Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:4235

Een technisch mankement (non scheduled maintenance) aan een vliegtuig is géén buitengewone omstandigheid. De vraag of de resterende vertraging als buitengewoon kwalificeert kan in het midden blijven; zelfs als deze vertraging zich niet had voorgedaan had de passagier zijn aansluitende vlucht gemist.

Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:4235 text/xml public 2026-07-30T12:17:25 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-28 11437937 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4235 text/html public 2026-07-30T12:17:01 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4235 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2026 / 11437937
Een technisch mankement (non scheduled maintenance) aan een vliegtuig is géén buitengewone omstandigheid. De vraag of de resterende vertraging als buitengewoon kwalificeert kan in het midden blijven; zelfs als deze vertraging zich niet had voorgedaan had de passagier zijn aansluitende vlucht gemist.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11437937 CV EXPL 24-8608

Uitspraakdatum: 28 januari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Egyptair

gevestigd te Caïro (Egypte)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Feiten 2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 6 oktober 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Caïro (Egypte) naar Nairobi (Kenia) met vluchten MS758 en MS849.
2.2.
Vlucht MS758 (Amsterdam naar Caïro, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Nairobi gemist. Hij is omgeboekt naar een alternatief vluchtschema, waarmee hij 9 uur en 35 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Nairobi is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband toegelicht dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht (MS575) met hetzelfde toestel (55 minuten) en door slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding (13 minuten). Volgens de vervoerder is de vertraging van vlucht MS757 op haar beurt veroorzaakt door een technisch mankement (non scheduled maintenance).
4.3.
De kantonrechter overweegt dat een technisch mankement, of een indicatie daarvan, in beginsel moet worden beschouwd als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder en daarom geen buitengewone omstandigheid oplevert. Dit is slechts anders indien sprake is van een verborgen fabricagefout of schade door sabotage of terrorisme. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake was. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het defect aan het toestel geen buitengewone omstandigheid oplevert.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat het antwoord op de vraag of de resterende vertraging als ‘buitengewoon’ kwalificeert in het midden kan blijven. Zelfs als deze vertraging zich niet had voorgedaan, had de passagier zijn aansluitende vlucht niet meer kunnen halen.
4.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging op de eindbestemming is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging op de eindbestemming, worden toegewezen.
4.6.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding.
4.7.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



135,97

- griffierecht



328,00

- salaris gemachtigde



270,00

(2 punten × € 135,00)

- nakosten



67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



801,47

5. De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 6 oktober 2022 en over € 108,90 vanaf 30 september 2024 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 801,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

HvJEU 17 september 2015, C-257/14, ECLI:EU:C:2015:618.

Artikel delen