Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:9188

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder en wonen al ruim twee jaar bij de grootmoeder. De moeder kampt met psychische problematiek en verslavingsproblematiek, beide vaders zijn feitelijk onbereikbaar. Er moet aandacht zin voor t...

Rechtbank Noord-Holland 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:9188 text/xml public 2026-08-05T16:28:07 2026-07-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-06-30 C/15/378818 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9188 text/html public 2026-08-05T16:27:27 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:9188 Rechtbank Noord-Holland , 30-06-2026 / C/15/378818
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder en wonen al ruim twee jaar bij de grootmoeder. De moeder kampt met psychische problematiek en verslavingsproblematiek, beide vaders zijn feitelijk onbereikbaar. Er moet aandacht zin voor traumatherapie voor de kinderen en het contact tussen de kinderen en de ouders. Als de moeder stabiel is, kan eventueel gekeken worden naar het perspectief.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummers: C/15/378818 / JU RK 26-901 & C/15/378869 / JU RK 26-907

Datum uitspraak: 30 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Amsterdam,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ),

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

en

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt in beide zaken als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

advocaat: mr. S.B.J. uit Hiemstra, kantoorhoudende te Haarlem,

[de grootmoeder] ,

de grootmoeder vaderszijde ( [de minderjarige 1] ) en tevens de pleegmoeder,

hierna te noemen: de grootmoeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. J. Lochtman, kantoorhoudende te Amsterdam.

De kinderrechter merkt daarnaast inzake C/15/378869 / JU RK 26-907 als belanghebbende aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader van [de minderjarige 2] ,

wonende in [plaats] .
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

C/15/378818 / JU RK 26-901

het verzoekschrift van 2 juni 2026 met bijlagen;

de toetsing van de Raad van 17 juni 2026, ontvangen van de GI op 29 juni 2026;

C/15/378869 / JU RK 26-907

het verzoekschrift van 2 juni 2026 met bijlagen;

de toetsing van de Raad van 15 juni 2026, ontvangen van de GI op 29 juni 2026.
1.2.
De verzoeken zijn gelijktijdig behandeld op zitting met gesloten deuren op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

de advocaat van de moeder;

de grootmoeder met haar advocaat;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

De moeder en de vader van [de minderjarige 2] zijn niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] . De moeder en de vader van [de minderjarige 2] zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 2] .
2.2.
De kinderen wonen bij de grootmoeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 oktober 2024 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verleend binnen het netwerk, te weten de grootouders vaderszijde. Bij beschikking van 2 oktober 2025 zijn beide maatregelen verlengd tot 11 juli 2026.
<nr>3</nr>De verzoeken 3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft de verzoeken – samengevat – als volgt onderbouwd. De kinderen hebben veel meegemaakt in de thuissituatie bij de moeder. [de minderjarige 1] is onlangs meer gaan vertellen over wat zij allemaal heeft meegemaakt. Zij heeft op dit moment geen contact met de moeder en kiest daar bewust voor. [de minderjarige 2] vertoont (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, wat hem belemmerd in zijn sociale contacten. De moeder is vanwege haar persoonlijke problematiek onvoldoende emotioneel beschikbaar voor de kinderen en kan hen geen veilige opvoedsituatie bieden. De vader van [de minderjarige 2] is niet betrokken en de GI hoopt dit jaar duidelijkheid te verkrijgen over zijn gezagspositie. Een verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar is daarom noodzakelijk.
3.3.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat de kinderen het goed doen bij de grootmoeder en daar veilig zijn. De GI heeft aandacht voor de familieleden van de grootmoeder en haar kinderen die zich in het criminele circuit bevinden, maar heeft op dit moment geen acute zorgen. Het contact tussen de moeder en de grootmoeder gaat via de GI en de pleegzorgmedewerker. De moeder en grootmoeder hebben geen rechtstreeks contact, omdat dat niet goed gaat. De GI heeft recent van de Raad te horen gekregen dat zij het verzoek tot een gezagsbeëindigende maatregel ten aanzien van de vader van [de minderjarige 2] in behandeling gaan nemen.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat de moeder het moeilijk vindt dat de maatregelen nodig zijn, maar het wel begrijpt. De moeder heeft nog geen woning en is ook niet in staat de kinderen op te vangen op dit moment. De moeder zou wel graag uitbreiding van de contactmomenten willen, maar weet dat zij daarvoor nog stappen moet zetten. De moeder wil aan zichzelf werken en zal binnenkort worden opgenomen bij [zorginstelling] voor traumatherapie. Zij vindt de verzochte termijn van een jaar wel lang en de advocaat heeft namens de moeder verzocht om de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden te verlengen en de behandeling van het verzoek voor de overige zes maanden aan te houden.
4.2.
De grootmoeder wil graag dat de maatregelen met de duur van een jaar verlengd worden. Het gaat goed met de kinderen bij de grootmoeder thuis. Wel hebben zij beiden veel meegemaakt, waarvoor zij hulpverlening nodig hebben. De grootmoeder heeft geen contact met haar zoon, de vader van [de minderjarige 1] , en andere familieleden in het criminele circuit. Ze heeft daar bewust afstand van genomen.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat zij zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder. De moeder kampt met psychische problematiek en overmatig gebruik van onder meer cocaïne en alcohol, waardoor zij onvoldoende (emotioneel) beschikbaar was voor de kinderen. Ook bestonden zorgen over de verschillende mannen die bij de moeder over de vloer kwamen, terwijl de kinderen thuis waren. [de minderjarige 1] heeft in februari 2026 verteld over seksueel misbruik van zichzelf en [de minderjarige 2] door deze mannen thuis bij de moeder. Zij heeft het traject [het traject] gevolgd, een voortraject voor traumabehandeling. Er is nog geen vervolgtraject ingezet, maar [de minderjarige 1] heeft een band opgebouwd met de pleegzorgbegeleider en de ambulant begeleider van [de minderjarige 2] en is open over wat zij heeft meegemaakt. [de minderjarige 1] heeft aangegeven op dit moment geen contact met de moeder te willen. Volgens de grootmoeder is [de minderjarige 1] bang om weer dezelfde dingen mee te maken als zij eerder bij de moeder heeft meegemaakt. [de minderjarige 2] is erg druk in zijn gedrag en is moeilijk te corrigeren. Daarnaast vertoont hij seksueel grensoverschrijdend gedrag, met name na contactmomenten met de moeder. [de minderjarige 2] ontvangt ambulante begeleiding en daarnaast is voor hem storytelling via EMDR-therapie ingezet, in combinatie met psychomotorische therapie.
5.3.
De vader van [de minderjarige 1] is gedetineerd. De vader van [de minderjarige 2] is onbereikbaar en het is niet bekend waar hij is. De moeder is vanwege haar persoonlijke problematiek op dit moment niet in staat om de zorg van de kinderen op zich te nemen. Zij heeft in februari 2026 nog een terugval gehad in haar middelengebruik. De advocaat van de moeder heeft ter zitting aangegeven dat de moeder binnenkort opgenomen zal worden bij [zorginstelling] voor traumatherapie. Daarnaast heeft de moeder op dit moment geen eigen woning en slechts beperkt contact met alleen [de minderjarige 2] , bestaande uit een keer per drie weken begeleid contact. De GI heeft aangegeven dat op dit moment uitbreiding van dit contact nog niet mogelijk is gezien de heftige reactie die [de minderjarige 2] laat zien na het contact met de moeder. De kinderen verblijven sinds november 2023 bij de grootmoeder. De grootmoeder staat in goed contact met de GI en de hulpverlening. Gezien wordt dat zij de kinderen de zorg, nabijheid en veiligheid kan bieden die zij nodig hebben. De GI heeft het gezin aangemeld voor een terug naar huis-onderzoek. Hiermee kan echter nog niet gestart worden, omdat de moeder onvoldoende stabiel is.
5.4.
De komende periode is het nodig dat de traumabehandeling van [de minderjarige 2] wordt voortgezet zodat hij leert om zijn gevoelens op een adequate manier te uiten. Voor [de minderjarige 1] is hulp nodig bij het verwerken van wat zij heeft meegemaakt bij haar moeder thuis. Ook moet aandacht zijn voor het contact tussen [de minderjarige 1] en haar beide ouders en moet zicht worden gehouden op het verloop van de contactmomenten tussen [de minderjarige 2] en de moeder. De moeder moet hulpverlening voor zichzelf accepteren en werken aan het creëren van een veilige opvoedsituatie voor de kinderen. Als de moeder stabiel is, kan eventueel gekeken worden naar het perspectief van de kinderen.
5.5.
Vanwege de problematiek van de moeder en de omstandigheid dat beide vaders feitelijk onbereikbaarheid zijn, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de nodige hulpverlening in- en voort te zetten. Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing nodig om de plaatsing van de kinderen bij de grootmoeder te waarborgen. Gezien de ernst van de zorgen en omdat de verwachting niet gerechtvaardigd is dat de moeder binnen een jaar weer voor de kinderen zal kunnen zorgen, verlengt de kinderrechter beide maatregelen voor de duur van een jaar.
5.6.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:

C/15/378818 / JU RK 26-901
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] tot 11 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg tot 11 juli 2027;

C/15/378869 / JU RK 26-907
6.3.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] tot 11 juli 2027;
6.4.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 11 juli 2027;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 2 juli 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW.

Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Artikel delen