Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:5364

Verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verlening van een uithuisplaatsing in gesloten jeugdhulp voor een periode van drie maanden. Gelet op het zelfbepalende en risicovolle gedrag van de minderjarige en de problematische relatie tussen de minderjarige en de ouders is het van belang dat de relatie door middel van passende hulpverlening wordt verbeterd. Omdat de min...

Rechtbank Noord-Holland 28 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:5364 text/xml public 2026-09-28T13:28:31 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-29 C/15/377048 / JU RK 26-608 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5364 text/html public 2026-09-28T13:28:03 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5364 Rechtbank Noord-Holland , 29-04-2026 / C/15/377048 / JU RK 26-608
Verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verlening van een uithuisplaatsing in gesloten jeugdhulp voor een periode van drie maanden.

Gelet op het zelfbepalende en risicovolle gedrag van de minderjarige en de problematische relatie tussen de minderjarige en de ouders is het van belang dat de relatie door middel van passende hulpverlening wordt verbeterd. Omdat de minderjarige zich onttrekt of door anderen laat onttrekken aan de jeugdhulp die zij nodig heeft, is een gesloten uithuisplaatsing noodzakelijk.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/377048 / JU RK 26-608

Datum uitspraak: 29 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en verlening machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] ,

advocaat: mr. A.E. Muller, kantoorhoudende te Haarlem.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] ,

hierna tezamen ook te noemen: de ouders.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 april 2026;

het behandelplan van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , ontvangen op 20 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

de advocaat van [de minderjarige] ;

de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

De ouders en hun advocaten hebben bericht niet op de zitting te zullen verschijnen.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een gesloten groep van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
2.3.
Bij (spoed)beschikking van 5 februari 2025 heeft de kinderrechter van deze

rechtbank [de minderjarige] met voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie

maanden. Bij beschikking van 1 mei 2025 is [de minderjarige] definitief onder toezicht gesteld tot 1

mei 2026.
2.4.
Bij (spoed)beschikking van 5 februari 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank tevens een machtiging verleend om [de minderjarige] met uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 14 februari 2025 heeft de kinderrechter een (traject)machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 5 mei 2025.

Vervolgens is bij (spoed)beschikking van 10 april 2025 de machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 april 2025 tot 5 mei 2025.

Bij beschikking van 1 mei 2025 is het verzoek van de Raad tot (verlenging van de) uithuisplaatsing in een (gesloten) accommodatie van een jeugdhulpaanbieder afgewezen.

Bij (spoed)beschikking van 2 mei 2025 is het verzoek van de GI tot het verlenen van een

spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een

jeugdhulpaanbieder toegewezen voor de duur van vier weken.

Bij beschikking van 13 mei 2025 is deze beschikking bekrachtigd en de machtiging tot

uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot

30 september 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen

zittingsdatum gelegen midden september 2025.
2.5.
Bij beschikking van 7 augustus 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een

machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor

jeugdhulp, welke machtiging daarna is verlengd en nu nog voortduurt tot 1 mei 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Daarnaast verzoekt de GI de machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden met toewijzing van de eerste drie maanden en aanhouding van de resterende drie maanden, teneinde de voortgang en ontwikkeling van [de minderjarige] te evalueren.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.

[de minderjarige] vertoont risicovol en grensoverschrijdend gedrag. Zij is herhaaldelijk weggelopen zonder toestemming, zij heeft suïcidale uitingen gedaan en heeft personen in haar omgeving bedreigd. Daarnaast is [de minderjarige] beïnvloedbaar en onvoldoende in staat om zelfstandig weloverwogen keuzes te maken. Haar emotieregulatie is beperkt omdat zij moeite heeft met het herkennen en op een adequate wijze uiten van gevoelens zoals boosheid, verdriet en angst. Dit leidt tot situaties waarin zij zichzelf en anderen in gevaar kan brengen. De gedragsescalaties lijken mede voort te komen uit een behoefte aan controle en nabijheid. Er is sprake van (faal)angst en een beperkt vermogen om hulp te vragen. Inmiddels is hierin binnen de huidige setting voorzichtige vooruitgang zichtbaar.

Vrijwillige hulpverlening is in het verleden ontoereikend gebleken. De ouders geven aan onvoldoende in staat te zijn [de minderjarige] de noodzakelijke begrenzing en veiligheid te bieden. Zij heeft intensieve ondersteuning nodig bij het vormgeven van haar dagprogramma en het naleven van afspraken. Recentelijk is gestart met behandeling, waaronder muziektherapie en een intake voor traumatherapie. Om deze behandeling effectief te kunnen voortzetten en [de minderjarige] de kans te geven haar vaardigheden verder te ontwikkelen, is continuering van een gestructureerde en beveiligde omgeving noodzakelijk voor tenminste een periode van drie maanden.
3.3.
Namens de GI is hier ter zitting aan toegevoegd dat [de minderjarige] sinds een maand is begonnen met traumatherapie. De afgelopen periode zijn er geen incidenten geweest en school gaat, met ups en downs, goed. Daarnaast moet [de minderjarige] leren hoe om te gaan met sociale contacten, vriendschappen en het gebruik van social media.

[de minderjarige] krijgt nu begeleid verlof buiten [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] en ze verblijft dan bij haar opa en oma. Binnen drie maanden moet het mogelijk zijn om een passende vervolgplek voor haar te vinden. [de minderjarige] heeft aangegeven geen contact meer te willen hebben met haar oude vriendengroep omdat die een slechte invloed op haar had. Daarom wil ze graag op een open groep in de regio van [plaats] worden geplaatst. Daar verblijft ook een goede vriendin van haar, die een positieve invloed op haar heeft. De afstand tussen haar en haar ouders is dan groot, maar de connectie tussen [de minderjarige] en haar ouders is momenteel heel minimaal. Eigenlijk zou [de minderjarige] graag terug willen keren bij haar ouders, maar het is lastig om de ouders te motiveren het contact weer op te bouwen. De ouders hebben weliswaar aangegeven dat [de minderjarige] terug kan komen als haar behandeling is afgerond, maar verder hebben ze amper betrokkenheid bij [de minderjarige] . Vanuit de GI wordt erop aangestuurd om het contact met de ouders goed te houden, zodat de drempel voor [de minderjarige] laag blijft om met hen in contact te blijven. Vanuit [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] is ingezet op systeemtherapie voor [de minderjarige] en haar ouders. In eerste instantie wilden de ouders daar niet aan meewerken, maar later zijn zij van mening veranderd en hebben zij hun medewerking toegezegd. Dat is een prille, maar positieve ontwikkeling. De GI heeft de zorg uitgesproken dat overplaatsing naar de open groep in [plaats] qua financiën problematisch is, omdat het geen ingekochte zorg betreft. Een periode van drie maanden zou voldoende moeten zijn om de overplaatsing te kunnen regelen. Inmiddels is ook het RET ingezet.
<nr>4</nr>De standpunten
Namens [de minderjarige] heeft haar advocaat naar voren gebracht dat [de minderjarige] door drukte en de lange reistijd naar de rechtbank niet aanwezig kon zijn op de zitting. [de minderjarige] heeft haar advocaat gemachtigd het woord te voeren en gevraagd geen verweer te voeren ten aanzien het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. [de minderjarige] is het echter niet eens met het verzoek tot verlenging van de gesloten uithuisplaatsing. Ze vindt dat ze lang genoeg in een gesloten setting heeft doorgebracht en ze wil graag naar de open groep in [plaats] . Inmiddels is ze gestart met therapie en ze volgt haar schoolopleiding zo goed als ze kan. Er zijn geen incidenten meer geweest. Ze ervaart het verzoek tot verlenging van de gesloten uithuisplaatsing daarom als een straf voor haar goede gedrag. Ze wil graag de kans krijgen voor een open plaatsing in [plaats] . Indien wordt besloten tot toewijzing van de gesloten uithuisplaatsing, dan is het verzoek om dat voor een periode van drie maanden toe te wijzen en het verzoek voor het overige af te wijzen.
<nr>5</nr>De beoordeling
de ondertoezichtstelling
5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] die zijn gelegen in de ernst van haar gedragsproblematiek, waaronder haar zelfbepalende en risicovolle gedrag, zijn nog steeds aan de orde. [de minderjarige] is grenzeloos in uitspraken en het aangaan van contacten. Ook is de onderlinge relatie tussen haar en haar ouders nog niet verbeterd. [de minderjarige] accepteert het gezag van haar ouders niet en door de moeizame relatie zijn de ouders niet in staat om op passende wijze bij haar aan te sluiten.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders onvoldoende in staat zijn [de minderjarige] de noodzakelijke begrenzing en veiligheid te bieden. De ouders zijn onmachtig om

[de minderjarige] duidelijke kaders, structuur en grenzen te bieden, mede vanwege de ernstig

verstoorde relatie met [de minderjarige] . De ouders zagen in eerste instantie voor zichzelf geen noodzaak om (verdere) hulpverlening aan te gaan om hen te sterken in hun ouderrol en

opvoedvaardigheden, terwijl dit van groot belang is om de nodige handvatten aangereikt te

krijgen hoe zij bij [de minderjarige] aan kunnen sluiten en hoe zij haar op passende wijze kunnen

ondersteunen en begeleiden in het traject waar zij zich op dit moment in bevindt. Inmiddels hebben de ouders zich bereid verklaard hulpverlening te accepteren en is het doel dat door middel van systeemtherapie de relatie tussen [de minderjarige] en de ouders wordt verbeterd. [de minderjarige] is nog jong en heeft de steun van haar ouders nodig. Het is belangrijk dat haar ouders nauw betrokken blijven bij haar en zij gezamenlijk optrekken om tot een verbetering van hun relatie te komen.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.

de machtiging tot gesloten uithuisplaatsing
5.5.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat verlening van de machtiging gesloten jeugdhulp van [de minderjarige] noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.6.
De kinderrechter overweegt dat [de minderjarige] binnen de huidige gesloten setting profiteert van de geboden structuur, nabijheid en begeleiding. Inmiddels is [de minderjarige] gestart met muziek- en traumatherapie en om dit effectief te kunnen voortzetten en haar de kans te geven haar vaardigheden verder te ontwikkelen, is continuering van een gestructureerde en beveiligde omgeving noodzakelijk. Daarnaast is het van belang dat zij verder stapsgewijs kan oefenen met het uitbreiden van vrijheden.

In de tussentijd kan voor [de minderjarige] naar een passende vervolgplek op een open groep worden gezocht buiten de regio, zodat ze niet meer in aanraking komt met haar oude vriendengroep. De kinderrechter is van oordeel dat dit inzicht van [de minderjarige] en haar verzoek zwaar wegen en de doorslag moeten geven bij het zoeken naar een passende plek voor haar in een open setting. Om de ingezette behandeling te bestendigen en voortvarend toe te werken naar een verantwoorde doorplaatsing is verlening van de gesloten plaatsing noodzakelijk voor een periode van drie maanden. Nu [de minderjarige] meewerkt aan behandeling en zich in positieve zin ontwikkelt, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek voor de resterende periode dient te worden afgewezen.
5.7.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. Voor de beslissing tot verlening van de machtiging gesloten jeugdhulp volgt dit reeds uit de wet.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 1 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
6.3.
verleent de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 augustus 2026;
6.4.
wijst het verzoek voor het overige af;

Deze beschikking is gegeven door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam als griffier en op schrift gesteld op 12 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW.

Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Artikel delen