Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:9388

toewijzing incassovordering energielevering. Verweer van gedaagde dat hij de overeenkomst heeft opgezegd, onvoldoende onderbouwd.

Rechtbank Noord-Holland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:9388 text/xml public 2026-08-04T10:46:35 2026-07-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-07-08 K/4102/11894125 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9388 text/html public 2026-08-04T10:46:03 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:9388 Rechtbank Noord-Holland , 08-07-2026 / K/4102/11894125
toewijzing incassovordering energielevering. Verweer van gedaagde dat hij de overeenkomst heeft opgezegd, onvoldoende onderbouwd.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 11894125 CV EXPL 25-6368

Vonnis van 8 juli 2026

in de zaak van

ENGIE ENERGIE NEDERLAND N.V.,

te Zwolle,

eisende partij,

hierna te noemen: Engie Energie ,

gemachtigde: Armaere B.V.,

tegen

[gedaagde], H.O.D.N. [gedaagde],

te [plaats 1],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>Feiten 2.1.
Op 23 mei 2022 heeft [gedaagde] een offerte van Engie Energie ondertekend voor de levering van gas en elektra aan het adres [adres 1] te ([postcode]) [plaats 2]. Het gaat om het product ‘Engie GZ APX/LEBA + opslag 5 jaar’ met een contractduur van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027).
2.2.
Op 24 februari 2023 heeft Engie Energie de afspraken voor de levering van gas en elektra op de aansluitingen 871685900002796042 en 871687140014640959 schriftelijk bevestigd aan [gedaagde] bevestigd.
2.3.
Op 1 mei 2024 heeft Engie Energie facturen aan [gedaagde] gestuurd (naar het adres [adres 2] in [plaats 1]) gestuurd ten behoeve van leveranties in de maanden januari, februari en maart 2024.
2.4.
Op 28 mei 2024 heeft Engie Energie facturen aan [gedaagde] gestuurd ten behoeve van leveranties in de maand april 2024.
2.5.
Op 25 juni 2024 heeft Engie Energie facturen aan [gedaagde] gestuurd ten behoeve van leverancies in de maand mei 2024.
2.6.
Op 23 juli 2024 heeft Engie Energie facturen aan [gedaagde] gestuurd ten behoeve van leverancies in de maand juni 2024.
2.7.
Op 23 augustus 2024 heeft Engie Energie facturen aan [gedaagde] gestuurd ten behoeve van leveranties in de maand juli 2024.
2.8.
[gedaagde] heeft de facturen (met een totaalbedrag van € 1.112,06) onbetaald gelaten, waarna (een incassogemachtigde namens) Engie [gedaagde] op 14 november 2024, 21 november 2024, 11 december 2024, 8 januari 2025, 21 januari 2025, 13 februari 2025 en 27 maart 2025 betalingsherinneringen aan [gedaagde] heeft gestuurd.
2.9.
Bij e-mail van 14 mei 2025 heeft [betrokkene 1] namens [gedaagde] geprotesteerd tegen de facturen. [gedaagde] heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij aan Engie Energie heeft doorgegeven dat hij op 1 maart 2023 is verhuisd naar [adres 2] in [plaats 1].
2.10.
Bij e-mail van 21 mei 2025 heeft de incassogemachtigde van Engie aan [gedaagde] laten weten dat bij haar geen opzegging van [gedaagde] is binnengekomen.
2.11.
Bij brief van 11 juni 2025 heeft de incassogemachtigde van Engie aan [gedaagde] een laatste aanmaning gestuurd met het verzoek de hoofdsom vermeerderd met rente en kosten binnen 15 dagen te betalen. [gedaagde] heeft aan het betalingsverzoek geen gehoor gegeven.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
Engie Energie vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.405,65, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over € 1.112,06 vanaf de dag van dagvaarden tot de dag van algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. De hoofdsom bestaat uit een bedrag van € 1.112,06 aan openstaande facturen, € 126,78 aan wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum en € 166,81 aan buitengerechtelijke incassokosten conform de wettelijke staffel.
3.2.
Engie Energie legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Engie Energie heeft van januari tot en met juli 2024 in opdracht althans voor rekening van [gedaagde] diverse diensten verleend bestaande uit de verkoop en levering van energie. [gedaagde] heeft de hiervoor verzonden facturen onbetaald gelaten ondanks herinneringen en aanmaningen. Van een verhuizing of adreswijziging per 1 maart 2023 is Engie Energie niets bekend. Datzelfde geldt voor het door [gedaagde] gestelde telefonisch contact met medewerkers van Engie Energie.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van de vorderingen en subsidiair tot afwijzing van de gevorderde rente en kosten, met veroordeling van Engie Energie in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert het volgende aan. [gedaagde] betwist dat hij gehouden is tot betaling. [gedaagde] is op 1 maart 2023 verhuisd naar [plaats 1] en heeft de verhuizing via het online verhuisportaal van Engie Energie doorgegeven om de levering over te zetten. De levering is daarna op het nieuwe adres gestart, wat bevestigt dat Engie de verhuizing kende en verwerkt heeft. Ook het facturatiepatroon duidt op een afgesloten oude aansluiting c.q. verwerkte verhuizing. Medewerkers [betrokkene 2] en [betrokkene 3] van Engie Energie hebben [gedaagde] telefonisch bevestigd dat de oude aansluiting administratief zou worden afgesloten. De interne tegenstrijdige mededelingen en het tijdsverloop tussen incassostappen hebben bij [gedaagde], die op leeftijd en minder digitaal vaardig is, het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de kwestie intern was verholpen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De vraag die beantwoord moet worden is of [gedaagde] de openstaande facturen van Engie Energie (vermeerderd met wettelijke rente en kosten) moet betalen.
4.2.
De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dat als volgt toe.
4.3.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen Engie Energie als handelaar en [gedaagde], handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf. De kantonrechter leidt dit af uit de volgende omstandigheden. In de door [gedaagde] ondertekende offerte is zijn KVK-nummer vermeld en daarin staat verder dat het gebruiksdoel van het pand geen woonfunctie mag zijn tenzij dit een zakelijk doel treft. [gedaagde] is gedagvaard als handelende in de uitoefening van diens bedrijf of beroep waarbij eveneens zijn KVK-nummer is vermeld. In zijn antwoord voert [gedaagde] onder meer aan dat hij al geruime tijd niet meer op zijn oude adres woonde of handelde. Dat brengt met zich dat [gedaagde] niet is opgetreden als consument en dat de kantonrechter niet (ambtshalve) hoeft te toetsen aan bepalingen ter bescherming van consumentenrechten.
4.4.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de facturen niet hoeft te betalen omdat hij via de verhuisservice aan Engie Energie heeft doorgegeven dat hij per 1 maart 2023 naar een ander adres (in [plaats 1]) verhuisd is. Bij telefonisch contact bleek dat de verhuizing niet correct was verwerkt, waarna medewerkers [betrokkene 2] en [betrokkene 3] van Engie Energie telefonisch hebben toegezegd dat dit zou worden opgelost. Dat de verhuizing door Engie Energie is ontvangen en verwerkt, volgt volgens [gedaagde] uit het facturatiepatroon en de omstandigheid dat er vanaf 1 maart 2023 op het nieuwe adres energie is geleverd.
4.5.
Engie Energie betwist dat zij een opzegging van [gedaagde] heeft ontvangen. Volgens haar heeft Engie Zakelijk geen (online) verhuisservice en staat in haar systeem geregistreerd dat er in juli 2024 een betalingsregeling is getroffen die niet is nagekomen.
4.6.
Gelet op deze betwisting van Engie Energie, had het op de weg van [gedaagde] gelegen een nadere onderbouwing voor zijn stelling te geven. Nu [gedaagde] zich op een opzegging beroept, is het aan hem om aan te tonen dat die opzegging Engie Energie ook (tijdig) heeft bereikt (artikel 3:37 BW). [gedaagde] had dat bijvoorbeeld kunnen doen aan de hand van een door de online verhuisservice gegenereerde bevestiging van de opzegging of door overlegging van enig ander stuk waaruit dit kan worden afgeleid. Doordat [gedaagde] dit alles heeft nagelaten, wordt zijn stelling als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.
4.7.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat Engie Energie haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen. Evenmin heeft hij de hoogte van de daarop gebaseerde vordering betwist. De conclusie is dat de vordering tot betaling van het openstaande factuurbedrag van € 1.112,06 wordt toegewezen. De wettelijke handelsrente over dit bedrag en de buitengerechtelijke incassokosten – waartegen geen specifiek verweer is gevoerd - worden eveneens toegewezen zoals gevorderd.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten worden begroot op € 120,78 aan explootkosten, € 340,- aan griffierecht en € 408,- aan salaris gemachtigde (tarief va € 204,- x 2 punten).
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Engie Energie te betalen een bedrag van € 1.405,65, te vermeerderen met de wetteljike handelsrente over € 1.112,06 vanaf 10 september 2025 tot de dag van algehele voldoening,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 868,78,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum.

Artikel delen