Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:5435

Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie. Daardoor kon deze niet uitgevoerd worden voor het ingaan van de nachtklok van Schiphol. Het verweer...

Rechtbank Noord-Holland 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:5435 text/xml public 2026-08-06T09:51:25 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-22 11520542 CV EXPL 25-613 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5435 text/html public 2026-08-06T09:50:44 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5435 Rechtbank Noord-Holland , 22-04-2026 / 11520542 CV EXPL 25-613
Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie. Daardoor kon deze niet uitgevoerd worden voor het ingaan van de nachtklok van Schiphol. Het verweer slaagt niet omdat hij voorafgaand aan de vlucht het toestel heeft gewisseld naar het vertraagde toestel en hij onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit noodzakelijk was. Daarmee had hij zelf invloed op de annulering en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De vordering wordt grotendeels toegewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11520542 CV EXPL 25-613

Uitspraakdatum: 22 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de buitenlandse vennootschap

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Luton, Verenigd Koninkrijk

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

De zaak in het kort

AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie. Daardoor kon deze niet uitgevoerd worden voor het ingaan van de nachtklok van Schiphol. Het verweer slaagt niet omdat hij voorafgaand aan de vlucht het toestel heeft gewisseld naar het vertraagde toestel en hij onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit noodzakelijk was. Daarmee had hij zelf invloed op de annulering en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De vordering wordt grotendeels toegewezen.
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
AirHelp heeft, ondanks dat zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 23 september 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Londen, Verenigd Koninkrijk, met vlucht U2 8685 dan wel EZY8685 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Lyon – Londen Luton – Londen Gatwick – Amsterdam – Londen Gatwick. Vanwege de doorwerking van vertraging van de eerdere vluchten en een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding kon de vlucht in kwestie niet uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime van Schiphol. Daarop heeft de vervoerder zowel de vlucht van Londen Gatwick naar Amsterdam als de vlucht in kwestie geannuleerd. AirHelp betwist dit.
4.4.
Het verweer slaagt niet. Vast staat dat de vlucht in kwestie oorspronkelijk met een ander toestel zou worden uitgevoerd. Daarbij kan in het midden blijven welk toestel dat precies was. Vast staat immers dat de vervoerder pas op de dag van de vlucht het toestel heeft gewisseld naar het vertraagde toestel met de code G-EZWC. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd waarom het noodzakelijk was om deze toestelwissel uit te voeren. Weliswaar heeft hij bij antwoord gesteld dat dit nodig was om ‘de disruptie’ op te vangen en bij dupliek vanwege ‘veiligheidsredenen’, maar dit is onvoldoende. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, blijkt hieruit immers niet dat er aan deze toestelwissel buitengewone omstandigheden ten grondslag lagen.
4.5.
De annulering van de vlucht in kwestie werd vervolgens met name veroorzaakt door de vertraagde aankomst van toestel G-EZWC. Omdat het niet vast staat dat het noodzakelijk was om de vlucht in kwestie met dit specifieke toestel uit te voeren, kan evenmin worden geoordeeld dat de annulering het gevolg was van omstandigheden waar de vervoerder geen invloed op had. Daarom was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De gevorderde compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
4.6.
AirHelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. AirHelp heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
4.7.
De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 23 september 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 135,00;salaris gemachtigde € 86,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening.

Artikel 5 lid 3 van de Verordening.

Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.

Artikel delen