Wahv. Termijnoverschrijding. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. Niet-ontvankelijk beroep.
Rechtbank Noord-Nederland 4 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3195
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-08-2026
Datum publicatie
04-08-2026
Zaaknummer
11833221 BU VERZ 25-1879
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
ECLI:NL:RBNNE:2026:3195text/xmlpublic2026-08-04T12:56:042026-08-03Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Nederland2026-04-1511833221 BU VERZ 25-1879UitspraakMondelinge uitspraakNLGroningenBestuursrecht; BestuursstrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3195text/htmlpublic2026-08-04T12:55:282026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNNE:2026:3195 Rechtbank Noord-Nederland , 15-04-2026 / 11833221 BU VERZ 25-1879 Wahv. Termijnoverschrijding. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. Niet-ontvankelijk beroep.
zaaknummer: 11833221 BU VERZ 25-1879 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting 15 april 2026 in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘geen voortdurend zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of zichtbaar roodlicht aan de achterzijde van fiets voeren’, verricht op 18 juli 2024, om 23:56 uur, aan de Stationsweg in Groningen, gemeente Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 15 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie,mr. P.A. Veenstra. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechterBeslissing 2. De kantonrechter oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. Dit betekent dat de termijn op 26 december 2024 is ingegaan en het beroepschrift uiterlijk op 5 februari 2025 ingediend had moeten zijn. Betrokkene heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op 23 april 2025 via het Digitale Loket ingediend. Dit betekent dat het beroep te laat is ingediend. 3.1. Op de zitting stelt betrokkene dat hij pas beroep kon instellen als hij de boete had betaald. Na het inloggen bij het CJIB kreeg hij de boete ook niet te zien. De boete stond geregistreerd als betalingsregeling. Hij kreeg de brieven pas maanden later. Betrokkene geeft aan dat hij op speciaal onderwijs heeft gezeten en chaotisch is. Hij heeft vaker brieven van de rechtbank gekregen, waarbij hij niet wist wat hij moest doen. Hij geeft aan dat hij het lastig vindt om bepaalde dingen te beredeneren. Betrokkene vertelt dat hij op een woongroep woont en begeleiding krijgt. De hulp is echter niet altijd beschikbaar. 3.2. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. Betrokkene had al beroep kunnen instellen voordat hij de boete had betaald. Voor het betalen van de boete gelden ook andere termijnen. De kantonrechter weegt ook mee dat het een forse termijnoverschrijding is. Hoewel hij begrijpt dat betrokkene begeleiding krijgt, blijft het zijn eigen verantwoordelijkheid om tijdig hulp te vragen. De kantonrechter zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht.