Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:6602

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing. De ouders hebben vanwege hun persoonlijke problematiek onvoldoende aan de vergrote opvoedvraag van de minderjarige kunnen voldoen, waardoor zij onvoldoende stabiliteit, continuïteit en veiligheid heeft ervaren. De minderjarige verblijft op een crisisgroep.

Rechtbank Noord-Holland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:6602 text/xml public 2026-08-04T16:17:34 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-05-19 C/15/377800 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Aanbestedingsrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6602 text/html public 2026-08-04T16:17:22 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:6602 Rechtbank Noord-Holland , 19-05-2026 / C/15/377800
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing. De ouders hebben vanwege hun persoonlijke problematiek onvoldoende aan de vergrote opvoedvraag van de minderjarige kunnen voldoen, waardoor zij onvoldoende stabiliteit, continuïteit en veiligheid heeft ervaren. De minderjarige verblijft op een crisisgroep.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/377800 / JU RK 26-722

Datum uitspraak: 19 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat mr. P.J. van de Pol, gevestigd te Haarlem,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] ,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 8 mei 2026 met bijlagen, ontvangen op 11 mei 2026.
1.2.
De GI heeft op 11 mei 2026 schriftelijk verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] met spoed en zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden te verlenen. De kinderrechter heeft het spoedverzoek afgewezen vanwege het ontbreken van het spoedeisende belang en heeft het verzoek ter behandeling versneld op deze zitting laten plaatsen.
1.3.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op een crisisgroep in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 2 juli 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aangezien de huidige ondertoezichtstelling van [de minderjarige] duurt tot 2 juli 2026, begrijpt de kinderrechter het verzoek als een verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. Een machtiging tot uithuisplaatsing is nodig omdat binnen het huidige systeem onvoldoende opvoedingscapaciteit is om de veiligheid, verzorging en ontwikkeling van [de minderjarige] te waarborgen. De afgelopen periode was sprake van voortdurende wisselingen van verblijfplek, oplopende spanningen binnen het netwerk en het ontbreken van een stabiele opvoedplek. Gezien de acute en oplopende situatie is inmiddels een passende crisisverblijfplek gevonden waar [de minderjarige] tijdelijk kan verblijven. Vanuit deze stabiele setting zal zorgvuldig onderzocht worden welke vervolgplek op de langere termijn passend is bij de ontwikkelingsbehoefte en kwetsbaarheid van [de minderjarige] .
3.3.
De GI heeft hieraan ter zitting het volgende toegevoegd. [de minderjarige] kan in totaal zes weken op haar huidige groep blijven. De GI is op zoek naar een passende plek voor [de minderjarige] voor de langere termijn en heeft daarvoor meerdere aanmeldingen gedaan, onder andere bij Odion, Levvel en Prinsenstichting. De bedoeling is dat [de minderjarige] doordeweeks op de groep verblijft en in het weekend bij één van de ouders. De samenwerking met de ouders verloopt goed en beide ouders hebben daarin stappen gezet. De GI wil de ouders en met name de moeder daarvoor complimenten geven.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De moeder en de advocaat hebben ingestemd met het verzoek. Het is voor [de minderjarige] belangrijk dat zij vastigheid en duidelijkheid krijgt. [de minderjarige] had bij de moeder thuis veel strijd met haar broertje en het geeft rust in huis nu [de minderjarige] op een goede plek zit.
4.2.
De vader heeft ook ingestemd met het verzoek. Er moet zo snel mogelijk een vaste plek komen voor [de minderjarige] .
<nr>5</nr>De mening van [de minderjarige] 5.1.
heeft verteld dat zij het fijn heeft op de woongroep. Zij heeft daar al vriendinnen gemaakt en wil het liefst op de woongroep blijven. Zij wil liever niet meer thuis bij de moeder wonen omdat dat eerder niet goed ging.
<nr>6</nr>De beoordeling 6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
6.2.
De kinderrechter overweegt hiertoe dat bij [de minderjarige] sprake is van een licht verstandelijke beperking, waardoor zij een vergrote opvoedvraag heeft. De ouders kampen beiden met persoonlijke problematiek en hebben hierdoor niet altijd aan deze opvoedvraag kunnen voldoen. [de minderjarige] heeft als gevolg hiervan lange tijd onvoldoende stabiliteit, continuïteit en veiligheid ervaren. De afgelopen periode was daarnaast erg onrustig voor [de minderjarige] . Omdat het in de thuissituatie bij de moeder niet goed ging met [de minderjarige] , verbleef zij tijdelijk bij haar grootouders. De grootouders hebben recent aangegeven de zorg voor [de minderjarige] niet langer te kunnen dragen en hebben haar zonder overleg naar de vader gebracht. Vanwege zijn psychische problematiek is de vader momenteel echter onvoldoende belastbaar om structureel voor [de minderjarige] te zorgen. [de minderjarige] verblijft daarom sinds 7 mei 2026 op haar huidige groep.
6.3.
Het is op dit moment niet mogelijk voor [de minderjarige] om bij (één van) de ouders of in het netwerk te verblijven. De GI heeft een plek gevonden voor [de minderjarige] waar zij inmiddels twee weken verblijft. De ouders stemmen in met de plaatsing van [de minderjarige] op de groep en ook [de minderjarige] zelf heeft aangegeven dat zij het fijn vindt op de groep en liever niet meer thuis wil wonen. Omdat de huidige plaatsing van [de minderjarige] een crisisgroep betreft kan zij daar nog slechts voor vier weken blijven. Het is daarom van belang dat de GI zo snel mogelijk een passende, bestendige vervolgplek vindt voor [de minderjarige] . De GI heeft aangegeven hiervoor al aanmeldingen bij verschillende groepen te hebben gedaan.
6.4.
Gezien bovenstaande is de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder noodzakelijk. De kinderrechter verleent de machtiging voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 2 juli 2026.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>7</nr>De beslissing
De kinderrechter:
7.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 mei 2026 tot 2 juli 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 28 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

zoals bedoeld in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv).

Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Artikel delen