Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNNE:2026:3179

Niet op een parkeerplaats parkeren in een zone waar parkeren alleen is toegestaan met een parkeerschijf. Dat betrokkene een parkeervergunning heeft voor het parkeren in een blauwe zone is niet relevant. De boete is immers opgelegd voor het parkeren buiten de daartoe bestemde plekken. Daarnaast duidt de omschrijving van de verkeersovertreding slechts het type zone aan. Dat de gemeente de mogelij...

Rechtbank Noord-Nederland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:3179 text/xml public 2026-08-04T10:35:04 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-10 11812882 BU VERZ 25-1625 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3179 text/html public 2026-08-04T10:34:30 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:3179 Rechtbank Noord-Nederland , 10-03-2026 / 11812882 BU VERZ 25-1625
Niet op een parkeerplaats parkeren in een zone waar parkeren alleen is toegestaan met een parkeerschijf. Dat betrokkene een parkeervergunning heeft voor het parkeren in een blauwe zone is niet relevant. De boete is immers opgelegd voor het parkeren buiten de daartoe bestemde plekken. Daarnaast duidt de omschrijving van de verkeersovertreding slechts het type zone aan. Dat de gemeente de mogelijkheid heeft toegevoegd om ook ter plekke te parkeren met een parkeervergunning, maakt niet dat de omschrijving in algemene zin onjuist is. Verder overweegt de kantonrechter dat de parkeerproblematiek ter plekke een gemeentekwestie is. Ongegrond beroep.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269729705

zaaknummer: 11812883 BU VERZ 25-1625
uitspraak van de kantonrechter van 10 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘niet op een parkeerplaats parkeren in een zone waar parkeren alleen is toegestaan met een parkeerschijf’, verricht op 3 oktober 2024, om 18:30 uur, op de [adres], met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn partner [naam] en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?> Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Ten eerste is betrokkene van mening dat de overtreding niet juist omschreven is. Het is geen zone waar parkeren alleen is toegestaan met een parkeerschijf. Het gaat om een zone waar parkeren alleen is toegestaan met zowel een parkeerschijf als een parkeervergunning. Uit de ontheffing blijkt niet dat binnen de vakken geparkeerd moest worden, slechts dat je binnen een bepaalde zone moet staan. Het voertuig was daarnaast parallel aan het trottoir geparkeerd. Op de zitting voegt de partner van betrokkene hieraan toe dat het hoge boetebedrag niet terecht is, omdat de omschrijving hiervan niet juist aan hen gepresenteerd is. Betrokkene voert aan dat hij ten tijde van de gedraging beschikte over de vereiste parkeervergunning voor zijn auto met kenteken [kenteken].

4. Ten tweede voert hij aan dat de gemeente toestaat dat zowel auto's met parkeerschijven als auto's waarvoor een parkeervergunning is verleend in de desbetreffende zone staan. Mensen met een parkeervergunning kunnen hun auto vaak niet meer op de aangewezen pekken neerzetten. Dat was op de dag van de gedraging ook het geval. Dit probleem is door de wijkparkeercommissie meermaals in overwegingen gegeven bij de gemeente. De vergunninghouders wachten nog steeds op een oplossing van het parkeerprobleem. Op de zitting voegt de partner van betrokkene toe dat zij het idee hebben dat er meer vergunningen dan parkeerplekken zijn. Daarnaast zijn er steeds meer appartementen bijgekomen en parkeren de bezoekers van het koepeltheater ook ter plaatse. Betrokkene en zijn partner proberen zo min mogelijk parkeerruimte in te nemen door in de winter hun kampeerbusje, waarvoor ze ook een parkeervergunning hebben, ergens anders te stallen. Maar toch krijgen ze een boete. Dit komt op hen over als een onverdiende straf. Ter zitting voegt de partner van betrokkene toe dat zij al twintig jaar voor deze ontheffing betalen. Tot slot geeft de partner van betrokkene aan dat de blauwe lijnen op termijn zullen verdwijnen, waardoor ter plekke alleen geparkeerd mag worden met een vergunning.

5. De vertegenwoordigster heeft op de zitting gezegd dat zij best wil aannemen dat betrokkene een parkeervergunning heeft, maar dat het in dit geval gaat om het parkeren buiten de parkeervakken in een blauwe zone. Uit het desbetreffende artikel volgt dat je binnen een blauwe zone alleen mag parkeren op aangeduide parkeerplaatsen of plekken die zijn voorzien van een blauwe streep. De gemeente heeft hieraan toegevoegd dat ter plekke ook met een vergunning geparkeerd mag worden, maar dit moet hoe dan ook binnen de lijnen en parkeervakken. De vertegenwoordigster begrijpt dat betrokkene moeite heeft met de omschrijving, maar in dit geval is de blauwe schijf of vergunning niet relevant. Voor de parkeerpro-blematiek heeft zij begrip, maar dit blijft een gemeentekwestie. Dit staat los van de vraag of de boete terecht is opgelegd. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding, in die zin dat hij stelt dat het parkeren met een vergunning toegestaan was. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6.1.
Uit het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant volgt dat het voertuig geparkeerd stond in een blauwe zone aan de [adres]. De verbalisant verklaart dat het voertuig met vier wielen buiten de daarvoor bestemde parkeervakken geparkeerd stond. Daarnaast verklaart hij dat uit zijn controle is gebleken dat het voertuig niet beschikte over een geldige parkeerontheffing en niet voorzien was van een duidelijk en zichtbare geplaatste parkeerschijf. Als bijlage heeft de verbalisant foto’s bijgevoegd.
6.2.
Deze verkeersovertreding is een overtreding van artikel 25, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Uit de tekst van dit artikel volgt dat het parkeren bij een blauwe streep of op plaatsen die als parkeerplaats zijn aangeduid of aangegeven, een uitzondering is op het verbod om in een parkeerschijfzone te parkeren. Hieruit volgt dus dat binnen een parkeerschijfzone niet buiten de daarvoor aangewezen parkeervakken of niet langs een blauwe streep geparkeerd mag worden.
6.3.
Gelet op de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier staat vast dat deze verkeersovertreding is begaan. Het voertuig van betrokkene stond immers niet in een parkeervak of langs een blauwe streep. Dit wordt ook niet door betrokkene betwist. Ook de kantonrechter wil van betrokkene wel aannemen dat hij een parkeervergunning heeft voor het parkeren in deze blauwe zone, omdat hij dat op de zitting nadrukkelijk heeft gezegd. Dit is in dit geval echter niet relevant, omdat de boete niet is opgelegd voor het parkeren zonder parkeerschijf of vergunning, maar het parkeren buiten de daartoe bestemde plekken. Dit is in een blauwe zone, ook met een parkeerschijf of vergunning, niet toegestaan.
6.4.
Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij goed oplet en na het parkeren nagaat of het parkeren daar is toegestaan. Het had betrokkene dan ook duidelijk moeten zijn dat hij zijn voertuig in een blauwe zone niet buiten de parkeerplaatsen mocht parkeren. Dat dit niet in de parkeervergunning vermeld staat, maakt dit niet anders.
6.5.
Wat betreft de omschrijving van de verkeersovertreding overweegt de kantonrechter als volgt. De boete is opgelegd voor feitcode R401, met als omschrijving: ‘niet op een parkeerplaats parkeren in een zone waar parkeren alleen is toegestaan met een parkeerschijf’. Dit is de gebruikelijke omschrijving voor het parkeren in een parkeerschijfzone, buiten de aangeduide parkeerplaatsen of blauwe strepen. De kantonrechter begrijpt de stelling van betrokkene dat ter plaatse ook met een vergunning mag worden geparkeerd en dat dit tot verwarring kan leiden. Dat de gemeente deze mogelijkheid heeft toegevoegd, maakt echter niet dat de gehanteerde omschrijving in algemene zin onjuist is. Dit onderdeel van de omschrijving duidt slechts het type zone aan. Bovendien is het hebben van een vergunning of het gebruiken van een parkeerschijf voor deze verkeersovertreding niet relevant. Verder merkt de kantonrechter op dat, zelfs als sprake was van een onjuistheid in de inleidende beschikking, dit slechts tot vernietiging van de boete kan leiden als die onjuistheden zodanig zijn dat bij betrokkene redelijkerwijs een misverstand kan zijn ontstaan over de vraag op welke verkeersovertreding de boete betrekking heeft en waartegen hij zich moet verdedigen. Daar is in dit geval geen sprake van.
6.6.
Ten slotte begrijpt de kantonrechter dat betrokkene zich beroept op de parkeerpro-blematiek ter plekke. Dit is echter een gemeentekwestie. De kantonrechter beoordeelt alleen of de boete terecht is opgelegd. Dat er in de buurt te weinig parkeerplekken zijn, rechtvaardigt niet dat buiten de parkeervakken wordt geparkeerd. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

HR 20 april 1993, VR 1993/109, LJN ZC9252

Artikel delen