De rechtbank verklaart het preliminaire verweer ongegrond en spreekt de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank kan namelijk, bij gebrek aan overtuigend steunbewijs, niet buiten redelijke twijfel vaststellen wat er is gebeurd in de kelderbox. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.