Aanhouding zaak vanwege connexiteit met procedure in Suriname. Voldaan aan de voorwaarden van artikel 34 Brussel I-bis.
Rechtbank Midden-Nederland 24 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:6397
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
24-09-2026
Zaaknummer
12013969 LC EXPL 25-2647
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBMNE:2026:6397text/xmlpublic2026-09-24T09:17:432026-09-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-08-2612013969 LC EXPL 25-2647UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigTussenuitspraakNLLelystadCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6397text/htmlpublic2026-09-24T09:17:232026-09-24Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:6397 Rechtbank Midden-Nederland , 26-08-2026 / 12013969 LC EXPL 25-2647 Aanhouding zaak vanwege connexiteit met procedure in Suriname. Voldaan aan de voorwaarden van artikel 34 Brussel I-bis.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 12013969 LC EXPL 25-2647 RJ/58605 Vonnis van 26 augustus 2026 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende in [plaats 1] ,2. [eiseres sub 2],
gevestigd in [plaats 2] (Suriname),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] ,
gemachtigde: mr. drs. [eiser sub 1] , tegen
[gedaagde]
,
wonende in [plaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. K.R. Lieuw On. 1De procedure1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 december 2025 met producties 1 tot en met 8;- de conclusie van antwoord van 14 januari 2026 met productie 1, met ook een bevoegdheidsincident;
- de conclusie van antwoord in het incident van 11 februari 2026;
- het vonnis in incident van 1 april 2026, waarin de kantonrechter zich bevoegd heeft verklaard om van de vordering kennis te nemen. 1.2 Op 23 juli 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling (in de rechtbank in Utrecht), waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Hierbij was [eiser sub 1] aanwezig, ook namens [eiseres sub 2] . [gedaagde] was ook aanwezig, samen met mr. K.R. Lieuw On. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. 1.3 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis in deze zaak vandaag wordt uitgesproken. 2De kern van de zaak2.1
[eiseres sub 2] en [gedaagde] hebben een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] van [eiseres sub 2] een pand in [plaats 2] (Suriname) is gaan huren. [eiser sub 1] is de voorzitter van [eiseres sub 2] . [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] willen dat [gedaagde] achterstallige huur en achterstallige kosten voor elektriciteit en water aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] betaalt. [gedaagde] is al eerder een procedure gestart in Suriname en heeft daar (onder andere) de ontbinding van de huurovereenkomst ingeroepen en hij vindt dat deze zaak moet worden aangehouden totdat de rechter in Suriname heeft beslist. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zijn het hier niet mee eens. De kantonrechter volgt [gedaagde] . De zaak wordt aangehouden totdat de rechter in Suriname onherroepelijk heeft beslist. 3De beoordeling3.1 Deze zaak zal worden aangehouden totdat de rechter in Suriname onherroepelijk heeft beslist. Dat wordt hierna uitgelegd. Juridisch kader 3.2
[gedaagde] vindt dat de onderhavige zaak moet worden aangehouden totdat de rechter in Suriname heeft beslist. Zoals overwogen in het vonnis in incident van 1 april 2026 is de Verordening Brussel I-bis van toepassing en is de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 Verordening Brussel I-bis bevoegd om van de vorderingen van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] kennis te nemen. Daarom moet de vraag of de procedure moet worden aangehouden worden beantwoord aan de hand van artikel 34 Verordening Brussel I-bis. 3.3 Artikel 34 Verordening Brussel I-bis geeft de kantonrechter de bevoegdheid om een zaak aan te houden wanneer er al een samenhangende procedure loopt bij de rechter in een land buiten de Europese Unie, een “derde land”. Dit is om tegenstrijdige beslissingen in verschillende landen te voorkomen. De kantonrechter kan de zaak aanhouden als de procedure bij de rechter in het derde land, in dit geval Suriname, eerder aanhangig is gemaakt en als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de gezamenlijke behandeling van en beslissing op de samenhangende vorderingen is passend, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke behandeling van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven, te verwachten is dat de rechter van het derde land (Suriname) een beslissing zal geven die kan worden erkend en in voorkomend geval kan worden ten uitvoer gelegd in de lidstaat van de aangezochte rechter (Nederland), en de aangezochte rechter van de lidstaat (Nederland) is van mening dat aanhouding van de zaak nodig is voor een goede rechtsbedeling. 3.4 De procedure in Suriname is eerder aanhangig gemaakt dan de procedure in Nederland. De procedure in Suriname is namelijk gestart op 14 augustus 2025 en de procedure in Nederland op 2 december 2025. Hierna wordt beoordeeld of aan de vereisten onder a, b en c is voldaan. a. Gezamenlijke behandeling van en beslissing op de samenhangende vorderingen is passend 3.5 Als eerste moet worden beoordeeld of de gezamenlijke behandeling van en beslissing op de samenhangende vorderingen passend is, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke behandeling van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. 3.6 De kantonrechter is van oordeel dat aan dit vereiste wordt voldaan. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] vorderen in deze procedure betaling van achterstallige huur tot 1 november 2025 en achterstallige kosten voor elektriciteit en water. [gedaagde] beroept zich op opschorting, omdat hij vindt dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft zich in Suriname daarom ook op ontbinding van de huurovereenkomst beroepen en hij vordert in Suriname (onder andere) schadevergoeding. In Suriname én in Nederland ligt dus de vraag voor of [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en als dat zo is, wat de (financiële) gevolgen hiervan zijn. Dat betekent dat er sprake is van samenhangende vorderingen en dat er gevaar bestaat voor tegenstrijdige uitspraken. Om te vermijden dat bij afzonderlijke behandeling van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven, is een gezamenlijke behandeling en beslissing passend. b. Het is te verwachten dat de beslissing in Nederland kan worden erkend en ten uitvoer gelegd 3.7 De tweede voorwaarde is dat te verwachten is dat de rechter van het derde land (Suriname) een beslissing zal geven die kan worden erkend en in voorkomend geval kan worden ten uitvoer gelegd in de lidstaat van de aangezochte rechter (Nederland). Ook hiervan is sprake. Tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de republiek Suriname bestaat een bilateraal verdrag inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke zaken. Dit verdrag zorgt ervoor dat een vonnis in een burgerlijke zaak uit Suriname in Nederland kan worden erkend en tenuitvoergelegd. c. Aanhouding is nodig voor een goede rechtsbedeling 3.8 De laatste voorwaarde is dat de kantonrechter ervan overtuigd is dat aanhouding van de zaak in Nederland nodig is voor een goede rechtsbedeling. Ook hiervan is sprake. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben weliswaar gesteld dat de procedure in Suriname nog jaren kan duren, maar dit is door [gedaagde] gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft erop gewezen dat hier geen enkele onderbouwing of bewijs voor is en heeft gemotiveerd dat Suriname een deugdelijke rechtsbedeling heeft en er veel ondersteuning is van de Nederlandse rechterlijke macht. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben hun stelling vervolgens niet verder onderbouwd, waardoor de kantonrechter hieraan voorbij gaat. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben verder hun belang bij voortzetting van de procedure in Nederland niet onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het belang om de beslissing van de Surinaamse rechter af te wachten in verband met de samenhang van de vorderingen in Nederland en Suriname en het risico op tegenstrijdige beslissingen, zwaarder weegt dan het belang van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] om de zaak in Nederland nu voort te zetten. Conclusie 3.9 Er is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 34 Verordening Brussel I-bis. Daarom volgt de kantonrechter [gedaagde] in zijn stelling dat deze zaak moet worden aangehouden totdat de rechter in Suriname onherroepelijk heeft beslist. 3.10 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter: 4.1 houdt de behandeling van de zaak aan totdat er een onherroepelijke uitspraak is van de rechterlijke instantie in Suriname, 4.2 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026. Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken.