Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:5449

Luchtvaart. De passagier vordert compensatie voor een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een aansluitende vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem werd vertraging veroorzaakt doordat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden aan het toestel oplegde tijdens de uitvoering van een voorgaande vlucht. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie....

Rechtbank Noord-Holland 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:5449 text/xml public 2026-08-06T13:41:33 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-29 9289562 CV EXPL 21-4171 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5449 text/html public 2026-08-06T13:41:20 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5449 Rechtbank Noord-Holland , 29-04-2026 / 9289562 CV EXPL 21-4171
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie voor een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een aansluitende vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem werd vertraging veroorzaakt doordat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden aan het toestel oplegde tijdens de uitvoering van een voorgaande vlucht. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Het verweer slaagt. De vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9289562 CV EXPL 21-4171

Uitspraakdatum: 29 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats], Oostenrijk

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. H. Yildiz (Weiss Legal)

tegen

de besloten vennootschap

KLM Cityhopper B.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

De zaak in het kort

De passagier vordert compensatie voor een vertraagde vlucht. Hierdoor miste hij een aansluitende vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem werd vertraging veroorzaakt doordat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden aan het toestel oplegde tijdens de uitvoering van een voorgaande vlucht. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Het verweer slaagt. De vordering wordt afgewezen.
<nr>1</nr>Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 28 mei 2019 vervoeren van Graz, Oostenrijk, via Amsterdam-Schiphol Airport, naar Straatsburg, Frankrijk, met vluchtcombinatie KL1896 en KL2019.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht KL1896 van Graz naar Amsterdam (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. Hij is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Stuttgart – Amsterdam – Graz – Amsterdam. Voorafgaand aan de vlucht van Stuttgart naar Amsterdam legde de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd op aan het toestel. Daardoor is deze vlucht met een vertraging van 26 minuten vertrokken en met 20 minuten vertraging aangekomen. Deze vertraging werkte door op de vlucht van Amsterdam naar Graz. Ook tijdens deze vlucht moest het toestel wachten op toestemming om te vertrekken van de luchtverkeersleiding. Hierdoor is deze vlucht met een vertraging van 24 minuten vertrokken en met een vertraging van 25 minuten aangekomen. Deze vertraging werkte met 16 minuten door op de vlucht in kwestie. Door deze vertraging miste de passagier de aansluitende vlucht naar de eindbestemming. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer vlucht- en weerrapporten en berichten van de luchtverkeersleiding overgelegd. De passagier betwist dit.
4.4.
Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken, ongeacht de reden die daaraan ten grondslag ligt. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier in beginsel ook geen invloed op. De beoordeling van de discussie tussen partijen of er (ook) sprake was van slechte weersomstandigheden kan daarmee in het midden blijven. De vertraging van de vlucht was het gevolg van de doorwerking van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagier hierdoor de aansluitende vlucht heeft gemist. Daarom was de langdurig vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed heeft op de besluiten van de luchtverkeersleiding maar de vluchten in de gegeven omstandigheden zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Na aankomst is de passagier omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief.
4.6.
De passagier betwist dit. Hij voert aan dat de vervoerder meer omdraaitijd tussen de vluchten had moeten plannen in Stuttgart. Daarnaast betwist hij dat hij is omgeboekt naar de snelste beschikbare alternatieve vlucht.
4.7.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij is omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Hij heeft immers niet aangevoerd welke eerdere vluchten er voor hem beschikbaar zouden zijn geweest. Ook heeft hij onvoldoende toegelicht dat het inplannen van een langere omdraaitijd op de luchthaven van Stuttgart de vertraging zou hebben beperkt. Hij heeft immers niet weersproken dat het toestel tijdig gereed stond voor vertrek en dat dit alleen niet tijdig kon vertrekken omdat de luchtverkeersleiding vervolgens een latere vertrektijd oplegde. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.
4.8.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagier niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.2.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening.

Artikel 5 lid 3 van de Verordening.

Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.

Artikel delen