Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBOVE:2026:4710

huurzaak O&O

Rechtbank Overijssel 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2026:4710 text/xml public 2026-08-03T10:29:44 2026-08-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-07-21 12114308 CV EXPL 26-269 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4710 text/html public 2026-08-03T10:27:55 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:4710 Rechtbank Overijssel , 21-07-2026 / 12114308 CV EXPL 26-269
huurzaak O&O

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12114308 CV EXPL 26-269

Vonnis van 21 juli 2026

in de zaak van

ALMELOSE WONINGSTICHTING "BETER WONEN",

te Almelo,

eisende partij,

hierna te noemen: de verhuurder,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de huurder,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 februari 2026;- de e-mail van de huurder van 4 maart 2026, die is aangemerkt als conclusie van antwoord; - de e-mail van de rechtbank van 13 maart 2026 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
1.2
De mondelinge behandeling is gehouden op 24 maart 2026. Namens de verhuurder is verschenen [naam 1] (medewerkster huurincasso), vergezeld van [naam 2], werkzaam bij Deurwaarderskantoor Wigger van het Laar. De huurder is eveneens verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3
De akte uitlating tevens overlegging producties van de verhuurder van 9 juni 2026.
1.4
De huurder heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.5
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1
De verhuurder is een woningcorporatie voor onder meer sociale huurwoningen.
2.2
De huurder huurt van de verhuurder het woonhuis gelegen aan de [adres] tegen een huurprijs van op dit moment € 680,45 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.3
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen die op het moment van de mondelinge behandeling € 2.104,57 bedroeg, berekend tot en met februari 2026.
2.4
De verhuurder heeft de huurder bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1
De verhuurder vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst tussen de verhuurder en de huurder en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2
Aan deze vordering legt de verhuurder ten grondslag dat de huurder zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
3.3
De huurder heeft de huurachterstand niet betwist. De huurder is het echter niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Door persoonlijke en financiële problemen is hij niet in staat (geweest) om zijn huurachterstand te betalen. De huurder wil de achterstand in termijnen aflossen.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1
Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden onder de voorwaarde dat de huurder een aantal zaken zou gaan regelen en om daarna te bekijken of partijen voor de vordering waar het hier omgaat afspraken konden maken.
4.2
De verhuurder heeft bij akte van 9 juni 2026, kort samengevat, naar voren gebracht dat zij de gemaakte afspraken bij e-mail van 24 maart 2026 aan de huurder heeft bevestigd. De huurder heeft daarop wel contact gezocht met de schuldcoach van de gemeente Almelo en de Stadsbank Oost Nederland. Echter ondanks vele inspanningen van de gemeente Almelo, Stadsbank Oost Nederland en de verhuurder komt de huurder de gemaakte afspraken niet na, aldus de verhuurder. De verhuurder heeft dan ook geen vertrouwen in een goede afloop en heeft om een vonnis gevraagd. Daarnaast heeft de verhuurder naar voren gebracht dat de huur voor de maanden maart, april, mei en juni 2026 ook niet door de huurder is betaald, zodat de huurachterstand is opgelopen. De verhuurder vermeerdert haar vordering met de opgelopen huurachterstand. De huurder heeft niet meer gereageerd. De kantonrechter zal daarom nu een beslissing nemen.

Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden
4.3
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.

De huurachterstand
4.4
De huurder heeft erkend dat er een huurachterstand is. Hij heeft de door de verhuurder bij haar akte van 9 juni 2026 opgelopen huurachterstand ook niet weersproken. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat er aan huurachterstand openstaat een bedrag van in totaal € 4.826,37 (€ 2.104,57 + € 2.721,80), berekend tot en met juni 2026. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.

De wettelijke rente
4.5
De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen zoals hierna vermeld, omdat de huurder niet op tijd heeft betaald.

De buitengerechtelijke incassokosten
4.6
De verhuurder heeft een bedrag van € 370,13 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De verhuurder heeft aan de huurder een aanmaning gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

De ontbinding en ontruiming
4.7
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de verhuurder heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.8
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
4.9
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand (iets meer dan)

3 maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels (iets meer dan) 7 maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De door de huurder genoemde persoonlijke en financiële omstandigheden leveren geen overmacht op en ontslaan de huurder niet van de verplichting om de huur op tijd te voldoen.
4.10
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De huurder zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.11
De verhuurder wil ook dat de huurder wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijkse huurprijs te rekenen vanaf de maand juli 2026 tot het moment dat de huurder het gehuurde ontruimt. Dit is de geldende huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat de huurder nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.

Proceskosten
4.12
De huurder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de verhuurder worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



153,02

- griffierecht



397,00

- salaris gemachtigde



434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten



108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



1.092,52
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres Reigersstraat 33 in Almelo,
5.2
veroordeelt de huurder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de verhuurder zijn, en de sleutels af te geven aan de verhuurder,
5.3
veroordeelt de huurder om te betalen aan de verhuurder:

- € 4.826,37 aan achterstallige huur tot en met juni 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.104,57 vanaf 17 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;

- € 20,96 aan wettelijke rente, berekend tot 17 februari 2026;

- € 370,13 ( inclusief 21% BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten;

- een bedrag gelijk aan de maandelijkse huurprijs, zoals deze zonder ontbinding van de huurovereenkomst zou hebben gegolden voor elke maand of gedeelte van een maand, gelegen tussen 1 juli 2026 en de daadwerkelijke ontruiming,
5.4
veroordeelt de huurder in de proceskosten van € 1.092,52, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien de huurder niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
5.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026. (ak)

Artikel 6:265 BW.

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.

Artikel delen