Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:11300

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de gevraagde ordemaatregel te treffen. Een acuut (financieel) spoedeisend belang kan worden aangenomen als door het betreden besluit betrokkene schulden heeft of zal moeten maken op grond waarvan acute dreiging bestaat van huisuitzetting, afsluiting van levering van energie en water of het niet langer verzekerd zijn voor ziektekosten. Verzoeker he...

Rechtbank Noord-Holland 3 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:11300 text/xml public 2026-09-03T13:49:33 2026-08-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-08-28 HAA 26/4127 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Haarlem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11300 text/html public 2026-09-03T13:48:37 2026-09-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:11300 Rechtbank Noord-Holland , 28-08-2026 / HAA 26/4127
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de gevraagde ordemaatregel te treffen. Een acuut (financieel) spoedeisend belang kan worden aangenomen als door het betreden besluit betrokkene schulden heeft of zal moeten maken op grond waarvan acute dreiging bestaat van huisuitzetting, afsluiting van levering van energie en water of het niet langer verzekerd zijn voor ziektekosten. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is of dreigt te zijn van een dusdanige financiële noodsituatie dat hij de korte periode tot aan de zitting van 8 september 2026 niet kan overbruggen. Daarbij wordt meegewogen dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/4127
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 augustus 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: W.M.G. van Nieuwburg).
Procesverloop <?linebreak?>
1. Verzoeker heeft op 5 augustus 2026 aan het Uwv doorgegeven dat hij sinds 12 mei 2026 ziek is en daarom een Ziektewet-uitkering wil aanvragen. Het Uwv heeft met het besluit van 7 augustus 2026 verzoeker medegedeeld dat hij geen Ziektewet-uitkering kan krijgen, omdat verzoeker niet werkzaam is geweest in een dienstbetrekking en dus niet verzekerd is voor de Ziektewet.

2. Op 8 augustus 2026 heeft verzoeker bezwaar tegen het besluit gemaakt. Op 10 augustus 2026, aangevuld op 13, 14, 18 en 19 augustus 2026, heeft verzoeker de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Aanvullend heeft verzoeker de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam gevraagd om in afwachting van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen. Omdat de rechtbank Amsterdam in dit geval niet bevoegd is, is het verzoek om voorlopige voorziening op 21 augustus 2026 doorgezonden aan de rechtbank Noord-Holland. Verzoeker heeft zijn verzoek om een voorlopige voorziening te treffen op 21, 24, 25, 26 en 27 augustus 2026 nader onderbouwd.

3. Het Uwv heeft op 27 augustus 2026 de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Op 28 augustus 2028 heeft de voorzieningenrechter partijen bericht dat het verzoek om voorlopige voorziening op 8 september 2026 op zitting zal worden behandeld. Daarop heeft verzoeker de voorzieningenrechter bericht zijn verzoek om in afwachting van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen te handhaven.
Overwegingen
4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

5. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

6. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om bij wijze van ordemaatregel te bepalen dat het Uwv een voorschot op de Ziektewet-uitkering verstrekt. Verzoeker voert aan dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert, omdat hij sinds 12 mei 2026 geen enkel inkomen ontvangt. Verzoeker heeft een eenmalige onderhandse familielening van € 10.000,- ontvangen om acute huisuitzetting te voorkomen maar deze lening is per 12 augustus 2026 volledig uitgeput. Verzoeker heeft geen leefgeld meer voor zijn gezin met twee kleine kinderen.

7. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de gevraagde ordemaatregel te treffen. Een acuut (financieel) spoedeisend belang kan worden aangenomen als door het betreden besluit betrokkene schulden heeft of zal moeten maken op grond waarvan acute dreiging bestaat van huisuitzetting, afsluiting van levering van energie en water of het niet langer verzekerd zijn voor ziektekosten. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is of dreigt te zijn van een dusdanige financiële noodsituatie dat hij de korte periode tot aan de zitting van 8 september 2026 niet kan overbruggen. Daarbij wordt meegewogen dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen