De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.
Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:4233
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-04-2026
Datum publicatie
30-07-2026
Zaaknummer
11349274
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBNHO:2026:4233text/xmlpublic2026-07-30T12:12:552026-04-20Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Holland2026-01-2811349274UitspraakBodemzaakNLHaarlemCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4233text/htmlpublic2026-07-30T12:12:152026-07-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNHO:2026:4233 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2026 / 11349274 De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie
Uitspraakdatum: 28 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 22 mei 2024 vervoeren van Venetië (Italië) naar Amsterdam, met vlucht EZY4071 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij 12 uur en 32 minuten later op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. 2.4. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil 3.1. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken vanwege (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Vervolgens kon de vlucht niet meer worden uitgevoerd omdat deze de avondklok te Amsterdam zou schenden. De passagier heeft hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent en ook ’s nachts is geopend. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, tegenover het gemotiveerde verweer van de passagier, onvoldoende heeft onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook niet uit de door hem overgelegde schermafbeelding van de website van de ILT. Uit deze schermafbeelding blijkt slechts dat het voor vluchten zonder nachtslot niet is toegestaan ’s nachts te landen en dat bij overtreding boetes kunnen volgen. Daaruit volgt echter niet dat het voor de vervoerder onmogelijk is om een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarmee kan het verweer van de vervoerder dat hij redelijke maatregelen had getroffen buiten beschouwing blijven. 4.4. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen. 4.5. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.6. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 87,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 322,97 5. De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 mei 2024 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter