Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:6074

Veel instabiliteit in het leven van de minderjarige vanwege de psychiatrische problematiek van de moeder. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt voor kortere duur verleend vanwege de onzekerheid over de (vervolg)plaatsing van de minderjarige en zodat de zaak gezamenlijk met die van haar zusjes behandeld kan worden.

Rechtbank Noord-Holland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:6074 text/xml public 2026-08-04T14:17:04 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-05-19 C/15/377356 / JU RK 26-641 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6074 text/html public 2026-08-04T14:16:46 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:6074 Rechtbank Noord-Holland , 19-05-2026 / C/15/377356 / JU RK 26-641
Veel instabiliteit in het leven van de minderjarige vanwege de psychiatrische problematiek van de moeder. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt voor kortere duur verleend vanwege de onzekerheid over de (vervolg)plaatsing van de minderjarige en zodat de zaak gezamenlijk met die van haar zusjes behandeld kan worden.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/377356 / JU RK 26-641

Datum uitspraak: 19 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. B.J. de Groot, kantoorhoudende te Haarlem.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van 14 april 2026 met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;

het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

[vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;

[systeemtherapeut] , systeemtherapeut betrokken bij het gezin.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 maart 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 8 mei 2025 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 mei 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking van 4 maart 2025 ook een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin. De machtiging is vervolgens verlengd, laatstelijk bij beschikking van 13 oktober 2025, tot 24 mei 2026. Dit betreft een machtiging voor één nacht per maand en in geval van een terugval van de moeder, in overleg met de moeder, te bepalen door de GI.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, een gezinsgerichte voorziening of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. De moeder heeft een bipolaire stoornis en daarnaast heeft de GI zorgen over huiselijk geweld tussen de ouders. Het lukt de moeder onvoldoende om een stabiele en veilige opvoedsituatie te creëren voor [de minderjarige] en haar zussen, wat in de afgelopen jaren heeft geleid tot terugkerende uithuisplaatsingen. Vanuit de thuissituatie is hulpverlening en het ontlasten van de moeder ingezet om de patronen te doorbreken, maar dit heeft niet het gewenste resultaat gehad. De GI is van mening dat nu door middel van een gezinsopname onderzocht moet worden of [de minderjarige] en haar zussen thuis kunnen wonen. De GI is daarnaast op zoek naar een verblijfplek waar [de minderjarige] voor langere tijd kan verblijven, bij voorkeur met (één van) haar zussen.
3.3.
De GI heeft het verzoek ter zitting als volgt verder toegelicht. Er is nog geen vervolgplek voor [de minderjarige] gevonden. De GI is in gesprek met een gezinshuis in Noord-Holland waar mogelijk alle drie de zussen kunnen verblijven maar het is nog onduidelijk of dit mogelijk is. Vanmiddag zal een kennismakingsgesprek met het gezinshuis, [de minderjarige] en haar jongere zusje plaatsvinden. De GI blijft bij haar standpunt dat een gezinsopname nodig is. De GI heeft meerdere gezinsopnames en ook de mogelijkheden van een gezinsbehandeling aan huis met 24-uurs toezicht onderzocht. Vanwege het gebrek aan beschikbaarheid om dit uit te voeren lukt een behandeling/beoordeling aan huis niet. Ook diverse andere gezinsopnames zijn niet mogelijk gebleken. De gezinsopname bij GGZ Drenthe blijft daarom als enige mogelijkheid over. De GI heeft dit al eerder naar de moeder gecommuniceerd. Op dit moment kan de omgang (van één uur per week) tussen de ouders en [de minderjarige] niet uitgebreid worden omdat er geen omgangsbegeleiding beschikbaar is. De GI is op zoek naar omgangsbegeleiders en begeleidt de omgang op dit moment zelf.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De ouders hebben zich niet verzet tegen de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de uithuisplaatsing van [de minderjarige] . De advocaat heeft naar voren gebracht dat het gezin uit elkaar is getrokken. [de minderjarige] en haar zusjes verblijven alle drie op een andere plek en het gezin is niet meer samen geweest sinds vóór de geboorte van het jongste zusje. De GI heeft aangegeven meerdere mogelijkheden voor een gezinsopname en ambulante hulpverlening te hebben onderzocht maar heeft de ouders niet meegenomen in dit proces. Ook is er vandaag nog geen duidelijkheid over waar [de minderjarige] kan verblijven na 22 mei 2026. [de minderjarige] is nog heel jong en met zoveel onduidelijkheid is het niet in haar belang om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van een jaar met drie verschillende categorieën, zoals de GI verzoekt. De advocaat heeft daarom verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing slechts te verlenen tot de zitting van het jongste zusje van [de minderjarige] op [datum] , met aanhouding van het overige, zodat dan meer duidelijkheid is over de mogelijke vervolgplek voor [de minderjarige] en haar zusjes. Daarbij moet de GI worden verplicht meer duidelijkheid te geven over waarom en op welke gronden de verschillende gezinsopnames dan wel de intensieve ambulante hulpverlening niet mogelijk is.
4.2.
De ouders hebben aangegeven dat [de minderjarige] weer thuis kan wonen. Volgens de moeder is geen sprake van een terugkerend patroon maar hangen haar ontregelingen samen met de bevallingen van [de minderjarige] en haar zusje en is zij op dit moment stabiel. De moeder ontkent niet dat haar ontregelingen schadelijk kunnen zijn voor de kinderen, maar zij doet haar best om deze onder controle te houden. Zij slikt medicatie en laat zich controleren middels bloedprikken. Ook zijn de ouders aangemeld voor relatietherapie. De moeder accepteert geen huiselijk geweld en wil alles doen om daaraan te werken. Daarnaast komen de ruzies tussen de ouders door het gemis van de kinderen en de stress die daarbij komt kijken en zullen deze dus stoppen als de kinderen weer thuis wonen. Beide ouders zullen meewerken aan de gezinsopname als dat nodig is. Wel hebben zij moeite met de duur van het voortraject van (gemiddeld) negen maanden. Zij zien [de minderjarige] op dit moment slechts één uur per week onder begeleiding en willen haar in de tussentijd graag meer zien en er is ook geen omgang tussen de kinderen onderling. Tot slot heeft moeder naar voren gebracht dat zij veel vraagtekens heeft bij het verzoek van de GI. Er is nog veel onduidelijkheid en met vragen van de moeder en mogelijkheden die zij aandraagt, wordt niks gedaan door de GI.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] heeft in haar leven al veel instabiliteit meegemaakt vanwege de psychiatrische problematiek van de moeder. Op rustige momenten lukt het de moeder goed om voor [de minderjarige] en haar zusjes te zorgen en staat zij in goed contact met de hulpverlening. Op momenten van onrust is de moeder echter minder beschikbaar voor [de minderjarige] , kan zij onvoorspelbaar zijn en houdt zij zich niet altijd aan de (veiligheids)afspraken. Voor [de minderjarige] was bij beschikking van 13 oktober 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing voor een deeltijdpleeggezin verlengd. Zij heeft sinds november 2025 echter volledig – met uitzondering van twee weken in december 2025 – bij het pleeggezin verbleven, vanwege een periode van onrust bij de moeder. Daarnaast bestaan er zorgen over huiselijk geweld tussen de ouders, waar de kinderen mee geconfronteerd worden. Zeer recent zijn ook nog twee zorgelijke Veilig Thuis meldingen gedaan door de politie, waarbij de politie ’s nachts naar de woning van de ouders moest komen.
5.3.
De GI heeft aangegeven middels een gezinsopname de opvoedvaardigheden van de ouders te willen onderzoeken. De kinderrechter is van oordeel dat de GI voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het niet haalbaar is om deze beoordeling thuis te laten uitvoeren. Volgens de GI is daarvoor 24-uurs begeleiding in de thuissituatie nodig en de GI heeft voldoende toegelicht dat dat in verband met de beschikbaarheid van de verschillende instanties niet haalbaar is. Een gezinsopname is een passend middel om de opvoedvaardigheden van de ouders te beoordelen en tegelijkertijd de veiligheid van de kinderen te waarborgen en de kinderrechter is van oordeel dat de gezinsopname zo snel mogelijk moet plaatsvinden. De kinderrechter roept zowel de GI als de ouders op zich voor een spoedige aanmelding en start van het traject in te zetten.
5.4.
Het is noodzakelijk dat de GI betrokken blijft om regie te voeren op de nodige hulpverlening en zicht te houden op de ontwikkeling van [de minderjarige] . De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] daarom voor de verzochte duur van een jaar.
5.5.
Vanwege de zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] in de thuissituatie bij de ouders is het naar het oordeel van de kinderrechter nodig dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] langer voortduurt. Wel verleent de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor kortere duur dan verzocht, namelijk voor de duur van één maand, en houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting op [datum] . De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
5.6.
[de minderjarige] heeft twee zusjes die allebei ook uit huis zijn geplaatst, op verschillende plekken. De kinderrechter acht het in het belang van zowel de ouders als de kinderen om de zaken van de zusjes gezamenlijk te behandelen. De GI heeft een gezinshuis op het oog waar [de minderjarige] mogelijk binnenkort terecht kan, samen met haar zusjes. Deze plaatsing is echter nog niet rond en het gezinshuis heeft twijfels geuit over de haalbaarheid van de plaatsing van alle drie de zusjes. De GI heeft in haar verzoekschrift aangegeven dat [de minderjarige] nog enkele dagen, tot 22 mei 2026, bij haar huidige pleeggezin kan blijven. Daarnaast zal het gezin aangemeld worden voor een gezinsopname bij GGZ Drenthe. Het voortraject duurt gemiddeld negen maanden en er zijn nog veel stappen te nemen door de ouders voordat hiermee gestart kan worden, aldus de GI. Ter zitting bestond dus nog veel onduidelijkheid over de huidige plaatsing van [de minderjarige] en de mogelijke vervolgplekken. Daarnaast hebben de ouders op dit moment één uur per week begeleide omgang met [de minderjarige] en heeft [de minderjarige] haar jongste zusje nog nooit ontmoet. Hoewel de kinderrechter de praktische moeilijkheden vanuit de GI begrijpt, is het van belang van (de hechting van) [de minderjarige] dat de omgang uitgebreid wordt en dat ook aandacht is voor het contact van [de minderjarige] met haar zusjes, zeker gezien de beoogde gezinsopname.
5.7.
De kinderrechter vindt het gelet op bovenstaande van belang dat zicht wordt gehouden op de verblijfplek van [de minderjarige] (pleeggezin of gezinshuis), de aanmelding voor de gezinsopname en de mogelijkheden van uitbreiding van het contact met de ouders en zusjes. De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg dan wel in een gezinsgerichte voorziening daarom voor de duur van één maand, te weten tot 24 juni 2026, en houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting op [datum] .
5.8.
De beslissing tot de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 24 mei 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, dan wel in een gezinsgerichte voorziening tot 24 juni 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek tot de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor het overige aan;
6.5.
vraagt de griffier de moeder, mr. B.J. de Groot, de vader en de GI op te roepen voor de zitting van mr. R.M. van Diepen op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman Eltenweg 2 in Alkmaar;
6.6.
vraagt de griffie om de Raad aan te merken als informant in deze procedure, haar de stukken te sturen en haar op te roepen voor bovengenoemde zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 22 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW.

Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Artikel delen