Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:8255

Koop op afstand. Vordering van Klarna (webwinkel Berschka) overgedragen aan Alektum. Amtbshalve toetsing. Schending artikel 6:230v lid 7 BW.

Rechtbank Noord-Holland 29 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:8255 text/xml public 2026-07-29T17:00:14 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-07-22 K/4102/12146766 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8255 text/html public 2026-07-21T08:02:54 2026-07-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:8255 Rechtbank Noord-Holland , 22-07-2026 / K/4102/12146766
Koop op afstand. Vordering van Klarna (webwinkel Berschka) overgedragen aan Alektum. Amtbshalve toetsing. Schending artikel 6:230v lid 7 BW.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 12146766 CV EXPL 26-1758

Uitspraakdatum: 22 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Alektum Capital II AG

gevestigd te Zug, Zwitserland

de eisende partij

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

procederend in persoon
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Alektum heeft [gedaagde] op 12 maart 2026 gedagvaard tegen 25 maart 2026. [gedaagde] heeft, ondanks het verleende uitstel, niet gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De vordering 2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 26,97 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Berschka (hierna: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.
<nr>3</nr>De beoordeling
De koopovereenkomst
3.1.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
3.2.
Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
3.3.
Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een concrete, daadwerkelijk aan [gedaagde] verzonden bestelbevestiging worden overgelegd. Die ontbreekt, waardoor niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
3.4.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 20%.

De kredietovereenkomst
3.5.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkredietovereenkomsten (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat overeenkomsten als de onderhavige in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) vallen. Dit is alleen anders als die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.6.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.
3.7.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
3.8.
Op de overeenkomst(en) zijn de algemene voorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later), van 29 maart 2021 van toepassing. Het daarin opgenomen incassobeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Wat is toewijsbaar?
3.9.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 37,58 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 46,97 x 0.80).
3.10.
[gedaagde] heeft op 28 mei 2021 een bedrag van € 20,00 voldaan. Deze deelbetaling wordt in mindering gebracht op de hoofdsom, zodat een toewijsbare hoofdsom resteert van € 17,58.
3.11.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Alektum die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

Conclusie en proceskosten
3.12.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
3.13.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
<nr>4</nr>De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 17,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 127,08;

griffierecht € 139,00;

salaris gemachtigde € 40,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.

HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.

Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl.

HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).

HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).

Artikel delen