3.16
De kantonrechter is daarom van plan om een deskundige op het gebied van Duits civielrecht te benoemen die uitleg kan geven over het toepasselijke Duitse recht en de maatstaven die daarbij gelden. Hierna wordt per onderwerp besproken welke vragen de kantonrechter aan de deskundige voor wil leggen.

I. De grondslag voor het afgeven van een verklaring voor recht
3.16.1
[eiseres sub 1] c.s. wil dat de kantonrechter een verklaring voor recht geeft, maar heeft niet duidelijk gemaakt op welke grondslag zij die vordering baseert. De kantonrechter wil de deskundige daarom de volgende vragen stellen:

- Is het naar Duits recht mogelijk om een (equivalent van) een verklaring voor recht af te geven? Zo ja, op welke grondslag en welke beoordelingsmaatstaf geldt daarvoor?

II. De grondslag voor vergoeding van de schade aan het jacht
3.16.2
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het de kantonrechter niet duidelijk op welke grondslag [eiseres sub 1] c.s. haar vorderingen tot vergoeding van de schade aan het jacht kan baseren. De feitelijke grondslag waarop zij zich beroept, is wel helder. Dat is gebaseerd op de stellingen dat:

het vervangende controlepaneel een defect in zich droeg;

dat defect de oorzaak is van het nodeloos uitblazen van de brandblusinstallatie; en

daardoor schade aan het jacht is ontstaan.
3.16.3
De kantonrechter wil de deskundige daarom vragen om uitleg te geven over de grondslagen die het Duitse recht kent voor toekenning van een schadevergoeding als die feitelijk grondslag vast komt te staan. Omdat het in de rede ligt dat de bij randnummer 3.12 beschreven feitelijke gang van zaken een rol zal spelen bij de beoordeling van die grondslagen, wil de kantonrechter daarnaast aan de deskundige vragen hoe die handelingen naar Duits recht moeten worden gekwalificeerd. Daarbij kan de deskundige ervan uitgaan dat:

de verklaringen van de kapitein zoals beschreven bij randnummer 3.12 juist zijn, omdat die niet door partijen zijn weersproken;

partijen van mening verschillen over de vraag op wiens initiatief er contact met [onderneming 4] is opgenomen voor het certificeren van de brandblusinstallatie, omdat dat volgens [eiseres sub 1] c.s. op instigatie van [gedaagde] en volgens [gedaagde] juist op instigatie van de kapitein is gedaan;

[eiseres sub 1] c.s. zegt dat [onderneming 4] niet aanwezig was toen de kapitein het vervangende paneel installeerde en AEPRO na de installatie geen fysieke eindcontrole heeft uitgevoerd, terwijl [gedaagde] zegt van wel;

[gedaagde] tijdens de zitting heeft erkend dat zij verplicht was om de certificering te regelen, dat het ook gebruikelijk is dat de brandblusinstallatie van een jacht wordt gecertificeerd, en dat zij ruggenspraak heeft gehouden met de kapitein, [onderneming 4] en/of AERPRO om de certificering geregeld te krijgen.
3.16.4
Aangezien de kapitein in zijn verklaring verwijst naar een ‘warranty’, ziet de kantonrechter reden om ook daarover vragen te stellen aan de deskundige. [eiseres sub 1] c.s. heeft in de dagvaarding ook uitdrukkelijk een beroep gedaan op die ‘warranty’ en daarnaast verwezen naar de ‘guarantee’ in de algemene voorwaarden. [gedaagde] heeft daartegen ingebracht dat de garantie alleen ziet op de hul en de motoren van het jacht en de door [eiseres sub 1] c.s. gestelde schadeoorzaak daar dus niet onder valt. Daarnaast stelt [gedaagde] dat de garantie alleen strekt tot herstel of vervanging van gebrekkige onderdelen en niet ook tot schadevergoeding. In dat verweer ligt besloten dat [gedaagde] de door [eiseres sub 1] c.s. gegeven uitleg van de overeenkomst betwist. Ook daarover wil de kantonechter daarom vragen stellen aan de deskundige.
3.16.5
De kantonrechter wil de deskundige de volgende vragen stellen:

Biedt het Duitse recht een grondslag om schadevergoeding toe te kennen als ervan uit wordt gegaan dat de bij 3.16.2 genoemde feitelijke grondslag vast komt te staan? Zo ja, welke grondslag en wat is de beoordelingsmaatstaf daarvoor?

Heeft de bij randnummer 3.12 beschreven gang van zaken en/of hebben de bij randnummer 3.16.3 beschreven uitgangspunten (mogelijk) invloed op de mogelijkheid om schadevergoeding toe te kennen? Zo ja, wat voor invloed en welke grondslag(en) en beoordelingsmaatstaf of -maatstaven gelden daarvoor?

Welke regels kent het Duitse recht op het gebied van garanties bij consumentenkoop? Welke grondslag(en) en beoordelingsmaatstaf of -maatstaven gelden daarvoor?

Welke regels kent het Duitse recht voor de uitleg van overeenkomsten, zoals die in Nederlands recht volgen uit onder meer de Haviltex-maatstaf en de wilsvertrouwensleer? Welke grondslag(en) en beoordelingsmaatstaf of -maatstaven gelden daarvoor?

III. De bewijswaarde van het onderzoeksrapport
3.16.6
Ter onderbouwing van haar stelling dat het vervangende controlepaneel een defect in zich droeg, wijst [eiseres sub 1] c.s. op een onderzoeksrapport van [onderneming 2] . Dat rapport bestaat uit zes delen die tussen 16 maart 2023 en 13 juni 2024 zijn opgesteld tijdens en kort na het onderzoek naar de schadeoorzaak. Daarnaast heeft [eiseres sub 1] c.s. een vervolgverslag van 20 oktober 2025 overgelegd, waarin [onderneming 2] nadere toelichting heeft gegeven op de conclusie uit haar rapport en reageert op de bezwaren die [gedaagde] en haar eigen expert hebben geuit tegen het rapport.
3.16.7
[onderneming 2] schrijft in het onderzoeksrapport dat:

tijdens het onderzoek naar de uitblaas een technisch defect in het controlepaneel is vastgesteld via een test waarbij het aanwezige controlepaneel is vergeleken met een nieuw (derde) controlepaneel;

die test op 19 januari 2023 is uitgevoerd in het bijzijn van de door [gedaagde] ingeschakelde expert;

uit de test blijkt dat het defect erin resulteerde dat er bij het uitschakelen van de hoofdstroom en het overschakelen naar het batterijmanagementsysteem (hierna: BMS) een onjuist signaal aan de brandblusinstallatie is afgegeven en de brandblusinstallatie daardoor nodeloos is uitgeblazen;

at het uitschakelen van de hoofdstroom een gebruikelijke handeling is, die niet tot het uitblazen van de brandblusinstallatie had mogen leiden;

het signaal om de brandblusinstallatie uit te blazen normaliter alleen uit de handbutton of uit de aan de installatie verbonden hittesensor(en) kan komen;

het exacte tijdstip van de ongewenste activatie niet vast te stellen is, omdat de uitblaas plaatsvond nadat de kapitein de hoofdstroom had uitgeschakeld, de brandblusinstallatie op het BMS was overgeschakeld, en daarom geen tijdstip van de activatie heeft geregistreerd;

het BMS op 26 oktober 2021, de dag dat de kapitein het jacht in de loods achterliet, een ‘button press’-signaal heeft geregistreerd, wat wijst op een handmatige uitschakeling van de hoofdstroom; en

het BMS op 30 oktober 2021 meerdere ‘button press’-signalen en een ‘battery service request’-signaal heeft geregistreerd, die waarschijnlijk zijn veroorzaakt door kortsluiting die is ontstaan omdat de printplaat van het BMS vergaand was gecorrodeerd door het uitgeblazen aerosolmateriaal uit de brandblusinstallatie.
3.16.8
De hoofdconclusie uit het rapport luidt:

“The test indisputably established that there was a crucial defect in the

AERPRO control panel. This defect caused the activation cables connected to

the extinguisher boxes to be inadvertently energized, resulting in the activation

of the extinguisher boxes. So switching off the yacht’s batteries led to a blowout of the extinguisher boxes.”
3.16.9
[gedaagde] heeft zich tegen de conclusie uit het rapport verzet. Zij zegt dat [onderneming 2] onzorgvuldig en onvolledig is geweest bij het uitvoeren van haar onderzoek, omdat haar onderzoek te gericht is geweest op de conclusie dat het controlepaneel een defect in zich droeg. Verschillende mogelijke alternatieve oorzaken voor het uitblazen van de brandblusinstallatie zijn volgens [gedaagde] daardoor onterecht buiten beschouwing gebleven, omdat die door [onderneming 2] vrijwel gelijk als onvoldoende waarschijnlijk zijn afgedaan. [gedaagde] wijst daarbij op verschillende punten die [onderneming 2] onvoldoende heeft onderzocht en die zouden kunnen duiden op een andere oorzaak voor het uitblazen, namelijk:

[onderneming 2] heeft te weinig aandacht besteed aan de mogelijkheid dat de handdrukknop voor het uitblazen van de brandblusinstallatie (per ongeluk) is ingedrukt door de kapitein tijdens zijn vertrek uit de loods of dat iemand anders dat heeft gedaan toen het jacht in de loods stond;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan de verklaring van de kapitein dat hij geen akoestisch alarm heeft gehoord toen hij de hoofdstroom op 26 oktober 2021 afschakelde, terwijl dat af moet zijn gegaan;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat het BMS aangeeft dat de hoofdstroom op 26 oktober 2021 binnen een paar minuten na de eerste afschakeling, nog een keer is in- en uitgeschakeld.

[onderneming 2] heeft te snel de aanname gedaan dat de op 30 oktober 2021 geregistreerde signalen het gevolg waren van corrosie op de printplaat van het BMS, terwijl dat ook zou kunnen wijzen op een andere oorzaak;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat de hoofdstroom voor 26 oktober 2021 al 84 keer was uitgeschakeld zonder dat daarbij de brandblusinstallatie is uitgeblazen, terwijl dat aanleiding is om te vermoeden dat er na levering iets is gebeurd wat het defect heeft veroorzaakt;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat het controlepaneel voor de test op 19 januari 2023 al een keer was losgehaald voor onderzoek en weer is teruggeplaatst, terwijl bij die handeling iets kan zijn gebeurd wat het defect heeft veroorzaakt;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan de mogelijkheid dat het controlepaneel of de bekabeling daarvan bij het vervangen van de batterijen van het BMS beschadigd is geraakt door toedoen van de kapitein;

[onderneming 2] heeft onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat het schip onterecht de melding ‘fire alarm active’ afgaf als de batterijen in het BMS op waren en de kapitein daarvan afwist, terwijl dat aanleiding geeft om te vermoeden dat er iets anders mis was met de brandblusinstallatie.
3.16.10
De kantonrechter stelt vast dat de door [eiseres sub 1] c.s. aangevoerde feitelijke grondslag voor haar vorderingen valt of staat met de toelaatbaarheid en bewijskracht van het onderzoeksrapport van [onderneming 2] . Het is daarom nodig om te weten hoe de toelaatbaarheid en bewijskracht van het onderzoeksrapport naar Duits recht moet worden beoordeeld in het licht van de door [gedaagde] opgeworpen bezwaren. Daarover wil de kantonrechter daarom vragen stellen aan de deskundige. Daarnaast heeft [eiseres sub 1] c.s. een aanbod gedaan om zo nodig te bewijzen dat het vervangende controlepaneel een defect in zich droeg. Dat bewijsaanbod kan relevant worden als blijkt dat het onderzoeksrapport naar Duits recht niet toelaatbaar is of onvoldoende bewijskracht heeft om de stellingen van [eiseres sub 1] c.s. te kunnen dragen. Ook daarover wil de kantonrechter daarom vragen stellen aan de deskundige.
3.16.11
De kantonrechter wil de volgende vragen stellen aan de deskundige:

Welke grondslag(en) en beoordelingsmaatstaf of -maatstaven gelden kent het Duitse recht om vast te stellen of een onderzoeksrapport van een partijdeskundige als dat van [onderneming 2] toelaatbaar is?

Wat is de bewijskracht van een dergelijk onderzoeksrapport naar Duits recht?

Welke invloed kunnen de bezwaren van [gedaagde] zoals omschreven bij randnummer 3.17.2 hebben op de toelaatbaarheid en/of bewijskracht van het onderzoeksrapport?

Hoe moet er naar Duits recht worden omgegaan met een bewijsaanbod?

IV. De toepasselijkheid van de ‘Schadensminderungspflich’
3.16.12
[gedaagde] heeft betoogd dat de kapitein melding had moeten maken van de foutieve ‘fire alarm active’-meldingen die door het systeem van het jacht werden afgegeven. Als de kapitein dat had gedaan, dan had de schade volgens [gedaagde] voorkomen kunnen worden. Zij wijst daarbij op de Schadensminderungspflicht in het Duitse recht als bedoeld in § 254 BGB en stelt dat daaruit volgt dat zij niet aansprakelijk is voor de schade. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [gedaagde] vindt dat zij niet aansprakelijk is voor de schade aan het jacht, zelfs als vast komt te staan dat het controlepaneel een defect in zich droeg. [eiseres sub 1] c.s. heeft dat in algemene zin weersproken, maar daarop geen nadere toelichting of onderbouwing gegeven. Het is de kantonrechter niet duidelijk of de door [gedaagde] aangedragen grondslag voor haar verweer de juiste is en welke beoordelingsmaatstaf daarvoor geldt.
3.16.13
De kantonrechter wil de deskundige daarom de volgende vraag stellen:

- Is de door [gedaagde] aangedragen grondslag de juiste als vast komt te staan dat de kapitein meermaals ‘fire alarm active’-meldingen heeft weggedrukt en daar nooit melding over heeft gemaakt? Zo ja, wat is daarvoor de beoordelingsmaatstaf? Zo nee, is er een andere grondslag die wel van toepassing is en wat is daarvoor de beoordelingsmaatstaf?

V. De wijze van schadebegroting
3.16.14
Voor de vaststelling van de omvang van de schade aan het jacht heeft [eiseres sub 1] c.s. verwezen naar een schadestaat die tijdens het onderzoek is opgesteld in overleg tussen [onderneming 2] en de door [gedaagde] ingeschakelde expert. Daarin hebben de experts namens partijen ‘sans prejudice’ vastgelegd dat er voor € 198.565,64 aan schade is geleden. Dat de expert namens partijen die schadestaat hebben vastgelegd staat niet ter discussie, maar wel hoe die handeling moet worden uitgelegd. Volgens [eiseres sub 1] c.s. volgt uit het gebruik van de woorden ‘sans prejudice’ dat de schadestaat zonder voorbehoud is vastgesteld tussen partijen en dat daarmee de omvang van de schade vaststaat. [gedaagde] zegt dat die woorden juist betekenen dat er wel een voorbehoud is gemaakt.
3.16.15
Om de stellingen van partijen te kunnen beoordelen zal de kantonrechter het gebruik van de woorden ‘sans prejudice’ moeten uitleggen. Aangezien daarover al een vraag wordt gesteld aan de deskundige, hoeft dat voor dit onderwerp niet nogmaals te gebeuren. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om de deskundige te vragen naar de wijze waarop de schadeomvang naar Duits recht moet worden vastgesteld en toegerekend, omdat dat relevant kan worden voor de beoordeling in het geval dat partijen geen overeenstemming over de schadeomvang hebben bereikt. De kantonrechter wil daarom de volgende vragen stellen:

Gelet op de bij 3.16.5 bedoelde grondslag(en), hoe moet naar Duits recht worden vastgesteld wat de schadeomvang is?

Wat zijn de grondslag(en) en beoordelingsmaatstaf of -maatstaven om schade aan een gebeurtenis en/of partij toe te rekenen?

VI. De grondslag voor vergoeding van expertisekosten
3.16.16
[eiseres sub 1] c.s. wil dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de door haar betaalde expertisekosten voor het vaststellen van de schadeoorzaak en omvang te vergoeden. Zij heeft niet toegelicht welke grondslag het Duitse recht daarvoor biedt. De kantonrechter wil de deskundige daarom de volgende vragen stellen:

- Is het naar Duits recht mogelijk om een partij te veroordelen om de expertisekosten voor een onderzoek naar de schadeoorzaak en -omvang van de wederpartij te betalen? Zo ja, op welke grondslag en welke beoordelingsmaatstaf geldt daarvoor?

VII. De grondslag voor een vergoeding van de volledige advocaatkosten
3.16.17
[eiseres sub 1] c.s. wil dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de door haar en de door [A] betaalde advocaatkosten voor de procedure bij de Duitse rechte in Düsseldorf te vergoeden. Volgens [eiseres sub 1] c.s. is dat op zijn plaats, omdat [gedaagde] in die procedure tegen haar eigen algemene voorwaarden in heeft beargumenteerd dat de rechter in Düsseldorf niet bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. Dat is volgens [eiseres sub 1] c.s. misleidend en in strijd met het consumentenrecht.
3.16.18
Voor wat betreft de advocaatkosten van [A] geldt dat die vordering neerkomt op een vordering tot volledige proceskostenvergoeding van een procedure die eerder heeft plaatsgevonden en waarin de Duitse rechter al heeft beslist over de proceskosten in die eerdere procedure. [eiseres sub 1] c.s. heeft niet toegelicht welke grondslag het Duitse recht daarvoor biedt. Evenmin heeft zij toegelicht welke grondslag het Duitse recht biedt voor de vergoeding van haar eigen advocaatkosten bij die procedure, terwijl zij daarin geen partij was. De kantonrechter wil de deskundige daarom de volgende vragen stellen:

Biedt het Duitse recht een mogelijkheid om in een latere, aparte procedure alsnog een volledige proceskostenvergoeding te vragen van een eerder afgesloten procedure als de Duitse rechter al heeft beslist over de proceskosten in de eerdere procedure? Zo ja, op welke grondslag en welke beoordelingsmaatstaf geldt daarvoor?

Biedt het Duitse recht een mogelijkheid om vergoeding te vorderen van advocaatkosten die een partij bij een eerdere procedure heeft gemaakt, zonder dat zij in die eerdere procedure zelf partij is geweest? Zo ja, op welke grondslag en welke beoordelingsmaatstaf geldt daarvoor?

VIII. De grondslag voor wettelijke rente
3.16.19
[eiseres sub 1] c.s. vraagt wettelijke rente over de door haar gevorderde bedragen, maar heeft niet aangegeven welke grondslag het Duitse recht daarvoor biedt. De kantonrechter wil de deskundige daarom de volgende vragen stellen:

- Kent het Duitse recht de mogelijkheid om (een equivalent van) wettelijke rente toe te wijzen? Zo ja, op welke grondslag en welke beoordelingsmaatstaf geldt daarvoor?

Partijen mogen zich uitlaten
3.16.20
De kantonrechter overweegt om een onderzoek door een deskundige/deskundigen in te laten stellen. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:

- de wenselijkheid van een deskundigenbericht;

- het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);

- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
3.16.21
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van Duits recht en dat de hiervoor bij randnummers 3.16 tot en met 3.16.19 genoemde vragen aan de deskundige moeten worden voorgelegd. Daarnaast wil de kantonrechter de volgende vraag aan de deskundige stellen:

- Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.16.22
De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiseres sub 1] c.s. worden betaald. In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
3.16.23
De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.
3.16.24
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
3.16.25
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

[gedaagde] kan geen beroep doen op het exoneratiebeding
3.17
Hoewel nog niet kan worden vastgesteld of [gedaagde] aansprakelijk is, ziet de kantonrechter reden om al te oordelen over haar beroep op het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden bij de koopovereenkomst. Voor zover dat relevant is voor deze zaak luidt dat beding als volgt:

“1. Each and every liability of [gedaagde] for damage or loss suffered by the other party is excluded, irrespective of the grounds on which any action is brought, either due to a breach of contract (attributable or not), or due to an unlawful act on the part of [gedaagde] or its subordinates, or otherwise, except in cases of intent or wilful recklessness on the part of the managerial staff of [gedaagde] .

2. In cases in which [gedaagde] cannot invoke the provision in paragraph 1, [gedaagde] cannot be held liable in any event:

for damage or loss resulting from incorrect or incomplete information or advice provided before the agreement came into being;

if the other party has failed to comply with its responsibilities or has provided incorrect, inadequate or incomplete Information or materials;

for damage, loss and/or costs caused by or through the builder of the ship;

for loss of profits and other indirect loss, including loss resulting from lost profits, missed savings, loss of data or missed charter/rental income;

for damage or loss resulting from non-use of the ship;

for crew costs;

for costs for legal or other expert assistance;

3. In such cases in which invocation of paragraphs 1 and/or 2 of this article 10 is not permitted, the total liability of [gedaagde] cannot, in any event, exceed an amount equal to the lowest of the following two amounts:

€ 22,500 or an amount equal to 5% of the total agreed price (exclusive of turnover tax).

4. The maximum liability of [gedaagde] for the ship or good delivered to the other party is at all times the liability which the supplier of [gedaagde] has vis-è-vis [gedaagde] in the context of the ship or good in question”
3.18
[eiseres sub 1] c.s. zegt dat het volledige exoneratiebeding naar Duits recht ongeldig is, omdat het voorziet in een volledige uitsluiting van aansprakelijkheid van [gedaagde] en daarom in strijd is met § 307 en 309 BGB en verwijst daarbij ook naar § 476 in samenhang met § 437 BGB. Dat verweer slaagt. Een beding dat elke vorm van aansprakelijkheid bij een consumentenovereenkomst uitsluit of ten nadele van de consument beperkt is in strijd met § 309 Nr. 7 BGB. Dat is bij elk van de clausules in het exoneratiebeding – zowel in onderlinge samenhang bezien, als ieder apart – het geval, waardoor het beding buiten toepassing moet blijven. Het Duitse recht biedt op dit punt geen mogelijkheid voor een belangenafweging. Als vast komt te staan dat [gedaagde] aansprakelijk is, kan zij dus geen beroep doen op het exoneratiebeding.
<nr>4</nr>De beslissing
De kantonrechter:
4.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
4.2
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
4.3
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

Artikel 7:962 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Productie V-16 bij de akte houdende naamswijziging tevens akte overlegging producties tevens akte wijziging eis van [eiseres sub 1] c.s.

Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 (hierna: richtlijn (EU) 2019/771).

§ 434 BGB.

§ 437 Nr. 3 BGB.

In navolging van artikelen 6, 7 en 8 Richtlijn (EU) 2019/771.

§ 139 van de Zivilprozessordnung (hierna: ZPO).

Zoals blijkt uit het opschrift van § 309 BGB: Klauselverbote ohne Wertungsmöglichkeit.

Artikel delen