Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2025:16014

De stelling van de vervoerder dat de passagier een link heeft ontvangen waarmee hij zelf via de portal een alternatieve vlucht kon kiezen, is in het kader van de verplichting om alle 'redelijke maatregelen' te nemen onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet welke alternatieven daadwerkelijk door de vervoerder zijn aangeboden

Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2025:16014 text/xml public 2026-07-30T07:46:50 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 11484985 Uitspraak Bodemzaak Verzet NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16014 text/html public 2026-07-30T07:45:27 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:16014 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 11484985
De stelling van de vervoerder dat de passagier een link heeft ontvangen waarmee hij zelf via de portal een alternatieve vlucht kon kiezen, is in het kader van de verplichting om alle 'redelijke maatregelen' te nemen onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet welke alternatieven daadwerkelijk door de vervoerder zijn aangeboden
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11484985 CV EXPL 25-232

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

eiser in het verzet

hierna te noemen: EasyJet

gemachtigde: mr. B. Koolhaas

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats] (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde in het verzet

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: Yource B.V.
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het verstekvonnis van 16 oktober 2024;

- de verzetdagvaarding;

- de conclusie van antwoord in oppositie; - de conclusie van repliek in oppositie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Feiten 2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 18 juni 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Londen Luton, met vlucht EZY2522 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde. Het gevorderde certificaat is afgewezen.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
De passagier heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zou worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast heeft de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening gevorderd.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, de vervoerder te ontheffen van de veroordeling die in het verstekvonnis 16 oktober 2024 is uitgesproken, de vorderingen van de passagier af te wijzen, met veroordeling van de passagier, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hieronder nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. Daarover wordt als volgt overwogen.
4.3.
De vervoerder heeft met zijn verweer niet aangetoond dat hij de passagier een alternatieve vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden, noch dat het onmogelijk was om de passagier om te boeken naar een andere vlucht. De stelling van de vervoerder dat de passagier per e-mail een link heeft ontvangen waarmee hij zelf via de portal een alternatieve vlucht kon kiezen, is in dit verband onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet welke alternatieven daadwerkelijk door de vervoerder zijn aangeboden. Zodoende is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder er niet in is geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de passagier een redelijk alternatief aangeboden heeft gekregen.
4.4.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming.
4.5.
De conclusie is dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd. De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 16 oktober 2024 in de zaak met zaaknummer 11244221 CV EXPL 24-5468;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagier worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagier;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen