Hoogte van de vergoeding voor een taxatierapport. Geringe tijdsbesteding. De rechtbank komt tot een bedrag van € 35,70.
Rechtbank Oost-Brabant 6 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:5006
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-07-2026
Datum publicatie
06-08-2026
Zaaknummer
SHE 26/220
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBOBR:2026:5006text/xmlpublic2026-08-06T09:55:592026-07-15Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Oost-Brabant2026-07-16SHE 26/220UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNL's-HertogenboschBestuursrecht; BelastingrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5006text/htmlpublic2026-08-06T09:54:112026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBOBR:2026:5006 Rechtbank Oost-Brabant , 16-07-2026 / SHE 26/220 Hoogte van de vergoeding voor een taxatierapport. Geringe tijdsbesteding. De rechtbank komt tot een bedrag van € 35,70.
RECHTBANK OOST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: SHE 26/220
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar), en de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar.Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank tot welk bedrag eiseres recht heeft op een proceskostenvergoeding. 1.1. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning op het adres [straat] in [woonplaats] met de beschikking van 31 maart 2025 vastgesteld op € 399.000 voor het jaar 2025. Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen opgelegd. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres met de bestreden uitspraak van 11 december 2025 gegrond verklaard en de waarde van de woning verlaagd tot € 343.000. Ook heeft de heffingsambtenaar een proceskostenvergoeding van € 183,13 aan eiseres toegekend. Daarvan betreft het bedrag van € 10,69 een vergoeding voor een ingediend taxatierapport. 1.3. Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. 1.4. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. Partijen zijn het niet eens over de vergoeding in verband met het uitbrengen van een taxatierapport in de bezwaarfase. Het gaat om een rapport van Woning Waarderingsmeesters. In dit rapport wordt de conclusie getrokken dat de waarde van de woning € 299.000 is. In het rapport wordt vermeld dat het onder verantwoordelijkheid van WOZ-taxateur Wagemans tot stand is gekomen. Ook wordt vermeld dat de taxatie niet-inpandig heeft plaatsgevonden, dat daaraan twee uur is besteed en tegen een uurtarief van € 59. Inclusief btw leidt dit tot een te declareren bedrag van € 142,78. Standpunten van partijen 3. Eiseres meent (primair) dat het gedeclareerde bedrag van € 142,78 volledig zou moeten worden vergoed, subsidiair € 128,26 en dat een matiging van die bedragen niet op zijn plaats is. Een vergoeding van die bedragen is niet disproportioneel. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat een vergoeding van die bedragen disproportioneel is. De heffingsambtenaar miskent dat en is tekort geschoten in zijn motiveringsplicht, aldus eiseres. 4. De heffingsambtenaar is het niet met eiseres eens. De heffingsambtenaar wijst er op dat uit het taxatierapport (onder andere) niet blijkt wie het rapport hebben opgesteld en wat hun deskundigheid is. Een tijdsbesteding van twee uur aan het opstellen van het rapport is niet in overeenstemming met de inhoud van het rapport. Bestudering van het rapport maakt duidelijk dat de totstandkoming van het taxatierapport grotendeels geautomatiseerd is gebeurd op basis van gegevens uit openbare bronnen. Een tijdsbesteding van tien minuten (waarop de vergoeding van € 10,69 gebaseerd is), is volgens de heffingsambtenaar realistisch. Dat de tijdsbesteding zeer gering is geweest, blijkt ook uit de grote aantallen rapporten die Woning Waarderingsmeesters landelijk indient. Al met al is een vergoeding van € 10,69 redelijk, aldus de heffingsambtenaar. Het oordeel van de rechtbank 5. Naar het oordeel van de rechtbank kan het taxatierapport worden aangemerkt als het verslag van een deskundige. Het rapport is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de heer Wagemans. Tussen partijen is niet in geschil dat hij deskundige is op het gebied van WOZ-taxaties. De rechtbank vindt het verder aannemelijk dat het rapport niet (uitsluitend) automatisch tot stand is gekomen en dat daarbij gebruik is gemaakt van menselijke deskundigheid. Het kon bijdragen aan een zinvolle bijdrage over de WOZ-waarde van de woning. Het rapport komt dus voor vergoeding in aanmerking. 6. De rechtbank oordeelt dat de toegekende vergoeding te laag is. Anderzijds kan eiseres niet worden gevolgd in het standpunt dat een bedrag van € 142,78 dan wel € 128,26 vergoed zou moeten worden. De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 januari 2026 en komt tot het oordeel dat een vergoeding van € 35,70 redelijk zou zijn. Dit legt de rechtbank hierna verder uit. 6.1. Evenals in die zaak gaat de rechtbank er ook in dit geval van uit dat het opstellen van het rapport en de eventuele controle daarvan geringe tijd heeft gekost. Met toepassing van artikel 9, eerste lid, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt deze tijdsbesteding naar boven afgerond naar een half uur. De rechtbank ziet geen aanleiding om een vergoeding toe te kennen die neerkomt op een tijdsbesteding van twee uur, zoals eiseres voorstaat. Uitgangspunt is dat een kostenvergoeding redelijk moet zijn. Niet valt in te zien waarom in het geval van een geringe tijdsbesteding een vergoeding zou moeten worden gegeven die niet tot die tijdsbesteding in verhouding staat. Het gerechtshof heeft in r.o. 4.8 overwogen dat in de wettelijke regeling al een afweging ligt wat redelijk is. 6.2. Een redelijke vergoeding is dus 0,5 maal € 59, vermeerderd met 21% btw. Dit is afgerond € 35,70. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres deels gelijk krijgt en dat zij recht heeft op een hogere vergoeding voor het indienen van het taxatierapport, dus ook op een hogere totale proceskostenvergoeding in bezwaar, namelijk een bedrag van € 208,14. De rechtbank zal de bestreden uitspraak vernietigen voor zover deze ziet op de proceskostenvergoeding in bezwaar en deze vaststellen op genoemd bedrag. 8. De heffingsambtenaar moet het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten in beroep. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 233,50: 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1 en vermenigvuldigingsfactor 0,25, waarde per punt € 934,-. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. 9. De rechtbank wijst de heffingsambtenaar erop dat hij op grond van deze uitspraak de te vergoeden bedragen voor proceskosten en het griffierecht uitsluitend mag uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van eiseres. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de proceskostenvergoeding in bezwaar;
- stelt de proceskostenvergoeding in bezwaar vast op € 208,14;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.P. Kool, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch. Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. ECLI:NL:GHARL:2026:259. Toepassing van artikel 30a van de Wet WOZ. Artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ.