Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:6599

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige kampt met emotieregulatie- en gedragsproblematiek. De thuissituatie bij de vader is onhoudbaar geworden. Het is nodig dat de minderjarige op een neutrale plek geplaatst wordt zodat rust gecreëerd wordt.

Rechtbank Noord-Holland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:6599 text/xml public 2026-08-04T16:03:34 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-05-19 C/15/377617 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6599 text/html public 2026-08-04T16:03:08 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:6599 Rechtbank Noord-Holland , 19-05-2026 / C/15/377617
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige kampt met emotieregulatie- en gedragsproblematiek. De thuissituatie bij de vader is onhoudbaar geworden. Het is nodig dat de minderjarige op een neutrale plek geplaatst wordt zodat rust gecreëerd wordt.
NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummers: C/15/377617 / JU RK 26-694 & C/15/377678 / JU RK 26-696

Datum uitspraak: 19 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. P.J. van de Pol, kantoorhoudende te Haarlem,

de moeder en de vader hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift in de zaak C/15/377617 / JU RK 26-694 van 16 april 2026 met bijlagen;

de beschikking inzake C/15/377678 / JU RK 26-696 van 7 mei 2026 en de daarbij behorende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden en een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 17 november 2025 heeft de kinderrechter voornoemde machtiging verleend tot 5 februari 2026. Vervolgens is [de minderjarige] bij beschikking van 23 januari 2026 onder toezicht gesteld tot 23 januari 2027. De verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] is in diezelfde beschikking beëindigd.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 mei 2026 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 4 juni 2026, en heeft de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
<nr>3</nr>De verzoeken 3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ook handhaaft de GI het resterende doel van het spoedverzoek en verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
De GI heeft het verzoek als volgt onderbouwd. De laatste tijd zijn de spanningen in huis zodanig groot dat het op dit moment niet veilig genoeg is voor [de minderjarige] om thuis te wonen. Er hebben zich situaties voorgedaan waarbij [de minderjarige] zowel emotioneel als lichamelijk niet veilig was. De vader heeft aangegeven dat hij het niet meer aankan en hij kan [de minderjarige] niet de rust, veiligheid en steun geven die zij nodig heeft. De GI vindt [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] een passende plek waar [de minderjarige] de hulp kan krijgen die zij nodig heeft. Vanwege de zorgwekkende (suïcidale) uitspraken van de vader en omdat hij aangaf dat een onmiddellijke uithuisplaatsing van [de minderjarige] nodig was, heeft de GI op 7 mei 2026 de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verzocht.
3.4.
Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat [de minderjarige] nog thuis bij de vader woont. De GI had een crisisplek gevonden voor [de minderjarige] . Na het afgeven van de spoedmachtiging is de GI bij de vader langs geweest maar toen bleek de situatie rustiger. Omdat er op dat moment geen spoed was, is besloten om geen gebruik van de machtiging te maken. De GI wil nu met de reguliere machtiging op zoek naar een geschikte plek voor [de minderjarige] . [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] heeft [de minderjarige] afgewezen omdat zij de medewerkers had uitgescholden. De GI verwacht dat [de minderjarige] zich op elke groep zal verzetten en wil daarom de uithuisplaatsing van [de minderjarige] zorgvuldig opbouwen.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De vader is het eens met het verzoek. De vader heeft aangegeven het thuis niet meer aan te kunnen. [de minderjarige] is erg wisselvallig in haar gedrag en de vader loopt al anderhalf jaar op zijn tenen. Er moet rust komen en hulp en een diagnose voor [de minderjarige] . Ten tijde van de zitting in januari 2026 leek het beter te gaan maar het gaat nu slechter dan voorheen. De zorgelijke uitspraken van de vader waren een schreeuw om hulp. De advocaat van de vader heeft naar voren gebracht dat situatie rondom de spoedmachtiging van [de minderjarige] in de visie van de vader niet goed is verlopen en dat de machtiging niet op goede gronden is afgegeven. De spoedmachtiging moet worden afgewezen en de reguliere machtiging moet nu worden toegewezen. Het is nodig dat snel een plek voor [de minderjarige] wordt gevonden. De advocaat verwacht niet dat een geleidelijke uithuisplaatsing zal werken; [de minderjarige] zal dan nog steeds veel weerstand laten zien.
4.2.
De moeder is het ook eens met het verzoek. Zij heeft aangegeven hetzelfde te hebben meegemaakt met [de minderjarige] bij haar thuis. Wanneer [de minderjarige] nu bij de moeder thuis is, laat de moeder [de minderjarige] bepalen om escalaties te voorkomen. De situatie is onhoudbaar geworden en er moet iets veranderen. De moeder zou graag meer op de hoogte worden gehouden over [de minderjarige] en een betere communicatie willen met de GI.
<nr>5</nr>De beoordeling
Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het oordeel geformuleerd in de beschikking van 7 mei 2026 over de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] te wijzigen. Deze beslissing zal dan ook worden gehandhaafd.
5.2.
De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek inzake C/15/377678 / JU RK 26-696 bij gebrek aan belang afwijzen, gelet op het reguliere verzoek van de GI tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Machtiging tot uithuisplaatsing
5.3.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.4.
[de minderjarige] kampt met emotieregulatie- en gedragsproblematiek. Als gevolg van het gedrag en de hevige stemmingswisselingen van [de minderjarige] zijn er al langdurig veel spanningen en ruzies in de thuissituatie bij de vader. De ruzies tussen [de minderjarige] en de vader kunnen hoog oplopen en er hebben zich al meerdere incidenten voorgedaan, waaronder een incident waarbij [de minderjarige] haar vinger heeft gebroken. Daarnaast heeft de vader meermaals zorgelijke en schadelijke uitspraken gedaan. De vader is overbelast en heeft aangegeven de zorg voor [de minderjarige] niet meer te kunnen dragen. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat de thuissituatie bij de vader niet langer houdbaar is en onveilig is voor [de minderjarige] . Ook is het op dit moment niet mogelijk voor [de minderjarige] om bij de moeder te wonen. Eerder woonde [de minderjarige] bij de moeder maar ook daar was de thuissituatie vanwege het gedrag van [de minderjarige] onhoudbaar geworden, waarna [de minderjarige] bij de vader is gaan wonen.
5.5.
De kinderrechter is daarom van oordeel dat het nodig is dat [de minderjarige] op een neutrale plek geplaatst wordt, zodat rust gecreëerd wordt voor zowel [de minderjarige] als de ouders. Wanneer [de minderjarige] gestabiliseerd is kan gestart worden met diagnostiek en (trauma)behandeling voor [de minderjarige] . Daarnaast moet er aandacht zijn voor de band tussen [de minderjarige] en haar beide ouders.
5.6.
[de minderjarige] heeft – begrijpelijk – veel weerstand tegen een uithuisplaatsing. Ter zitting is de mogelijkheid besproken om de uithuisplaatsing geleidelijk op te bouwen en [de minderjarige] daarin mee te nemen. De regie daarvoor ligt bij de GI. Wel benadrukt de kinderrechter dat het van belang is dat snel gehandeld wordt en een passende plek voor [de minderjarige] gevonden wordt.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:

C/15/377617 / JU RK 26-694
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 mei 2026 tot 23 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

C/15/377678 / JU RK 26-696
6.3.
wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 28 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Artikel delen