Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:12153

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.

Rechtbank Noord-Holland 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:12153 text/xml public 2026-09-25T10:27:55 2026-09-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-09-11 C/15/381031 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12153 text/html public 2026-09-25T10:27:06 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:12153 Rechtbank Noord-Holland , 11-09-2026 / C/15/381031
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/381031 / JU RK 26-1268

Datum uitspraak: 11 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,

hierna te noemen de Raad,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen de GI.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 september 2026;

het mondelinge verzoek van de Raad op de zitting van 8 september 2026 waarop het verzoek om ondertoezichtstelling is behandeld.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder. Hij woont de afgelopen maanden echter grotendeels feitelijk bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2026 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 september 2027.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De Raad verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij vader te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.

Op dit moment is de situatie bij moeder onvoldoende veilig, waardoor [de minderjarige] daar niet kan verblijven. Hij staat echter wel ingeschreven op het adres van de moeder. Ook staat hij ingeschreven bij het SBO in [plaats] . Dit belemmert de inzet van de noodzakelijke hulpverlening vanwege het woonplaatsbeginsel evenals de inschrijving van [de minderjarige] op een SBO in [plaats] . [de minderjarige] gaat nu niet naar school en de vader geeft hem thuisonderwijs.
4.2.
Op basis van deze informatie en gelet op de ondertoezichtstelling die bij beschikking van 10 september 2026 is uitgesproken, is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst bij de gezaghebbende vader. Meer in het bijzonder is de machtiging noodzakelijk in het belang van [de minderjarige] om de rust, stabiliteit en veiligheid die hij nu krijgt bij de vader te waarborgen, waarbij het van belang is dat de noodzakelijke hulpverlening en schoolgang zo snel mogelijk wordt gerealiseerd in de regio van de vader.
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor (de ontwikkeling van) [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.5.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.
<nr>5</nr>De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de gezaghebbende vader met ingang van 11 september 2026 tot 11 december 2026;
5.2.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig oproept voor de zitting.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. S. Ok, kinderrechter, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Artikel delen