Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNNE:2026:3182

Parkeerverbodszone. Niet gebleken dat sprake was van laden en lossen, nu de verbalisant het voertuig ongeveer 10 minuten heeft waargenomen zonder dat er activiteiten in of rondom het voertuig waren. De genoteerde tijdstippen bieden ook geen aanleiding tot twijfel. De kantonrechter gaat ervan uit dat de verbalisant de pardontijd in acht heeft genomen voor het maken van de foto's en het invoeren ...

Rechtbank Noord-Nederland 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:3182 text/xml public 2026-08-04T10:54:34 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-18 11811732 BU VERZ 25-1621 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3182 text/html public 2026-08-04T10:53:17 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:3182 Rechtbank Noord-Nederland , 18-02-2026 / 11811732 BU VERZ 25-1621
Parkeerverbodszone. Niet gebleken dat sprake was van laden en lossen, nu de verbalisant het voertuig ongeveer 10 minuten heeft waargenomen zonder dat er activiteiten in of rondom het voertuig waren. De genoteerde tijdstippen bieden ook geen aanleiding tot twijfel. De kantonrechter gaat ervan uit dat de verbalisant de pardontijd in acht heeft genomen voor het maken van de foto's en het invoeren van de verkeersovertreding in het systeem. Ongegrond beroep.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 270441173

zaaknummer: 11811732 BU VERZ 25-1621
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>18 februari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 11 november 2024, om 17:09 uur, op de [adres], met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?> Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat hij weldegelijk aan het uitladen was. Als tijdstip van de overtreding staat 17:09 uur vermeld. De foto’s van de verbalisant zijn van 17:10 uur. Daarom blijkt hieruit niet dat langer dan tien minuten is geparkeerd zonder activiteit. Verder is op de foto’s zichtbaar dat de achterdeur(en) van de auto open staan. De werkplaats stond ook open. Daarnaast is er een getuige die heeft gezegd dat de verbalisant kwam aanfietsen, foto’s heeft gemaakt en weer verder is gefietst. Dit waren slechts enkele minuten. Verder vraagt betrokkene zich af waarop zijn geslacht (‘man’) in het zaakoverzicht is gebaseerd. Op de zitting heeft betrokkene ten slotte gezegd dat hij een cateringbedrijf heeft, waardoor hij niet in tien minuten kan in- en uitladen.

4. De vertegenwoordigster heeft gezegd dat, voor laden en lossen in de zin van de wet, sprake moet zijn van onmiddellijk en bij voortduring in- en uitladen van goederen. De verbalisant verklaart echter dat hiervan geen sprake was. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat er vanuit mag worden gegaan dat er tien minuten geen activiteit bij het voertuig is geweest. Zij stelt dat niet van de verbalisant gevergd kan worden dat hij op zoek gaat naar de bestuurder. Verder noemt zij dat het geslacht van betrokkene bij de RDW geregistreerd staat. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Zonebord E1 RVV 1990 is geplaatst en het betreffende voertuig bevond zich binnen deze zone. Ik zag dat het voertuig niet geparkeerd stond op een voor parkeren bestemd weggedeelte. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaatsvond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen.
5.2.
Op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Wat betreft de stelling van betrokkene dat hij aan het laden en lossen was, overweegt de kantonrechter als volgt. Onder het begrip “onmiddellijk laden en lossen” in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 moet worden verstaan: het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- en uitladen van goederen van enige omvang of gewicht gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Er moeten dus bij het voertuig activiteiten worden waargenomen die er op duiden dat sprake is van onmiddellijk laden of lossen van goederen. Daarvan is niet gebleken, nu de verbalisant het voertuig ongeveer tien minuten heeft waargenomen zonder dat er activiteiten in of rondom het voertuig waren. In de genoteerde tijdstippen ziet de kantonrechter geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Hij gaat ervan uit dat de verbalisant de pardontijd in acht heeft genomen vóór het maken van de foto’s en het invoeren van de verkeersovertreding in het systeem. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ten slotte geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 12 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1147.

Artikel delen