Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2025:16015

Wat er ook zij van een nachtsluiting van Schiphol, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Praag (vertraagd) uit te voeren.

Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2025:16015 text/xml public 2026-07-30T07:58:20 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 11295324 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16015 text/html public 2026-07-30T07:57:45 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:16015 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 11295324
Wat er ook zij van een nachtsluiting van Schiphol, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Praag (vertraagd) uit te voeren.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11295324 CV EXPL 24-6166

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eiser.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Feiten 2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 7 september 2023 vervoeren van Amsterdam naar Praag, met vlucht EZY7929 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij 12 uur en 10 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Praag is aangekomen.
2.4.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Praag) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de rotatie AMS-PRG-AMS (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij met de retourvlucht de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Praag (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.3.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.4.
Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen.
4.5.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



135,97

- griffierecht



87,00

- salaris gemachtigde



80,00

(2 punten × € 40,00)

- nakosten



20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



322,97

5. De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 september 2023 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen