Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNNE:2026:4117

Toelating tot de Wsnp zonder eerdere ingangsdatum.

Rechtbank Noord-Nederland 30 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:4117 text/xml public 2026-09-30T12:07:21 2026-09-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-09-17 C18/26/1278 R Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 288 Faillissementswet 349a Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4117 text/html public 2026-09-30T12:06:54 2026-09-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:4117 Rechtbank Noord-Nederland , 17-09-2026 / C18/26/1278 R
Toelating tot de Wsnp zonder eerdere ingangsdatum.
RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C18/26/1278 R

Vonnis van 17 september 2026

op het verzoek van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Samenvatting

[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de Wsnp.

De rechtbank wijst het verzoek toe.
<nr>1</nr>De procedure<?linebreak?> 1.1.
De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van donderdag 3 september 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoekster] , voornoemd;

- de heer [naam] van de Groningse Kredietbank.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
<nr>2</nr>Het verzoek 2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de Wsnp. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
<nr>3</nr>De beoordeling 3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de Wsnp ex artikel 349a Fw te vervroegen.
<nr>4</nr>De beslissing
De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de Wsnp uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ;,
4.2.
stelt de termijn van deze Wsnp vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,

kantoorhoudende te [adres] ;
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de Wsnp eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de Wsnp loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Artikel delen