Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNNE:2026:3181

Stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autoweg zonder dat sprake is van een noodgeval. De kantonrechter oordeelt dat betrokkene met zijn van meet af aan gevoerde en consistente verweer aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een noodgeval. Gegrond beroep.

Rechtbank Noord-Nederland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:3181 text/xml public 2026-08-04T10:49:04 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-18 11812873 BU VERZ 25-1624 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3181 text/html public 2026-08-04T10:48:18 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:3181 Rechtbank Noord-Nederland , 18-02-2026 / 11812873 BU VERZ 25-1624
Stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autoweg zonder dat sprake is van een noodgeval. De kantonrechter oordeelt dat betrokkene met zijn van meet af aan gevoerde en consistente verweer aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een noodgeval. Gegrond beroep.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 266986332

zaaknummer: 11812873 BU VERZ 25-1624
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>18 februari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autoweg zonder dat sprake is van een noodgeval’, verricht op 17 juni 2024, om 10:36 uur, op de N7 in Folsgare, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn vrouw en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?> Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat sprake was van een noodgeval. Hij was verward en had hoge koorts bij een acute blaasontsteking. Hij is toen gestopt en heeft het ziekenhuis gebeld. Betrokkene heeft stukken van de huisarts meegenomen naar de zitting. Hij vertelt dat hij bij de huisarts is weggereden en had verwacht dat de koorts en de pijn mee zouden vallen. Hij werd op dat moment vijf keer gebeld en wilde het ziekenhuis terug bellen. Als hij bij zijn volle verstand was geweest, was hij nooit op zo’n gevaarlijke plek gaan staan. Betrokkene zegt dat hij de verbalisant heeft uitgelegd dat hij in nood zat, maar dat de verbalisant daar geen gehoor aan gaf.

4. De vertegenwoordigster heeft op de zitting een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant overgelegd, waarin hij verklaart dat hij geen onwelwording of andere medische redenen heeft gezien. In het licht van deze verklaring stelt zij zich op het standpunt dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een noodgeval.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding, in die zin dat hij stelt dat weldegelijk sprake was van een noodgeval. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant, zag op de vluchtwagen van de autoweg N7 ter hoogte van 117.8R een auto stilstaan. Ik zag dat de auto op minder dan een meter van de kantstreep van rijstrook twee stilstond. Ik zag dat de bestuurder van de auto een mobiele telefoon in zijn rechterhand vast had ter hoogte van zijn rechteroor. Ik zag dat naast de vluchtheuvel een busbaan, gescheiden van de vluchtheuvel door een vangrail, zat.” De verklaring van betrokkene tijdens de staandehouding luidt als volgt: “Ik had een noodgeval.” In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant onder andere dat betrokkene op een gevaarlijke plek stond. De verbalisant verklaart dat hij geen onwel wording of andere medische redenen heeft waargenomen.
5.2.
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene met zijn van meet af aan gevoerde en consistente verweer aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een noodgeval. Betrokkene heeft ook consistent verklaard dat hij zijn situatie tijdens de staandehouding heeft toegelicht. Hoewel de verbalisanten geen dokters zijn, hadden de omstandigheden hun aanleiding kunnen geven om de situatie van betrokkene nader te bekijken. De kantonrechter overweegt ook dat juist de omstandigheid dat het voertuig daar niet erg handig stond, een aanwijzing kan zijn voor de noodsituatie. Aangezien hij aannemelijk acht dat sprake was van een noodgeval, kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt die inleidende beschikking;

bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel delen