Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:9567

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in verband met de intrekking van de vergunning voor het uitoefenen van een seksbedrijf afgewezen. Er zijn voldoende aanwijzingen dat sekswerkers zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning werkzaam waren.

Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:9567 text/xml public 2026-07-30T15:07:55 2026-07-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-07-30 HAA 26/3166 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9567 text/html public 2026-07-30T07:44:27 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:9567 Rechtbank Noord-Holland , 30-07-2026 / HAA 26/3166
Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in verband met de intrekking van de vergunning voor het uitoefenen van een seksbedrijf afgewezen. Er zijn voldoende aanwijzingen dat sekswerkers zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning werkzaam waren.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/3166
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2026 in de zaak tussen
<?linebreak?> [verzoeker] , (verzoeker)
en
[verzoekster] B.V. (verzoekster)
samen te noemen: verzoekers

gemachtigde: mr. F. Krol-Postma,

en
de burgemeester van de gemeente Haarlem
gemachtigden: mr. M.J. Ferwerda, J. Burema en drs. J. Lubbers.
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de intrekking van de vergunning, die was verleend aan [verzoeker] om een seksbedrijf uit te oefenen. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Totstandkoming van het besluit
1. In maart 2025 heeft een controle plaatsgehad door, onder meer, de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: NLA), bij [verzoeker] en andere vestigingen in [plaats 1] en [plaats 2] .

2. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft [verzoeker] bij besluit van 3 februari 2026 een boete opgelegd van € 28.125,00 wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).

3. Met het bestreden besluit van 17 juni 2026 heeft de burgemeester de vergunning, die verleend was aan verzoeker voor het uitoefenen van het seksbedrijf in Haarlem, per 24 juni 2026 ingetrokken. De burgemeester heeft aan het besluit tot intrekking van de vergunning een zestal intrekkingsargumenten ten grondslag gelegd, waaronder overtreding van bepalingen opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem (hierna: APV).

4. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

5. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

6. De voorzieningenrechter heeft (bij wijze van ordemaatregel) het bestreden besluit geschorst tot uiterlijk twee weken na zitting voorzieningenrechter dan wel twee weken na 16 juli 2026.

7. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: B. Draijer, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester.
Verzoekschrift
8. Verzoekers voeren – samengevat – aan dat het besluit onevenredige gevolgen heeft. Verzoekers voeren verder aan dat de door de NLA gestelde overtredingen niet als grondslag voor de intrekking kunnen worden meegenomen. Deze overtredingen worden betwist en zijn nog onderwerp van een procedure. Verzoekers betwisten dat sprake zou zijn van mensenhandel. Ook is sprake van onzorgvuldige besluitvorming.
Verweerschrift
9. De burgemeester stelt zich – samengevat - op het standpunt dat de betrokken bepaling uit de APV een dwingendrechtelijk intrekkingsgrond bevat. Dat neemt niet weg dat de burgemeester heeft beoordeeld of sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat intrekking onevenredig zou zijn. Van dergelijke omstandigheden is de burgemeester niet gebleken. Voldoende is dat sprake van aanwijzingen dat personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met de Wav. De burgemeester heeft zich met betrekking tot de aanwijzingen voor mensenhandel gebaseerd op de bestuurlijke rapportages van de politie, de verklaringen van sekswerkers en diverse andere meldingen. Het besluit is aldus zorgvuldig tot stand gekomen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Ambtshalve

10. De voorzieningenrechter stelt vast dat de in geding zijnde vergunning is verleend aan [verzoeker] . [verzoekster] B.V. is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter daarom geen belanghebbende in deze procedure. Het verzoek, voor zover dat is gedaan door [verzoekster] B.V., zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Inhoudelijk

11. De burgemeester heeft de intrekking van de vergunning van verzoeker in de eerste plaats gebaseerd op het bepaalde in artikel 3:9, aanhef onder d, in samenhang met het bepaalde in artikel 3:7, eerste lid, aanhef onder g, van de APV. Daarin is – voor zover hier van belang – bepaald dat de vergunning wordt ingetrokken als er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wav. Hiertoe het volgende.

12. De NLA heeft geconstateerd dat vier van de in het seksbedrijf werkzame personen niet over de vereiste tewerkstellingsvergunningen beschikten. Dat is een overtreding van de Wav. De omstandigheid dat het boetebesluit in een door verzoeker aanhangig gemaakte procedure is geschorst, maakt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet dat aan inhoud van het boeterapport geen waarde kan worden gehecht in onderhavige procedure. Integendeel, het boeterapport van de arbeidsinspectie bevat naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aanwijzingen dat sprake is van overtredingen van de Wav. De voorzieningenrechter volgt verzoeker dan ook niet in zijn standpunt. Aan de hiervoor weergegeven verplichte intrekkingsgrond in de APV is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook voldaan.

13. Zoals uit de redactie van het bepaalde in artikel 3:9, aanhef, onder d, van de APV blijkt betreft het een gebonden bevoegdheid. De belangenafweging van het besluit dat op grond van die bepaling is genomen heeft in algemene zin dan plaatsgevonden op het niveau van het algemeen verbindende voorschrift. De uitkomst daarvan is neergelegd in de voorwaarden voor de uitoefening van die bevoegdheid. Daarmee is in beginsel ook de evenredigheid van het besluit gegeven. Toch kunnen er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat in een voorliggend geval toepassing van het algemeen verbindende voorschrift voor een of meer belanghebbenden zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Van dergelijk bijzondere omstandigheden is in onderhavige procedure niet gebleken. Het feit dat verzoeker financiële schade lijdt als gevolg van de intrekking van de vergunning is inherent aan het besluit en vormt daardoor geen bijzondere omstandigheid.

14. Nu de intrekking van de vergunning naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter al op de eerste door de burgemeester aangevoerde grond (overtreding van de Wav) zal kunnen standhouden, ziet de voorzieningenrechter af van een bespreking van de overige intrekkingsargumenten en de daartegen aangevoerde gronden. Die kunnen immers niet leiden tot een ander (voorlopig) oordeel.
Conclusie en gevolgen
15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de intrekking van de vergunning in stand blijft.
Beslissing
De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek van [verzoekster] B.V. niet ontvankelijk;

- wijst het verzoek van [verzoeker] af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage
Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem
Artikel 3:3 Vergunning seksbedrijf

1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen.

(…)

Artikel 3:7 Weigeringsgronden

1. Een vergunning wordt geweigerd als:

(…)

g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000;

(…)

Artikel 3:9 Intrekken of schorsen van de vergunning

1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 wordt ingetrokken als:

(…)

d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid onder a tot en met k;

(…)

Artikel delen