ECLI:NL:RBOVE:2026:4720text/xmlpublic2026-08-04T10:51:042026-08-03Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Overijssel2026-07-2312277748 CV EXPL 26-1937UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLEnschedeCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4720text/htmlpublic2026-08-04T10:50:452026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBOVE:2026:4720 Rechtbank Overijssel , 23-07-2026 / 12277748 CV EXPL 26-1937 Kort geding, er kan geen verstek worden verleend.
RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 12277748 CV EXPL 26-1937 Vonnis van 23 juli 2026 in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. L.M.J. Pelswijk, tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen. 1De procedure1.1 Het dossier bestaat uit de dagvaarding. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Eiser en zijn advocaat zijn verschenen, gedaagde is niet verschenen. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2De zaak in het kort2.1
[eiser] verbleef vanaf januari 2023 in een woning die in eigendom is van [gedaagde]. Volgens [eiser] hadden partijen een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met elkaar gesloten. [gedaagde] dacht hier blijkbaar anders over en heeft de sloten van de woning vervangen, zodat [eiser] geen toegang meer had tot de woning. [eiser] vordert onder andere dat [gedaagde] hem weer toegang tot de woning verschaft en dat [gedaagde] de geleden schade vergoedt. 2.2 De kantonrechter houdt zijn beslissing aan omdat de dagvaarding nog niet aan [gedaagde] is betekend. [eiser] krijgt de gelegenheid om de dagvaarding (alsnog) aan [gedaagde] uit te laten brengen, waarna opnieuw een mondelinge behandeling wordt ingepland. 3Het geschil en de beoordeling Betekening van de dagvaarding 3.1 Nu [gedaagde] niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, dient de kantonrechter te beoordelen of [eiser] de dagvaarding op juiste wijze aan [gedaagde] heeft betekend. Alleen als de dagvaarding juist is betekend, kan verstek worden verleend. 3.2
[eiser] stelt daar het volgende over. Hoewel de dagvaarding nog niet aan [gedaagde] in persoon is betekend, volgt uit artikel 56 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat als datum van betekening geldt: de datum waarop de deurwaarder de stukken op de juiste wijze heeft verzonden. Volgens [eiser] is daarom aan alle betekeningsvereisten voldaan en kan daarom verstek worden verleend tegen [gedaagde]. 3.3 De kantonrechter is het met [eiser] eens dat de datum waarop de deurwaarder in Nederland de stukken aan het Ambtsgericht in Duitsland zendt, geldt als de datum van betekening, maar dat betekent nog niet dat aan alle betekeningsvereisten is voldaan.
Op grond van artikel 28 lid 2 Brussel I bis-Verordening is de rechter verplicht zijn uitspraak aan te houden zolang niet vaststaat dat de niet verschenen gedaagde in de gelegenheid is gesteld het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, zo tijdig als met het oog op de verdediging nodig was, te ontvangen of dat daartoe al het nodige is gedaan. 3.4
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat de dagvaarding (nog) niet aan [gedaagde] is betekend. Nu [gedaagde] de dagvaarding nog niet op de voorgeschreven wijze heeft ontvangen, zal de kantonrechter zijn uitspraak op grond van artikel 28 lid 2 Brussel 1 bis-Verordening aanhouden. 3.5 De kantonrechter stelt [eiser] nog eenmaal in de gelegenheid om alle nodige stappen te ondernemen voor het betekenen van de dagvaarding aan [gedaagde].
De zaak wordt verwezen naar de rol van dinsdag 4 augustus voor het opgeven van verhinderdata. Nadat een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald, dient [eiser] tijdig β met behulp van βFORMBLATT Kβ - aan te tonen dat de dagvaarding aan [gedaagde] is betekend. 3.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter: 4.1 draagt [eiser] op om uiterlijk op 4 augustus 2026 zich bij akte uit te laten als overwogen onder 3.5.; 4.2 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken door