Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:12443

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

Rechtbank Noord-Holland 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:12443 text/xml public 2026-09-25T10:47:56 2026-09-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-09-16 C/15/382196 / JU RK 26-1409 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12443 text/html public 2026-09-25T10:47:41 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:12443 Rechtbank Noord-Holland , 16-09-2026 / C/15/382196 / JU RK 26-1409
Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/382196 / JU RK 26-1409

Datum uitspraak: 16 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Amsterdam,

namens het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente waar de jeugdige zijn

woonplaats heeft, zijnde [plaats] ,

hierna te noemen: het college van B&W,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] .
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 16 september 2026;

- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 16 september 2026.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op een open groep van [locatie] .
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt, namens het college van B&W, een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt, namens het college van B&W, daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] verblijft momenteel op een open groep van [locatie] . Hier laat zij zich niet meer begeleiden of aansturen door de medewerkers van [locatie] . Ook hebben haar ouders geen enkele invloed meer op haar gedrag. Zij heeft de regie volledig in eigen handen genomen en onttrekt zich aan het gezag van haar ouders en aan de zorg die wordt geboden vanuit de behandelgroep van [locatie] . Binnen de open setting zijn geen middelen of maatregelen beschikbaar, anders dan gesprekstechnieken, om haar binnen de groep en daarmee veilig te houden. Het is onduidelijk wat [de minderjarige] doet wanneer zij buiten [locatie] verblijft. Juist hierover bestaan grote zorgen. Het is bekend dat zij opnieuw contact heeft gezocht met oude bekenden die in het verleden geen positieve invloed hebben gehad op haar ontwikkeling. Zo heeft zij weer contact met haar ex-vriend, die haar in het verleden met een brandbare vloeistof heeft overgoten. Daarnaast is [de minderjarige] een keer “gevonden” in het bijzijn van voor haar omgeving onbekende volwassenen, die haar drinken hebben gegeven.
4.2.
Tijdens de behandeling is het contact tussen [de minderjarige] en haar biologische vader opgestart. Er heeft een conflict plaatsgevonden waardoor het contact momenteel niet positief verloopt. Er lijkt sprake te zijn van een patroon van aantrekken en afstoten tussen beiden. [de minderjarige] is tevens naar haar biologische vader weggelopen. Het vermoeden bestaat dat hij het vervoer per Uber heeft geregeld. [de minderjarige] heeft verklaard dat zij daar onder dwang softdrugs heeft gebruikt (door een groepsgenoot die ook mee was is hetzelfde verklaard). Ook de politie heeft bij het ophalen aangegeven dat er een vermoeden bestond dat haar biologische vader onder invloed was.
4.3.
Afgelopen maandag heeft de GI gezamenlijk een veiligheidsplan opgesteld om te proberen om [de minderjarige] binnen de open setting veilig te houden. [de minderjarige] is vandaag echter opnieuw weggelopen van de open groep, wat voor de GI bevestigt dat de huidige open setting op dit moment onvoldoende in staat is om haar veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat zij zich aan de noodzakelijke hulp en begeleiding onttrekt. Tevens is er sprake van een terugkerend patroon van weglopen en het opzoeken van risicovolle situaties en contacten. De ouders geven bij de GI nadrukkelijk aan dat zij willen dat hun dochter in veiligheid wordt gebracht, zodat vanuit die veilige situatie verdere vervolgstappen kunnen worden gezet.
4.4.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
4.5.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Bij de stukken bevindt zich een op basis van de stukken afgegeven instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper van 16 september 2026. De kinderrechter acht het gezien het feit dat [de minderjarige] zich onttrokken heeft en het niet bekend is waar zij verblijft, voldoende aannemelijk geworden dat een gesprek van de gedragswetenschapper met [de minderjarige] in de onderhavige situatie feitelijk nog niet mogelijk is. De kinderrechter gaat ervan uit dat de jeugdige na plaatsing zo snel mogelijk zal worden onderzocht door de gedragswetenschapper.
4.6.
Omdat de moeder instemt met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist.
4.7.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
<nr>5</nr>De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 september 2026 tot 14 oktober 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.3.
roept de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] op voor de zitting van mr. R.M. van Diepen op [datum] bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] , te [plaats] ;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.

Artikel delen